kwesties@nrc.nl

Pesten is een veel voorkomend euvel op scholen, blijkt uit de reacties op het wegpesten van de Turkse jongen Benjamin Genco in Amsterdam. Over het oplossen of voorkomen ervan verschillen de meningen niet sterk.
Illustratie Olivia Ettema Ettema, Olivia

Wolf

Onlangs haalden ouders hun 11-jarige zoon van school, omdat ze vonden dat hij jarenlang gediscrimineerd werd wegens zijn Turkse afkomst. Na een uit de hand gelopen discussie in de klas over Fitna was de maat vol. Ze stapten naar de directie, het bestuur, de onderwijsinspectie en het meldpunt discriminatie. Ze schreven de andere ouders van de school aan en ze benaderden de media om hun verhaal te doen.

Dit verhaal is als een bijlage van Scheffers ‘Land van Aankomst’. De ouders, tweede generatie immigranten, leveren een uitzonderlijke prestatie bij het vinden van een plek in de Nederlandse samenleving. Ze doorbreken glazen plafonds en vestigen zich in een oer-Hollands dorpje. Hun kinderen gaan naar een witte school, ‘De Weidevogel’. Maar dan gaat het mis. Hun zoon krijgt structureel te maken met discriminerende opmerkingen van andere kinderen. De opmerkingen houden drie jaar lang aan, totdat de ouders de handdoek in de ring gooien. Ze zoeken de media op, omdat hun verhaal van groot maatschappelijk belang is. Immers, als het zelfs deze succesvolle mensen niet lukt een plek in de samenleving te vinden, hoe moet het dan met anderen?

Het schoolbestuur verklaart dat er discriminerende opmerkingen zijn gemaakt door kinderen en dat de aanpak hiervan in de klas niet optimaal was. Die verklaring blijkt echter betrekking te hebben op de discussie over Fitna, niet op de vermeende langdurige discriminatie. Niet voor niets wordt er nu een onderzoek ingesteld om te achterhalen wat er gebeurd is. Aanwijzingen voor de jarenlange discriminatie heeft het bestuur namelijk vooralsnog niet en het staat daarin niet alleen. De ouders van de jongen hebben het probleem wel bij de leerkracht aangekaart, maar die verkeerde in de veronderstelling het onder controle te hebben. Daardoor ging er geen signaal naar de directie of het bestuur.

Nadat de ouders onvoldoende gehoor hadden gekregen bij de leerkracht, was het verstandig geweest om bij een ander loket (directie, bestuur, andere ouders) aan te kloppen. Dat is niet iets om drie jaar mee te wachten. De ouders stellen dat ze het niet hebben gedaan, omdat ze geen ‘zeurturken’ wilden zijn. Waren ze dat dan maar wel geweest. De bezwering in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag dat ze het klein probeerden te houden uit loyaliteit tegenover de school doet na hun persoffensief nu gekunsteld aan. Wie iets klein wil houden, doet dat niet met interviews in elk medium dat zich beschikbaar stelt.

Wat tot nu toe buiten beschouwing bleef, was dat de affaire zich afspeelt in een welvarende buurt met hoog opgeleide mensen. Geen spelers in het ‘multicultureel drama’. Het gaat hier niet om één van Vogelaars veertig prachtwijken en het is ook niet de buurt waar Geert Wilders stemmen haalt. Is het wel de buurt waar een jongen van Turkse herkomst jarenlang gediscrimineerd wordt?

Zeker is dat in zijn klas een discussie over Fitna uit de hand is gelopen. De jongen kreeg van klasgenoten te horen dat als zijn grootouders strenge moslims zijn, ze maar naar Turkije moeten gaan. Zo’n discussie vergt goede begeleiding en die liet te wensen over, waardoor het voor de jongen pijnlijk werd. Volgens zijn ouders gaf het een enorme vertrouwensbreuk met de klasgenootjes met wie hij al jaren op school had gezeten. Dat is opmerkelijk. Dit waren toch de kinderen die jarenlang discriminerende opmerkingen hadden gemaakt? Hoe kan hun mening over Fitna dan nog verrassen? Als die mening een vertrouwensbreuk opleverde, dan kan in de jaren daarvoor geen sprake zijn geweest van structurele discriminatie.

Het wrange van de Fitna-discussie is dat de school als een van de weinige een ervaren filosofiedocent in huis heeft. Hij leert de kinderen filosoferen en kan als geen ander discussies leiden. Over Fitna had hij net in een andere klas een goede discussie gevoerd. Helaas is hij er niet toe gekomen om dezelfde discussie nog in de klas van de nu vertrokken jongen te voeren.

In de jongste groepen leert hij de kinderen onder meer over Aesops verhaal van iemand die zo vaak ‘Wolf!’ riep, dat mensen hem niet meer geloofden toen er echt een wolf langskwam. Daarvoor moeten we met ‘Discriminatie!’ ook oppassen. Laat het onderzoek op school eerst eens uitsluitsel geven.

Op voorhand is wel duidelijk dat de leerkracht het signaal van de ouders niet ernstig genoeg nam. Waarschijnlijk omdat het moeilijk was in deze jongen een slachtoffer te herkennen. Bij pesterijen was hij de bovenliggende partij. Zijn ouders noemen hem in de media „geen poesje”. Dat is wel het eufemisme van het jaar. Voor menig kind kon hij een pestkop zijn die uiterst vileine treiterijen in petto had. Voor hen is het onbegrijpelijk dat zij nu in hun Kidsweek lezen dat zij hèm van school hebben gepest.

Een extra handicap voor de jongen is dat hij aan overgewicht lijdt, waardoor hij moeite heeft om fysiek mee te komen. Zijn ouders meldden in NRC Handelsblad dat hij zich vanwege de discriminatie overgeeft aan stiekeme vreetbuien. Dat is natuurlijk onzin. Waar haalt een kind vanaf 7 jaar ongemerkt het eten vandaan?

De ouders zijn teleurgesteld, omdat ze hoopten dat hun kinderen niet hetzelfde zouden meemaken als zijzelf. De diepte van die teleurstelling is niet te onderschatten. Ze erkennen dat de jongen een gedragsprobleem heeft, maar hun fixatie sluit uit dat andere oorzaken dan discriminatie in beeld komen. Het valt voor de jongen te hopen dat die fixatie van korte duur is.

Misha van Denderen, vader van twee kinderen op De Weidevogel

Samen oplossen

Belgin Genco heeft het over de kinderen die pesten/discrimineren, de leerkrachten en de schooldirectie, maar niet over de ouders. Heeft ze de ouders van die kinderen niet aangesproken?

Twee van mijn kinderen werden gepest op de basisschool. In beide gevallen ging ik al snel met hun leerkrachten praten. Die reageerden weinig begripvol: er was wel iets aan de hand, maar mijn kinderen lieten zich ook zo snel op de kast jagen, waren niet assertief genoeg etc.

Mijn kinderen zijn geen doetjes, maar wel gevoelig voor schelden en uitsluiting. Tegen volwassenen zijn ze assertief genoeg, maar onder kinderen heersen andere wetten. Als je niet stoer bent, maar wel slim, ben je ‘pestbaar’.

Ik heb toen de ouders van de pesters aangesproken, hoewel ik daar erg tegen opzag. Gelukkig kreeg ik direct alle begrip en medewerking. De pesters werden door hun ouders toegesproken en het probleem was al snel opgelost.

Het is zeker niet makkelijk om ouders aan te spreken op het pestgedrag van hun kind. Van sommige ouders hoorde ik dat dit de eerste keer was dat ze hierover direct werden benaderd, terwijl ze wel al via via klachten hadden gehoord. Dát hadden ze heel vervelend gevonden, mijn reactie werd gewaardeerd.

Andra Neefjes-Borst

Alle tijden

Ik vond het heel moedig van Belgin Genco dat zij vertelde wat haar gezin is overkomen. Voor mij kwamen er herkenbare gebeurtenissen in voor. Ik ben kind van een Indonesische vader en een Nederlandse moeder en zat in de jaren zeventig in Nederland op school. Ik had een fijne jeugd, maar af en toe een onprettige ervaring omdat mijn vader Indonesisch is. Ik ben bang dat dit iets van alle tijden en van alle volken is. De eerste zes jaar van mijn leven woonden we in Indonesië en als ik gepest werd, was dit omdat mijn moeder een blanda of ‘witte’ is.

Het was een wijze beslissing om Benjamin naar een andere school te laten gaan waar hij het naar zijn zin heeft. Je wilt toch liever bij een groep horen die je accepteert zoals je bent? Mijn ervaring is dat in dit soort groepen ieder individu zijn talenten optimaal kan ontplooien en zo de groep naar een hoger plan tilt.

Dominique Marcus-Soekarman

Buitenissig kind

Er wordt flink op los gepest op de lagere school. Mijn oudste kind heeft ellendige jaren op basisschool De Ontmoeting in Eindhoven meegemaakt. Met als climax de dag dat ze met een zware hersenschudding in het ziekenhuis terecht kwam. Het commentaar van het schoolhoofd, dhr Somers, was: het is ook een buitenissig kind.

Ik zelf heb aangifte gedaan en de school kreeg als sanctie opgelegd dat ze de komende vijf jaar een antipestcursus moest volgen van Bureau Halt en de dader werd van school gestuurd. Het bleek een borderliner te zijn. Hij had al vaker leraren geslagen.

Het artikel van ‘kankerturk’ lag nog niet bij het oud papier of mijn jongste dochter kwam naar huis met de boodschap: „Mama, Annebel zegt: negers zijn vies, onmenselijk, smerig en raar.” (Ik heb bruine kinderen van een bruine man). Toen ze naar de lerares ging, werd haar verzocht erover op te houden. Precies zoals in uw artikel, we vegen het onder de mat. Als ik er iets van zeg, als ouder, ben ik moeilijk.

Cecile Hendrix

Geen medegevoel

Ik ben nooit gepest. Heerlijk, een voorrecht, mijn positie zeker, een weelde. Heb ik ooit gepest? Ja … misschien … was het pesten? Ik zat in de, wat zal het zijn, vijfde klas lagere school. Jannie Scholten was jarig en trakteerde. Wij speelden nooit met elkaar. Zij hoorde tot een andere sociale klasse dan ik en al kende ik de woorden daarvoor niet, ik zag het, ik wist het, ik hoorde het en ik voelde het. Jannie trakteerde op snoepjes. Niet op van die lekkere afzonderlijk verpakte toffees van Verkade uit een trommel waarmee ‘wij’ rondgingen, maar op frambozenzuurtjes uit een papieren zakje. En wat deed ik, snoepkous die alles wat zoet was overheerlijk vond en nooit iets versmaadde, ik sloeg af, ik hoefde niet! Wat me dreef … was ik vies van haar snoepjes? Ik wist meteen dat ik fout zat. Het voelde schandelijk en nog steeds. Ik had op dat moment geen medegevoel. Jannie uit Doorn, als je dit leest: het spijt me, het moet je pijn gedaan hebben.

Els van Rijn