Oude vaders en telomeren

Foto AFP A middle aged man holding a baby. Jupiterimages

‘Kinderen van oudere vaders leven langer’, berichtten verschillende media vorige week. Deze krant niet. ‘De kinderen van oudere vaders hebben een langere telomeerlengte en zijn daardoor beter en langer bestand tegen de beschadigingen die bij elk persoon uiteindelijk leiden tot de dood. [...] Wetenschappers van het Universitair Medisch Centrum Groningen hebben het onderzoek uitgevoerd’, stond bijvoorbeeld gisteren nog op nu.nl. Telomeren zijn de uiteinden van het DNA; ze worden in de loop van het leven korter.

Maar in een deel van de media werd het bericht gevolgd door een rectificatie: het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde had een verkeerd persbericht doen uitgaan naar aanleiding van een artikel van vier Groningse onderzoekers in het nummer van 31 mei. Een persbericht was gemaakt door een pr-medewerker dat de redacteuren van het tijdschrift ‘pijn aan de ogen heeft gedaan’, zoals het Parool schreef. Dat persbericht ging namelijk over slechts twee zinnen in het artikel van de Groningers – en die twee zinnen verwezen naar een onderzoek van Gentenaren, vorig jaar gepubliceerd in Human Molecular Genetics, waaruit bleek dat kinderen van oudere vaders langere telomeren hebben.

Dat betekent overigens ook nog niet dat kinderen van oudere vaders per definitie langer leven, aldus Tim de Meyer van het Gentse onderzoek. ‘Wij concluderen echter op geen enkele manier iets over de levensverwachting van de kinderen’, laat hij per e-mail weten. ‘Wel is het zo dat er in de literatuur mogelijke associaties zijn tussen telomeerlengte en overleving, maar dit is nog een onderzoeksdomein in evolutie. Het is hierbij absoluut onbekend of er sprake is van causaliteit. Bovendien is het zo dat bij oudere vaders de DNA-schade in de spermacel-voorlopers toeneemt, wat eerder voor nadelige effecten zou kunnen zorgen. De rapportering in de media was wat kort door de bocht. Er mag absoluut niet worden vanuit gegaan dat het beter is om als vader op latere leeftijd kinderen te krijgen.’

Maar goed, daar ging het onderzoek van de Groningers dus niet over. Wat de Groningers wél hebben ontdekt, is dat patiënten met hartfalen en hart- en vaatziekten kortere telomeren in hun witte bloedcellen hebben dan gezonde mensen. Prof.dr. D.J. van Veldhuisen, een van de Groningse auteurs: “Telomeren zijn de buitenste delen van het DNA. Ze herstellen het DNA. Maar ze worden in de loop van je leven korter. En onder bepaalde omstandigheden kunnen ze versneld verkorten. Wij zijn nu de eersten in de wereld die een verband met hartfalen hebben aangetoond. De vraag is wel: is die ziekte de oorzaak van de kortere telomeren of het gevolg?” De metingen aan witte bloedcellen zijn wat dat betreft misschien wat minder betrouwbaar dan die aan telomeren in hartspiercellen, of aan stamcellen in het beenmerg, vertelt Van Veldhuisen – witte bloedcellen raken bij infecties gemakkelijk beschadigd. Maar die andere cellen zijn in de praktijk weer moeilijker te onderzoeken.

De Groningers zijn ook met longitudinaal onderzoek bezig, vertelt Van Veldhuisen: ze volgen sinds 1997 een groep mensen. “Als je in kaart kunt brengen wat maakt dat telomeren sneller verkorten, dan zou je iets heel belangrijks in handen hebben. Het voorkómen van veroudering is iets waar iedereen al sinds mensenheugenis mee bezig is – vandaar ook al die commotie van vorige week.”