Met zwakke prestaties in klassieke talen heeft het gymnasium geen bestaansrecht meer

Steeds meer gymnasiasten verwaarlozen Grieks en Latijn want ze vinden het maar saai, ontdekt Maarten Huygen.

Voor de kinderen die uit het gymnasium zijn geloot, is er een schrale troost. Op gymnasiumafdelingen van scholengemeenschappen zijn de klassen voor Latijn en Grieks meestal kleiner. Een lesgroepje van vijftien leerlingen is daar niet ongewoon. Bij een scholengemeenschap vallen de ongemotiveerde leerlingen namelijk gewoon af en doen ze atheneum. Maar leerlingen op één van de 37 zelfstandige gymnasia in het land moeten minstens één klassieke taal met zich meeslepen tot het eindexamen. Anders moeten ze naar een andere school en dat willen ze niet.

Dat er weinig animo is voor de klassieke talen blijkt uit de resultaten. Op ruim de helft van de zelfstandige gymnasia ligt het gemiddelde cijfer voor Latijn op het centrale examen onder de zes constateerde de Inspectie van het Onderwijs in zijn laatste verslag. Bij de kleinere groep die Grieks doet, ligt het gemiddelde iets hoger. De gulle puntentelling in de eigen schoolonderzoeken krikt de beroerde cijfers omhoog.

Latijn en Grieks zijn nu eenmaal veel minder populair dan het gymnasium zelf. Terwijl ouders voor de poort liggen en kort gedingen aanspannen om hun kinderen toegelaten te krijgen, is de klassieke kern van de opleiding aangetast. Het gaat dit gretige publiek om de beste school in de streek en het maakt minder uit wat voor vakken daar worden gegeven. Als Rubik’s kubus zou worden bestudeerd, zou het ook wel best zijn. Als het maar het beste is.

Jessica Kuitenbrouwer, derdeklasser van het Stedelijk Gymnasium in Hilversum, kan daarover meepraten. Gymnasiasten zoeken het hogerop. Maar zij is wel slechts één van de twee leerlingen van de 170 die volgend jaar in de vierde klas zowel Grieks als Latijn willen gaan doen. De rest laat één van de twee vakken vallen. ‘Saai, saai, saai’, is het oordeel van de meesten.

Alwies Cock, voorzitter van de Vereniging Classici Nederland, heeft leerlingen op zijn gymnasium in een scholengemeenschap die aankondigen dat ze niet hun best meer doen voor hun eindexamen Latijn. Als ze zakken, krijgen ze altijd nog hun atheneumdiploma. Zelf ben ik gymnasiumliefhebber. Als ouder en als ex-leerling kan ik de run op die school wel begrijpen. Gymnasia zijn bolwerken tegen onderwijsvervlakking geworden, vestingen tegen de jarenlange politieke stormloop op alles wat zich wilde verheffen. Scholen van bescheiden afmetingen die stand hielden tussen samenklonterende molochs die in de naam van marktwerking zoveel mogelijk keuzemogelijkheden voor ouders en kinderen in het onderwijs wilden uitsluiten. Gymnasiasten zijn meer gemotiveerd dan gemiddeld en halen hogere cijfers dan andere vwo’ers. Het is wel waar dat gymnasia met hun culturele eisen het minder goed doen onder recent gearriveerde etnische minderheden. Maar dat mag geen reden zijn om die eisen dan maar overboord te kieperen. Op den duur zullen ook die minderheden van de gymnasiale verworvenheden kunnen profiteren.

Helaas komen juist de specifieke gymnasiumvakken in gevaar. De topscholen die door jaren actievoeren van ouders en leraren tegen de politieke tegenwind in zijn behouden en zelfs groeien, verliezen nu hun eigenlijke reden van bestaan. Bij de laatste onderwijshervorming hebben scholen heel wat uren Grieks en Latijn geschrapt. Rectoren zeggen dat klassieke talen niet meer tot de core business van het gymnasium horen. Daar zit geen woord Latijn meer bij.

Het was om die crisis dat ik donderdag in een zaaltje vlakbij het station van Amersfoort een bijeenkomst van de Stichting Leerplanontwikkeling over de klassieke talen bezocht, of beter gezegd overviel. Ik zou graag hebben gepraat met de groep van zo’n vijftien classici uit allerlei geledingen die hier op een donderdagavond in hun vrije tijd in een zaaltje bij een broodje over betere leerplannen vergaderden. Maar zij hadden niet op mijn komst gerekend. Twee classici waren niettemin bereid mij aan het slot van de vergadering te woord te staan, onder wie Mannus Goris, die voor de SLO vele prachtige rapporten over het onderwijs in de klassieke talen heeft geschreven.

Op de afdeling klassieke talen van de site slo.nl is veel te vinden over het gymnasiumprobleem. De analyses die ik las, ontsporen niet in de gebruikelijke onderwijskundige woordenbrij. De auteurs zijn classici en hun taalgebruik is verzorgd en helder. Dat is een ander voordeel van het gymnasium: Grieks en Latijn worden nog weleens gegeven door gedreven, begaafde academici die een band hebben met de universiteit. Bij de meeste andere vakken komt dat steeds minder voor.

Er zijn veel suggesties om de lessen leuker en lichter te maken met varianten op het Nieuwe Leren. Leerlingen mogen dan zelf hun teksten uitkiezen, ook al hebben ze geen idee waar het over gaat. Het is veel werk voor de leraren die zich in al die verschillende teksten moeten inwerken. Sommigen willen het centraal schriftelijk examen afschaffen. Anderen willen het Latijn en Grieks helemaal laten zitten en omzetten in klassieke kunst en culturele vorming. Dan wordt het gymnasium niet moeilijker dan het atheneum.

Goris noemt drie redenen waarom de klassieke talen belangrijk zijn: inzicht in het systeem van een moeilijke taal, de omgang met antieke teksten en kennismaking met de bronnen van de westerse beschaving. Ik zou hier nog een voordeel aan willen toevoegen: dat je ook helder kunt antwoorden zonder simpel ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. Goede klassieke teksten bouwen kennis op die het mogelijk maken om te kiezen in de dagelijks aanstormende gigabytes. Ik denk aan mijn vroegere leraar Latijn die was begiftigd met een rijke Vlaamse woordenschat. Hij sprak van de ‘waaier’ van betekenissen die je bij elk Latijns woord voor je moet zien.

Als leerlingen er zoveel voor over hebben om op het gymnasium te komen, dan moet ook wat van hun kunnen worden gevraagd om er te blijven. Het is een mythe dat de moderne leerling alleen met plaatjes en amusementkan worden gemotiveerd. Kijk eens naar het Belgische of Japanse middelbare onderwijs. Zonder gedegen onderricht in de klassieke talen heeft het gymnasium geen bestaansrecht meer.

reacties nrc.nl/huygen