Maassluis – Hoek van Holland

Achter het station Maassluis-West, waar klaprozen lantaarntjes vouwen met hun ongestreken bloemblad, is het dijhoge gras nat, want het regent wat. Dat voelt kledderig. Maar het moet worden doorkruist, want het brengt, langs een hek dat wordt bezeten door een tureluur, naar de oever van de Nieuwe Waterweg. En daar loopt de wandelroute naar Hoek van Holland.

Die Waterweg is iets magnifieks. Hij heeft aan zijn horizon schimmen van hijskranen, industriële bouwsels en windmolens, en hij klotst deftig tegen de steenbrokken die ’m verhinderen over onze voeten te spoelen. Schepen groot als steden schuiven in slow motion voorbij. Nu kruipt het pad door een wild bomenbosje, het geurt naar de hondsrozen die er massaal bloeien. Het bosje verzacht de kilte van beton en glas en flatgebouwen enerzijds; aan de Waterwegzijde omlijst het passerende zeeschepen met vlierbloesem, waardoor ze lijken te zweven.

Er is een grote els omgeknakt. Zo op het pad lijkt hij enorm, maar een leegte liet hij niet achter, niemand die hem zal missen.

„Zielig.”

„De natuur is vaak een beetje zielig”, weet man.

Via een rietgebied belanden we in een tuinbouwlandschap. Met zwarte zeilen bedekte velden herbergen duizenden bloempotjes, in kassen baden bloemen en tomatenplanten in het verkleumde zonlicht. Op een grasdijk komt een verlegen jonge koe mijn hand likken.

Nu beveelt het routeboekje dat we het Spuidijkje moeten nemen, maar op een paaltje aan datzelfde dijkje is een witroodkruis aangebracht: niet doen, betekent dat. Dat Spuidijkje oogt onweerstaanbaar. Trouwens, het officiële routewijzigingsbordje van de langeafstandswandelaarsclub ontbreekt, en dan telt zo’n kruis niet. Toch?

We slaan de aanwijzing in de wind en betreden een landschap dat zich met dijk- en grasland ontrolt als de schildering van een romantische Hollandse meester. Bovendien is er voorzien in een geitenfamilie die uit een kratje rode paprika’s eet, en in een smakelijk vervallen boerderij met een zoemende bijenzwerm in de boomgaard.

Een half uur later beklim ik een talud.

O nee.

Bulldozers. Vrachtauto’s. Een perceel bouwrijpe grond. Wandelpaden, ho maar.

De bezorgde opzichter vertelt dat hij al heel wat beteuterde wandelaars over dat talud zag komen. Dat wij mazzel hebben, want „het hek is nog open, anders had u dat hele eind terug moeten lopen”. We mogen dus verder („maar kijk uit voor de vrachtwagens, hoor”). We beloven dat we het nooit meer zullen doen.

„Dat hek waren we wel overgekomen, hoor, ik heb touwen bij me,” fluistert man even later.

Joyce Roodnat

16 km. Kaarten 44, 45, 46 uit: Deltapad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2005. Voor het onbegaanbare stuk werd een alternatieve route gemarkeerd. Elk half uur verbindt een trein station Hoek van Holland met station Maassluis-West.