Overheid bespaart geen geld met korten op AWBZ-gelden [1]

In februari 2004 brachten de kinderrechters in Nederland een manifest uit, waarin de volgende zinsnede voorkwam: ”Mede op grond van gebrekkige regelgeving wordt in de jeugd-GGZ - zij het veelal met veel vertraging - met de hoogste graad van specialisatie gewerkt aan de lichtste gevallen, terwijl de zwaardere problematiek geheel aan justitiële inrichtingen wordt doorgegeven.” Gevolg was en is dat in die inrichtingen veel jongeren zitten (tot 80 procent) met ernstige stoornissen, die niet adequaat behandeld worden.

Door verandering in regelgeving en bereidheid bij deskundigen om deze kritiek ter harte te nemen, is gaandeweg een inhaalslag op gang gekomen. Nu ook het Bureau Jeugdzorg hiervoor kan indiceren, hebben AWBZ-gelden hun weg gevonden naar de behandeling van een bredere groep van kinderen met stoornissen.

Blijkens een interview in NRC Handelsblad van 28 mei ziet Bussemaker deze inhaalslag met lede ogen aan en gaat zij proberen om het waarschijnlijk veelal terechte beslag van de jeugdzorg op AWBZ- middelen als oneigenlijk gebruik te kwalificeren en op die manier terug te dringen. Dat de straks weer onbehandelde jongeren massaal in de Wajong terechtkomen - waar minister Donner ze dan weer probeert uit te kieperen - zal haar kennelijk een zorg zijn.

Opmerkelijk is dat in diezelfde editie van NRC Handelsblad secretaris-generaal van VWS en Jeugd en Gezin Geert van Maanen minister Rouvoet verdedigt tegen kritiek van de Algemene Rekenkamer. Van Maanen legt uit, dat het grote voordelen heeft dat Rouvoet ambtenaren op diverse locaties heeft waardoor samenwerking efficiënt kan verlopen. Hijzelf heeft volgens mij de beleidsambtenaren van de AWBZ en die van de jeugdgezondheidszorg allebei onder zich. Als Rouvoet hem nu eens instrueert om de AWBZ-ambtenaren van Bussemaker samen met de jeugdzorgambtenaren van Rouvoet grondig te laten exploreren welke tekorten er allemaal zijn die eigenlijk door de AWBZ-doelstellingen bestreken worden, voordat iemand rare dingen gaat roepen over oneigenlijk gebruik. Misschien zou dan een instelling als PRISMA geen 700 gedragsgestoorde jongeren op haar wachtlijst hebben, welke groep door de voorgenomen inperkende maatregelen van staatssecretaris Bussemaker alleen maar zal groeien.