NACHTANGST

In Bern is een grote overzichtstentoonstelling van Zwitserlands omstreden nationale schilder Ferdinand Hodler. Hij schilderde sombere symbolische doeken en stralende berglandschappen.

Ferdinand Hodler, Bezauberter Knabe, 1894 Öl auf Leinwand, 106 x 70 cm Kunsthaus Zürich, Depositum der Gottfried Keller-Stiftung Kunsthaus Zürich, Depositum der Gottfried Keller-Stiftung

Van Ferdinand Hodler krijgen de Zwitsers nooit genoeg. Bijna jaarlijks is in dit Alpenland wel een kleine of grote tentoonstelling aan de ‘nationale schilder’ gewijd. Deze zomer is in Bern de grootste overzichtsexpositie ooit te zien, tot begin augustus zijn 150 schilderijen van Hodler (1853-1918) in het Kunstmuseum, een statig negentiende-eeuws gebouw in het oude centrum van de stad. Het museum ligt ook nog aan de Hodlerstrasse.

Slaapverwekkend? Nee. Nationale symbolen worden vaak pas interessant als ze dubbelzinnig zijn. Nog mooier wordt het, als er lang na hun dood nóg om ze gevochten wordt. Dat is bij Hodler het geval: hij was al omstreden aan het begin van zijn kunstenaarscarrière, en nu is er nog steeds is er discussie over de vraag waar de man nu precies in uitblonk.

Hodler – die straatarm werd geboren in Bern en steenrijk stierf in Genève – leefde in een artistiek woelige tijd: belangrijke stromingen in de schilderkunst volgden elkaar op. Zijn werk weerspiegelt dat. Hij was als een spons die alles in zich opzoog en losliet wat hij niet gebruiken kon. Vandaar dat niemand precies kan zeggen waar hij voor ‘stond’. De een noemt hem een modernist. Een ander roemt zijn Alpenlandschappen, waarvan er een aantal in de categorie ‘realisme’ valt. Voor een derde is Hodler juist een symbolist pur sang. Een vierde ziet het liefst zijn (zelf)portretten.

Zelfs politici ruziën nog over Hodlers werk. Bij de officiële opening van deze tentoonstelling, begin april, bleef de socialistische burgemeester van Bern demonstratief weg. De rechtse populist en miljardair Christoph Blocher, die een aantal Hodlers uit zijn eigen collectie aan het Kunstmuseum had geleend, stond namelijk op de sprekerslijst.

Hodler zelf zou deze controverse, die in de pers breed werd uitgemeten, geweldig hebben gevonden. De meeste bezoekers vinden het nogal kinderachtig, zo blijkt. Maar de vete houdt Hodler actueel en fris. Ze moedigt mensen aan om in Bern langs de ruim 150 schilderijen te wandelen en zich af te vragen welke fase in zijn werk zíj het mooist vinden – of het lelijkst. Er hangt hier van alles: vroeg realistisch werk, symbolistisch werk, doeken waarin alles horizontaal en verticaal spiegelt (‘Parallellismus’, noemde Hodler dat), maar ook expressionistische schilderijen van de Mont Blanc en het meer van Genève, en in de kelder een aangrijpende serie over het sterfbed van Valentine Godé-Darel, zijn muze en laatste geliefde, die aan kanker bezweek.

De curator, Katharina Schmidt, weet alles van het symbolisme. Anders dan op de Hodler-tentoonstelling in Parijs vorig jaar, in het Musée d’Orsay, die vooral Hodlers ‘modernisme’ moest benadrukken, zijn er in Bern veel allegorieën te zien. Dit zijn schilderijen waarin zwart staat voor de dood, een vrouw voor vruchtbaarheid of liefde, een jongetje voor onschuld, enzovoorts. Alle onnodige details ontbreken.

Achter deze schilderijen zitten vaak interessante anekdotes. Neem een van de bekendste doeken in deze categorie, ‘Die Nacht’. Dit schilderij heeft, met de voorstudies ervan, een prominente plek gekregen in het Kunstmuseum. Er worden naakte mensen op afgebeeld die liggen te slapen, onder wie Hodlers vrouw en zijn minnares. In het midden ligt een man – Hodler zelf – die wakker schrikt van een gedaante onder een zwarte lap die bovenop hem zit. Het is een uitbeelding van nachtangst: het zwarte spook is de dood. Hodler schilderde dit in 1891. Het doek werd prompt voor een expositie in Genève geweigerd, ‘uit zedelijke, niet-kunstzinnige overwegingen’. Hodler was toen zo arm als een kerkrat. Maar hij huurde een goedkoop kamertje, hing ‘Die Nacht’ daar op en vroeg alle bezoekers één frank om het te bezichtigen. Zo verdiende hij 1.300 frank. Daarmee reisde de omstreden kunstenaar naar Parijs om zijn droom te verwezenlijken: beroemd worden. Hij was zo slim om het schilderij mee te nemen. De Parijzenaars, die van het schandaal hadden gehoord, stelden het onmiddellijk tentoon.

Hodler maakte veel voorstudies, zeker van de symbolistische werken waarin ieder lijntje telde. Die voorstudies verkocht hij vaak apart. Hij knipte ze soms zelfs uit elkaar, zodat hij er twee kon verkopen. De curator van het Kunstmuseum liep drie jaar stad en land af om zoveel mogelijk voorstudies te vinden. Daardoor ontstaat er voor het eerst een overzicht van hoe Hodler werkte. Er hangen hier helften van schilderijen naast elkaar die al honderd jaar niet meer in één ruimte zijn geweest.

Hodler werd geboren in een gevangenis, waar zijn moeder kok was. Zij kreeg daar tbc. Bijna al Hodlers familieleden stierven aan deze ziekte – vandaar dat nachtangst en doodsangst voor hem snel samenvallen, als in ‘Die Nacht’. Hij begon zijn loopbaan als huisschilder, maar besloot al spoedig kunstenaar te worden. Hij ging te voet naar Genève omdat hij dacht dat Franstalige schilders minder strenge meesters waren dan Duitstalige. Onderweg keek hij eens onder zijn benen door en zag bergtoppen in een meer spiegelen – zo ontstond het parallellisme, dat hem nog jaren bezig zou houden. In Genève wilde niemand Hodler in de leer nemen omdat hij er zo verlopen uitzag. Dus ging hij in een museum zitten en kopieerde net zo lang landschappen tot een lokale schilder zijn talent en doorzettingsvermogen opmerkte, en zich over hem ontfermde.

Zo werkte Hodler zich met wisselende dosissen geluk en vastberadenheid uit de armoe omhoog. Zijn zelfportretten, waarvan er in Bern ook een aantal te zien is, tonen een groeiend zelfvertrouwen en op het laatst zelfs een grijns. Zijn ultieme trots was dat de Duitse keizer hem op een vernissage in Berlijn in 1914 begroette met de woorden: ‘Es gibt Kaiser und Könige. Aber nur einen Ferdinand Hodler!’ Vlak daarna begon de Eerste Wereldoorlog. Hodler verspeelde zijn Duitse opdrachten door vierkant achter de Fransen te gaan staan.

Meteen na de oorlog stierf hij, 65 jaar oud en nog boordevol plannen. Zelfs wie de symbolistische fascinatie van de curator in Bern niet helemaal deelt, moet toegeven dat het jammer is dat Hodler niet nog meer heeft kunnen schilderen. Nóg meer fases, nóg meer argumenten in de controverse. Hodler had het zelf prachtig gevonden.

‘Ferdinand Hodler; Eine Symbolistische Vision’, Kunstmuseum Bern. Tot 10 augustus (maandag gesloten). www.kunstmuseumbern.ch

Caroline de Gruyter woonde onder meer in Gaza, Jeruzalem en Brussel. Sinds 2004 is zij correspondent voor NRC Handelsblad in Genève.