Nederlandse rechter kent EU-wet niet

Nederlandse rechters weten onvoldoende van Europese wetgeving en de consequenties ervan voor het Nederlandse strafrecht.

Daardoor houden ze in hun uitspraken te weinig rekening met Europese jurisprudentie. In de praktijk kan dat leiden tot gerechtelijke dwalingen, verkeerde taxaties bij uitspraken over mensenrechten en zelfs klassejustitie.

Deze ook door rechters zelf gedragen kritiek is gisteren geuit op een studiedag van de rechtbank Amsterdam.

De Hoge Raad vernietigt de laatste jaren steeds meer uitspraken van lagere rechters omdat die onvoldoende sporen met Europese regels.

Klassenjustitie dreigt, waarschuwde P. de Grave, advocaat-generaal bij het Amsterdamse gerechtshof, onder meer betrokken bij beursfraudezaken. „De verdachten die ik tegenkom, kunnen het zich financieel permitteren in Europees recht gespecialiseerde advocaten in te schakelen. Andere verdachten niet. Klassejustitie mag het eindstation niet zijn.”

Volgens De Grave dreigen burgers ten onrechte te worden veroordeeld omdat rechters het recht niet kennen. Ook bij het Openbaar Ministerie schort het volgens hem aan kennis. „Dat is écht een probleem. Want het Europese recht biedt ook regels die verdachten kunnen ontlasten.”

De Grave ziet de problematiek aan de rechtsstaat raken. „Het raakt namelijk het recht om door competente rechters gevonnist te worden. Dat is een fundamenteel mensenrecht. Als dat niet verandert, zal de geschiedschrijving over vijftig jaar niet mild over ons oordelen.”

Volgens H. Pieters, officier van justitie en lector strafrecht, hebben Nederlandse rechters binnen de EU een beruchte reputatie opgebouwd. Zij geven in hun vonnissen eigen interpretaties over de strekking en werking van Europese kaderbesluiten, zoals het Europees Arrestatiebevel, die in andere lidstaten de wenkbrauwen doen fronsen. Nederlandse rechters, aldus Pieters, „leggen maatstaven aan die niet overeenkomen met verplichte en overal geaccepteerde Europese regels”.