Mijn Wajong-dochter wil dolgraag werken

Het artikel `Donner bedoelt het goed met de Wajong, maar komt met de verkeerde oplossing` (Opinie & Debat, 31 mei) is mij uit het hart gegrepen. Als ouder van een 23-jarige dochter met een Wajong-uitkering spreek ik uit ervaring. Op het moment dat Donner zijn plannen bekendmaakte, kreeg mijn dochter te horen dat ze niet als helpende in de zorg kon gaan werken. Haar begeleidster op het werk verwacht dat mijn dochter in het komende half jaar een contract aangeboden kan worden, maar van de arbeidsdeskundige van het UWV mag de kennismakingsperiode slechts drie maanden duren. Als het binnen die tijd niet lukt, is de Wajonger ongeschikt voor het werk. Hiermee wordt mijn dochter voor de zoveelste keer op een zijspoor gerangeerd en is zij gedoemd werkloos thuis te zitten. Terwijl ze juist zo graag werkt in de zorg.