Naar Tokio voor Fischer

Anatoli Karpov - Viktor Kortchnoi, 4de Pivdenny Bank Chess Cup, Odessa

Het laatste nummer van het blad Matten, dat kort geleden uitkwam, is voor een groot deel aan Bobby Fischer gewijd. Een van de artikelen gaat over de pogingen die Anatoli Karpov ondernam om toch nog een match tegen Fischer te spelen, nadat in 1975 hun officiële match om het wereldkampioenschap was afgelast wegens de extreme eisen en absolute onverzettelijkheid van Fischer.

Kort na de dood van Fischer, in januari van dit jaar, sprak Karpov met Dirk Jan ten Geuzendam over zijn ontmoetingen met Fischer, eerst in 1976 in Tokio en later in Madrid en Cordoba.

In 1977 ontmoetten ze elkaar voor het laatst in Washington. Het contract voor een match op de Filippijnen lag op tafel. Campomanes garandeerde een prijzengeld van minstens vijf miljoen dollar. Ze pakten hun pen, Karpov begon zijn handtekening te zetten, maar toen schroefde Fischer zijn eigen pen weer dicht. Toch maar niet.

Het laatste onoverkomelijke twistpunt dat er was overgebleven, ging over de naam van de match. Fischer wilde dat die het Absolute Wereldkampioenschap voor Schaakprofessionals zou heten, en de Russen wilden dat niet.

Aan het eind van hun gesprek vroeg Ten Geuzendam aan Karpov wat hij er van vond dat veel mensen Fischer als de grootste schaker aller tijden beschouwen.

Karpov had er een schamper lachje voor. Die mensen mochten denken wat ze wilden, maar het was duidelijk dat hij zichzelf als de grootste beschouwde. Hij had immers bijna alle records binnen. De meeste matches gewonnen, de meeste toernooioverwinningen en het beste resultaat uit de geschiedenis, in het toernooi van Linares 1994.

Dat resultaat was inderdaad geweldig. Tegen de wereldtop van die tijd scoorde Karpov 11 uit 13. Hij had 2,5 punt meer dan Kasparov en Shirov en 4 punten meer dan het jonge talent Kramnik.

Wordt Fischer dan overschat? vroeg Ten Geuzendam. Karpov antwoordde: „Nee, hij wordt juist beoordeeld, maar ze onderschatten mij. Ik zou niet weten waarom.”

Het is zeker waar dat Karpov vaak onderschat is. Een kras voorbeeld daarvan was wat Kasparov in 1998 zei, in Praag, waar hij toen een vriendschappelijke match tegen Jan Timman speelde.

Kasparov sprak met een paar mensen over Karpov en Kortchnoi en maakte toen de verbluffende opmerking dat Kortchnoi, die toen al 67 jaar was, in een revanchematch tegen Karpov betere kansen zou hebben dan vroeger. Misschien was het meer valsheid dan eerlijke onderschatting van Karpov.

Sindsdien hebben Karpov en Kortchnoi acht keer tegen elkaar gespeeld. Karpov won vier keer (weliswaar in rapidpartijen en vluggertjes, maar ze tellen toch) en maakte vier keer remise.

Hun laatste twee partijen waren in het Pivdenny Bank rapidtoernooi dat van 30 mei tot 1 juni in Odessa werd gespeeld. Al spelen ze niet meer om het wereldkampioenschap zoals in 1978 en 1981, Karpov-Kortchnoi is nog steeds iets waar de schaakwereld met meer dan normale aandacht naar kijkt.

Karpov won hun eerste onderlinge partij en de tweede werd remise.

In het toernooi eindigde Karpov een half punt achter de winnaars, dus hij kan het nog.

Anatoli Karpov - Viktor Kortchnoi, 4de Pivdenny Bank Chess Cup, Odessa

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. Dc2 d6

Bijna iedereen doet hier tegenwoordig:

4. .. 0-0 5. a3 Lxc3+ 6. Dxc3 c5 7. Pf3 0-0 8. dxc5 dxc5 Dit lijkt me geen goede variant voor zwart, want in deze vrij open stelling moet wits loperpaar op den duur een troef zijn. 9. b4. Karpov pakt het wat scherper aan dan met het het bescheiden zetje 9. e3 dat een paar keer gespeeld is.

9...Pc6 10. Lb2 Db6 11. b5 Pd4 Dit is te optimistisch. Hij had 11...Pe7 moeten doen. Na 12. 3 a6 13. a4 axb5 14. axb5 staat wit dan iets beter. 12. Pxd4 Pe4. Het was natuurlijk niet Kortchnoi's bedoeling om na 12...cxd4 13. Dxd4 een gezonde pion achter te staan, maar het stukoffer dat hij brengt is niet correct. 13.De3 Da5+ 14.Kd1 Da4+ 15.Db3 Da5

Na 15...Dxb3+ 16.Pxb3 Pxf2+ 17.Ke1 Pxh1 18.g4 staat wit ook gewonnen.

16.De3 Da4+ 17.Pb3 Na eerst even de zetten herhaald te hebben vindt Karpov nu de juiste methode. 17...Pxf2+

Zwart had nog een paar pionnen voor zijn stuk kunnen krijgen met 17...Dxc4 18.Ke1 Dxb5 19.Dxe4 Dxb3, maar na 20. Tb1 zou hij volstrekt hopeloos staan. 18.Ke1 Het leek nog even wat voor zwart, want na 18. Dxf2 Dxb3+ 19. Kc1 Td8 20. De1 e5 zou hij een geweldige aanval hebben en 18. Kd2 Dxc4 zou tot een onduidelijke stelling leiden. 18...Pxh1 Dit was natuurlijk zwarts bedoeling. Er was geen weg terug meer, want na 18...Pe4 19. Dxe4 Dxb3 20. Tb1 wint wit makkelijk. 19.Dc3

Een bittere pil voor zwart. Zwart gaf op, want na 19...f6 20.Pxc5 zou hij zijn dame verliezen.

Dit is een uitgebreide versie van het expertblog van Hans Ree, die door ziekte zijn gebruikelijke rubriek niet kon schrijven.