Paulien Cornelisse De tijdelijke sekte

Binnenkort ‘barst het festivalseizoen los’, zoals dat dan heet. Er zijn er tientallen; elke dag van juni tot en met augustus kun je wel ergens naar een festival voor muziek, theater, ‘cross-over’ (wat dat ook moge zijn), of andere vormen van cultuur.

Een popfestival: fijn op elkaars tent springen, per ongeluk kotsen op degene met wie je net hebt geneukt en bier gooien naar mensen op een podium. Het polsbandje dat je kreeg de rest van de zomer koesteren. Alsmede de dreadlocks die een of andere gave gast in je haar had gezet met behulp van yoghurt. En dat allemaal met weinig deodorant, en dus veel dierlijkheid.

Het klinkt aantrekkelijk, ik weet het. Een soort carnaval met een cultureel sausje. Decorumverlies zonder ernstige gevolgen.

Toch is dat denk ik niet de enige reden dat mensen zo graag naar festivals gaan. Je hebt namelijk ook uiterst beschaafde festivals, zoals het theaterfestival Oerol (louter blije mensen in windjack op huurfiets), waar maar weinig op elkaar wordt gekotst. Oerol heeft een grote schare fans, mensen die dromerig vertellen dat ze volgende week weer mogen. Mensen die het hele jaar heimwee hebben naar Oerol. Mensen die hun grote liefde hebben ontmoet op Oerol, en daarom op een volgende editie van het festival met elkaar gaan trouwen, op ludieke en theatrale wijze. Deze festivaladoratie kan niet alleen komen door het leuke theater- of muziekaanbod. Er is iets anders aan de hand. En dat is: eensgezindheid.

Want wat alle festivals gemeen hebben, is dat het publiek collectief heeft besloten alles leuk te vinden. Nee, we gaan nu even niet cynisch zeuren en we vinden elkaar gewoon aardig. We kijken elkaar recht aan en dat vinden we niet bedreigend.

In die zin heeft een zomerfestival iets van een sekte. Want binnen alle vrijheid en blijheid die een zomerfestival biedt, zijn er wel degelijk dwingende tradities en gewoonten die nageleefd dienen te worden. In het dagkrantje van Oerol staan regelmatig oproepjes van bezoekers: ‘Hee, geef tegenliggers ook eens de ruimte op het fietspad! Gewoon doorfietsen is niet Oerol hoor!’ Blijkbaar zijn dingen ‘Oerol’ of ‘niet-Oerol’. Maar wie dat beslist? Ik denk oudgedienden, mensen die al twintig jaar komen en zich herinneren dat vroeger alles nog veel oprechter was dan nu. Een soort Woodstock, bijna. Nieuwe bezoekers leren de regels snel en graag.

Eigenlijk zijn zomerfestivals tijdelijke sektes zonder sekteleider.

Blijkbaar hebben veel mensen behoefte aan een tijdelijke sekte, anders zouden die festivals niet zo populair zijn. Een paar dagen, of een week, waarin zelf nadenken niet echt nodig is. En waar je zonder veel problemen weer uit kunt stappen.

Op de Parade, toch echt niet het festival met de meeste sfeer (wel met de meeste prosecco), sprak ik ooit een man die gedurende de hele periode dat de Parade in Amsterdam was vrij nam, om elke dag aanwezig te kunnen zijn. Waarom? ‘Omdat hier twee weken lang iedereen met elkaar leeft zoals het eigenlijk het hele jaar zou moeten zijn.’ Hoewel ik het niet met hem eens was, ontroerde hij me wel hevig.

Paulien Cornelisse is schrijfster en cabaretière