Onrust in de kiosk

Het zijn barre tijden voor de opinietijdschriften. Alleen Elsevier bloeit, maar niet dankzij opinie.

Hallo Marijke, vaarwel Opinio. Het gaat beter met de egoglossy’s dan met de opinieweekbladen. Na Felderhof, Linda, Gullit en andere bladen over BN’ers verscheen dinsdag een tijdschrift over societyprinses Marijke Helwegen. Een dag eerder trok investeerder Roel Pieper de stekker uit het links-conservatieve weekblad Opinio. Het aantal opiniebladen dreigt nog verder te dalen. HP/De Tijd heeft zo weinig advertenties dat uitgeverij Audax het blad tweewekelijks wil maken. De hoofdredactie kwam dinsdag met een tegenplan: wekelijks, met de helft van de redactie en een betere advertentieverkoop.

Het is onrustig in de kiosk. Met name in het vak van de opinietijdschriften. Alleen het strak geformatteerde en servicegerichte Elsevier doet het onverminderd goed. De oplage groeide vorig jaar tot meer dan 150.000 exemplaren. Toch wil moederbedrijf Reed Elsevier van de titel af, want Elsevier past niet meer bij de beter renderende wetenschappelijke uitgaven.

De rest van de opinieweekbladen kwakkelt. De Groene Amsterdammer heeft zijn niche gevonden, in lezers en in (culturele) adverteerders, maar de oplage ligt dicht tegen het bestaansminimum. Vrij Nederland, waarvan hoofdredacteur Emilie Fallaux deze week bekend maakte dat hij volgend jaar met pensioen gaat, verloor in tien jaar een derde van zijn oplage. HP/De Tijd is redelijk stabiel rond 40.000 stuks – met een piek begin 2003 door de Margarita-affaire – maar doet het vooral commercieel slecht. Audax eist forse bezuinigingen. Het anderhalf jaar oude Opinio ging deze week failliet. Investeerder Pieper ziet geen economische toekomst voor het blad. De oplage bleef steken op 5.000 exemplaren terwijl er minimaal 15.000 werden beoogd. Hoofdredacteur Jaffe Vink zoekt nieuwe financiers voor een doorstart van het blad. „We zijn nu gevallen, maar we staan weer op. We zijn niet gesneuveld.” HP/De Tijd schiet volgende week te hulp: het brengt een Opinio-katern met kopij die was blijven liggen. Eenmalig, op roze papier.

Waarom hebben de meeste opinietijdschriften niet meer de invloedrijke positie van pakweg dertig jaar geleden? Hoofdredacteuren Jaffe Vink (Opinio), Henk Steenhuis (HP/De Tijd), Emile Fallaux (Vrij Nederland) en Xandra Schutte (De Groene) en plaatsvervangend hoofdredacteur René van Rijckevorsel (Elsevier) beantwoordden vijf vragen over de opiniebladen.

1. De opinieweekbladen ondervinden veel concurrentie van de dagbladen. Lezers krijgen vrijdag en zaterdag zoveel bijlagen bij hun krant dat ze nauwelijks meer tijd overhouden voor een opinietijdschrift. Welke meerwaarde bieden opiniebladen boven opiniebijlagen van kranten?

De opiniebladen kunnen juist profiteren van de grote leeslast van de kranten, vinden Van Rijckevorsel en Henk Steenhuis „De weekendkranten zijn een pak papier dat rauw op je maag valt. Een goed en niet te dik weekblad dat de juiste selectie maakt uit de onderwerpen ‘die er toe doen’ biedt zijn lezer in relatief korte tijd een overzicht van de zaken die voor hem van belang zijn”, zegt Steenhuis van HP/De Tijd. Van Rijckevorstel: „De lezer heeft het druk en daar moet je je blad naar inrichten. Wij proberen hem te helpen om orde te scheppen in zijn opinies en zijn leven, met servicegerichte verhalen en onderzoeksjournalistiek.”

Schutte (De Groene) vindt dat de opiniepagina’s van dagbladen „alle kleuren” vertonen en noemt een opinieblad „specifieker” met een „duidelijker identiteit”. Volgens Fallaux (VN) moeten de weekbladen nuttig en nodig zijn. „Dat moet altijd dieper en verder gaan dan de krant, en uitgesprokener dan de meeste dagbladen zich willen veroorloven. Het blad moet het waard zijn langer te bewaren dan de krant.”

Vink van Opinio vindt dat de opiniebladen terugmoeten naar hun basis: opinie. „Helaas hebben die bladen hun opiniërende rol verwaarloosd. Vrij Nederland en HP/De Tijd zijn verworden tot halve glossy’s met gekook en gereis en human interest.”

2. Post-modern of sociaal-democratisch? Liberaal-conservatief of libertijns? Welke opinieblad heeft de duidelijkste identiteit en in hoeverre bepaalt deze zijn succes?

Een heldere journalistieke koers en een consequente bladformule bepalen tegenwoordig meer de identiteit van een opinieblad dan een ideologie of partijprogramma, menen de hoofdredacteuren. „De tijden zijn voorbij dat we in één adem werden genoemd met de VVD en de AVRO”, zegt Van Rijckevorsel van Elsevier. „Maar met zo’n geschiedenis moet je niet proberen van Elsevier een GroenLinks-blad te maken.” Met het DNA van een blad moet je niet rommelen, zegt Fallaux van VN. Vink (Opinio): „Een opinieblad moet een scherp debat voeren over de grote thema’s van deze tijd. Uiteindelijk gaat het erom dat het blad een ziel heeft.”

Opinio was duidelijk, maar te beperkt, vindt Fallaux (VN). „Een one issue-blad dat week-in, week-uit ten strijde trok tegen het multiculturalisme. Dat ging snel vervelen.” VN is een aantal jaren zoekende geweest, beaamt Fallaux. „Dat kwam door de heroriëntatie van de sociaal-democratie waarin het blad zijn wortels heeft. De harde kern van trouwe progressieve abonnees wordt nu langzaam aangevuld met sociaal-liberale jongeren. HP/De Tijd is nu het minst duidelijk.” Steenhuis (HP) bestrijdt dat. Hij koestert zijn onafhankelijkheid. „Wij hebben helemaal niets te schaften met welke zuil dan ook. Maar het is lastig om op zo’n manier te werken. Het vergroot de herkenbaarheid op de lezersmarkt niet als een blad nogal pragmatisch te werk gaat. Wie weet missen we zo ook een schare lezers die de werkelijkheid graag beschreven ziet langs de lijnen van hun oude levensovertuiging.”

3. Het publieke debat, met name het nieuw-rechtse discours, lijkt zich te hebben verplaatst van de opiniebladen naar populaire websites als Geen Stijl en Het Vrije Volk. Heeft de snelle reactie op internet de doorwrochte mening op papier vervangen? Is het web een betere plek voor opinie en debat dan een tijdschrift?

Volgens de hoofdredacteuren kunnen de opiniebladen zich juist onderscheiden dankzij de vele meningen op internet; op fora en weblogs. „Nu iedereen blogt en iedereen overal zijn mening over spuit, is de mening vaak geen cent meer waard. Je wordt horendol van het impulsieve getetter”, zegt Fallaux (VN). Volgens Van Rijckevorsel is er „na al die meninkjes op internet” juist behoefte aan de mening van Elsevier.

Vink van Opinie denkt dat er behoefte is en blijft aan artikelen met „essayistische slagkracht en persoonlijke stellingname”. „De opiniebladen kunnen enig zicht geven in de zee van al die meningen. Het is alleen de kunst om goede schrijvers aan een blad te binden die een duidelijk, herkenbaar profiel hebben.”

Fallaux denkt dat artikelen beter tot hun recht komen op papier: „Lange ingewikkelde stukken lees je niet graag op het internet, je kan ze printen, maar als je dat vaak doet is het een tijdrovend gedoe met lelijke pakken papier. Een goede redactie zal in toenemende mate het aanbod scannen, selecteren, en presenteren, en het ook gebruiken als research voor verhalen waar de lezer meer aan heeft dan wanneer deze zelf een avond onderduikt in de meningensoep in cyberspace.”

Steenhuis vindt het een misverstand dat een opinieblad „barstensvol opinies” zou moet staan. „In een goed weekblad komen alle genres die er zijn tot hun recht en wordt gewoon op hoog niveau journalistiek bedreven. Artikelen met de ambitie om behind closed doors te gaan.”

4. De oplage van Elsevier groeit terwijl de andere weekbladen die zich richten op een ‘rechtsige’ doelgroep, HP/De Tijd en Opinio, nu in hun voortbestaan worden bedreigd. Hoe kan dat? En hoe zit dat op links?

Een strak format, veel service, gemaakt vanuit de lezer, meer een magazine volgens alle wetten van dat genre dan een opinieblad. Daarom is Elsevier een succes, menen de vier concurrenten. „Maar”, zegt Steenhuis, „Elsevier is een formule, HP een optelsom van eigengereide auteurs. Ik denk dat menige Elsevier-redacteur jaloers naar andere weekbladen kijkt waar de auteurs veel meer hun stempel op hun journalistieke werk kunnen drukken. Desalniettemin: als Elsevier nog niet bestond, zou het snel moeten worden uitgevonden.”

Het gaat erom dat je een consistent en goed blad maakt, vindt Schutte (De Groene). „De bladen die nu in de problemen zijn – Opinio, HP/De Tijd en Vrij Nederland – hebben in korte tijd heel veel veranderd. Die hebben ook de moeilijkste opdracht: veel van hun (linkse) lezers zijn afgehaakt en ten gunste van de kwaliteitskranten. In de jaren zeventig was VN het blad met de meest spraakmakende inhoud. Nu kan je dergelijke verhalen overal vinden.”

Fallaux (VN): „Vrij Nederland bracht de lezer in verwarring door te zwalken naar postmoderne sferen, maar probeert nu de aansluiting met progressieve lezers te herstellen. HP/De Tijd dreef even mee op de populariteit van Elsevier-columnist Pim Fortuyn, maar bleef steken in een onhebbelijke toon en afzeikjournalistiek die nu uit de gratie is.”

5. Het is dringen op de advertentiemarkt. Gratis kranten en special interestbladen vissen in dezelfde vijver als de betaalde kranten en de opiniebladen. Voor hoeveel opinietijdschriften is – zakelijk gezien – plek in Nederland?

Voor twee of drie goede bladen, denkt Van Rijckevorsel. „Vroeger was het gemakkelijker om ons te positioneren. Toen hadden we slechts te maken met de andere bladen, nu komt de concurrentie ook van kranten en websites.”

Duidelijk is dat lezers én adverteerders graag een blad zien met een herkenbare identiteit en met evident nut, meent Fallaux (VN). „Er zijn zo’n driehonderd publiekstijdschriften in Nederland, bijna allemaal niche-bladen. De spoeling is dun.” Hij en collega Steenhuis van HP verwachten dat de advertentiemarkt weer zal aantrekken.

Vink (Opinio) denkt dat er ruimte is voor twee tot drie echte opiniebladen, maar die zouden dan wel gebruik moeten maken van kleinere, schrijvende redacties. „ Het model zou moeten zijn: een kleine, sterke eindredactie. Die vraagt schrijvers, filosofen en wetenschappers. En huisvrouwen, zou Gerard Reve zeggen.”

Lees de integrale antwoorden van de vijf hoofdredacteuren op nrc.nl/media.