Omvang ontwikkelingshulp zegt niets over het belang

`Ontwikkelingshulp is volslagen marginaal` stond boven het vraaggesprek met oud-diplomaat Van Dam in deze krant op 29 mei. Controle zou zinloos zijn. Tweede Kamerleden en ontwikkelingsdeskundigen zouden de aansluiting op de realiteit totaal missen. Belangengroepen zouden geen baat hebben bij discussie. Tegelijk gaat het om een marginaal bedragje dat wij uitgeven aan ontwikkelingshulp.

Met alle respect voor de verdiensten van Van Dam als één van de bekendste analytici van ontwikkelingsbeleid in de jaren 60 en 70, vind ik deze uitspraken toch misplaatst. Ontwikkelingssamenwerking is weliswaar gering in vergelijking met handel, bedrijfsinvesteringen en de investeringen van arme landen in hun eigen toekomst, maar relatief geringe omvang zegt niets over het belang. In een wereld met een miljard mensen die dagelijks door honger, malaria en andere vermijdbare ziekten worden bedreigd, zijn de inspanningen die aan te pakken nog veel te gering. Voor degenen die wél doeltreffende hulp ontvangen is dat niet marginaal, maar juist cruciaal.

Controle op de uitgaven is van groot belang om de effectiviteit te verhogen. Er vindt in Nederland al decennialang een grondige discussie plaats over denkbare verbeteringen van hulpvormen en prioriteiten. Er zijn helaas maar weinig landen waar die discussie zo intensief en vernieuwend is als in Nederland.

Belangengroepen zouden geen baat bij discussie hebben? Zij jagen die discussies juist steeds aan. Trouwens: wat wordt bedoeld met `belangengroepen`? De velen die met grote of kleine samenwerkingsprojecten bezig zijn, als professional of onbetaalde vrijwilliger? Zij gaan het gesprek maar al te graag aan. Is er een belangrijker onderwerp dan verbetering van het lot van de bottom billion?