Korte en lange klappen

In de Drentse gemeente Hoogeveen bepalen de bewoners mede het beleid, of het nu gaat over kleine projecten of miljoeneninvesteringen. ‘Dat kan heel ver gaan.’

Wijkcentrum De Magneet, in de wijk Krakeel in Hoogeveen. Foto Sake Elzinga Nederland - Hoogeveen - ( Drenthe )- 05-03-2008 Wijk krakeel, wijkcentrum de magneet. verkiezingsbijeenkomst van de smederij. De Smederijen van Hoogeveen is de naam voor een nieuwe werkwijze in Hoogeveen, met meer zeggenschap en verantwoordelijkheid voor bewoners. Buurtbeheer gaat er geleidelijk in over. Tien Smederijen zijn er in 2007 mee begonnen, in zes buurten en vier dorpen van Hoogeveen. Binnenkort komen er acht bij. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

In buurthuis De Magneet gaat gejuich op bij een groepje jongeren. Middelpunt is Zerach Anakotta. De 16-jarige mavo-scholier heeft met z’n vrienden duizend euro subsidie in de wacht gesleept voor een Xbox 360 en twee tv’s om Playstation te spelen op hun wekelijks chillavond in het buurthuis.

Het is ‘verkiezingsavond’ in de wijk Krakeel van Hoogeveen. Aan een tafeltje in een grote zaal heeft Zerach bezoekers uitleg gegeven over zijn project. Z’n oma is trots op hem, „want er is hier weinig te doen voor de jeugd”. De jongeren in de zaal stemden natuurlijk allemaal op Zerachs project. Maar ook een oudere man beloofde hem de maximale drie punten.

Tien van de twaalf ingediende projecten halen in de stemming de eindstreep: van sociaal-emotionele vormingslessen voor kleuters (1400 euro) tot een jeu-de-boulesbaan (2500 euro), een multicultureel wijkfeest (6000 euro) en muzikale vorming voor kinderen van 7 en 8 jaar (1500 euro). Alle projecten worden in 2008 gerealiseerd. Ruim 250 mensen zijn naar De Magneet gekomen.

Een jonge moeder geeft de meeste punten aan het project voor de kleuters, „omdat je al in de kleuterklas kinderen met problemen ziet”. Het project is bedoeld om kleuters op een speelse manier met gevoelens van blijheid, verdriet, angst en boosheid te leren omgaan.

Krakeel is een wijk uit de jaren zeventig die dreigde af te glijden. Het is de enige wijk in Hoogeveen met een aanzienlijk aantal allochtonen. Maar de neergaande trend is gekeerd. Door renovatie van huurwoningen en bouw van koopwoningen is er een meer gemêleerde bevolking gekomen. Nu is Krakeel een van de koplopers in de Hoogeveense burgerparticipatie.

Een ‘initiatiefgroep’ van zeventien wijkbewoners coördineert de activiteiten. De groep sprak met de bedenkers van projecten, die de leefbaarheid van de wijk moeten vergroten. In een huis-aan-huis verspreid informatiebulletin waren alle wijkbewoners uitgenodigd om te komen stemmen.

Kleine wijkprojecten zoals in Krakeel noemen ze in Hoogeveen de ‘korte klap’. Elk jaar kunnen weer nieuwe plannen worden ingediend en gefinancierd. In Hoogeveen is met de burgerparticipatie een nieuwe weg ingeslagen. Burgers mogen ook complete herstructureringsprojecten in hun wijk of dorp gaan ontwerpen. Het is wat ze er de ‘lange klap’ noemen. Dat is nog nergens in Nederland vertoond. Komende jaren mogen geleidelijk alle wijken en dorpen van Hoogeveen dergelijke investeringsplannen voor de langere termijn maken.

Op een zonnige lentemiddag wijst Bé IJmker naar de uitgestrekte akker naast het oude dorpshuis De Eiken aan de Molenweg. Hier in Tiendeveen (gemeente Hoogeveen) moet een multifunctioneel centrum komen: dorpshuis, basisschool, peuterspeelzaal, sportzaal en voetbalkantine onder één dak. Onderdeel van het plan is ook de bouw van zestig huur- en koopwoningen door een van de woningcorporaties. Voor het bijna 800 inwoners tellende dorp is het project van levensbelang. Want zonder nieuwe woningen zullen jonge gezinnen wegtrekken. En dat kan het einde inluiden van de openbare basisschool, die nu nog zo’n vijftig leerlingen telt. Het dorp zal dan in een neerwaartse spiraal komen.

De gemeente besloot daarom een paar jaar geleden al dat er nieuwe woningen moesten komen. Onder de bewoners ontstond toen het idee van een multifunctioneel centrum ter vervanging van het verouderde dorpshuis en de te kleine gymzaal voor school, gymvereniging en andere activiteiten.

Ringband

Aan de eikenhouten tafel in zijn woonboerderij laat IJmker de ringband met het uitgewerkte dorpsplan zien. „Elke stap hebben we met de gemeente Hoogeveen doorgenomen”, vertelt IJmker. De lokale milieuambtenaar constateerde tot zijn eigen verbazing dat hij nog nooit in zo’n vroeg stadium bij een project was betrokken. „We moesten kijken of we volgens de milieuwetgeving goed zaten en ook hebben we een ‘woonwensenonderzoek’ uitgevoerd”, zegt IJmker. Hij is accountmanager bij een verpakkingsbedrijf en voorzitter van voetclub VV Tiendeveen.

Maar de afgelopen twee jaar was IJmker als voorzitter van de initiatiefgroep erg druk met het ambitieuze dorpsplan. In de gymzaal bij het dorpshuis werden bewoners door de initiatiefnemers in kleine groepjes aan het werk gezet. Ze presenteerden hun ideeën aan elkaar. Dat resulteerde eind 2006 in drie varianten. Daarna bepaalden de Tiendeveeners – driekwart van hen was bij de plannenmakerij betrokken – hun definitieve keuze. De burgers werden zo co-producenten van de gemeente. „We werden een proeftuin”, zegt IJmker.

De aanpak in Hoogeveen komt voort uit de behoefte die bij de bewoners zelf is ontstaan. „Ik had last van bewoners die meer wilden dan wij van buurtbeheer konden aanbieden”, zegt Jan Bouwmeester. „Ze kwamen vaak met snelle en praktische oplossingen en daar werd door het ambtelijke apparaat niet op ingespeeld. Ging het bijvoorbeeld om een speelterrein, dan kreeg je te maken met het grondbedrijf, de beleidsafdeling speeltoestellen plus nog de beheerafdeling. Die ambtelijke organisatie vond ik erg ingewikkeld. En van de deskundigheid van bewoners werd nauwelijks gebruik gemaakt.”

Voor Bouwmeester – intussen een van de ‘gebiedsregisseurs’ die de nieuwe aanpak begeleiden – was dat aanleiding met een notitie naar het college te stappen. Hierin ontvouwde hij een plan voor veel verder gaande burgerparticipatie.

Gemeenteraadsleden waren eerst terughoudend. Want wat zou hun rol nog zijn wanneer bewoners zelf zoveel te vertellen kregen? Het college van Hoogeveen (PvdA, CDA, ChristenUnie) was wel meteen enthousiast. „In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2005 kwam er bij alle partijen steeds meer draagvlak voor”, vertelt de verantwoordelijke wethouder Klaas Smid (PvdA). Velen zochten volgens hem inspiratie om de kloof met de burger te verkleinen. En als je vertrouwen aan de burger geeft, zegt Smid, dan krijg je ook vertrouwen terug.

En zo gingen vorig jaar op 30 mei ‘De Smederijen’ van Hoogeveen officieel van start met tien wijken en dorpen (zie inzet). Het is de bedoeling dat in enkele jaren alle 35 gebieden volgens de nieuwe aanpak werken. Burgers zullen zelf de toekomstagenda voor hun wijk of dorp ‘smeden’. Dat kan in keukentafelgesprekken. Maar ook door straatdebatten, enquêtes of feesten. Zo ontstaan uitgewerkte projecten voor de ‘korte klap’. Die plannen kunnen snel worden uitgevoerd, omdat ze overzichtelijk en niet al te kostbaar zijn.

Soms hebben de bewoners professionele hulp van gemeenteambtenaren nodig. Zeker bij de ‘lange klap’. Want bij investeringsplannen voor woningbouw, wegenaanleg, sportvelden of een multifunctioneel wijkcentrum is deskundigheid vereist op het gebied van bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en milieuregels. Ook de meerjarige collegeprogramma’s voor economie, sociale kwesties, veiligheid en fysieke infrastructuur komen tot stand in een dialoog met belanghebbenden, zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties en politie.

Aan de slag

„Ik denk dat we een ontzettend gewaagd ambitieniveau hebben”, zegt gemeentesecretaris Henk de Vries op zijn werkkamer in het Stadskantoor. Hij is verantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. De Vries: „Je ziet bij veel gemeenten een drang tot decentraliseren met deelraden, maar dan blijf je in wezen hetzelfde doen. Of er komt een deconcentratie waarbij ambtenaren in wijkteams worden ingedeeld. Maar dan ben je lang bezig met een reorganisatieproces op het gemeentehuis. Wij gaan simpelweg met de bewoners aan de slag.”

Het omgooien van de ambtelijke structuur kan, zegt De Vries, dan gaandeweg plaatsvinden. De traditionele scheiding in de ambtelijke organisatie tussen beleidsvoorbereiding en uitvoering heeft hij al opgeheven.

Om zijn visie kracht bij te zetten, tekent De Vries af en toe figuurtjes op grote papieren sheets. Een driehoek met als hoekpunten ‘parlementaire democratie’ (de burger als stemmer), ‘participatiedemocratie’ (de burger als partner) en ‘consumentendemocratie’ (de burger als klant). Tussen die uitersten moet ook Hoogeveen laveren. Maar meer dan andere gemeenten, vindt De Vries, is Hoogeveen bereid de burger als echte partner te behandelen. „Dit kan heel ver gaan”, zegt hij. „Het bijzondere is dat we niet tevoren een grens aangeven.”

Hij tekent nog een schema. Het komt erop neer dat ambtenaren in een soort zelfanalyse met drie kleuren aangeven waar ze het sterkst in zijn: rood (lef), geel (inspirerend) en blauw (ondersteunend). „Wij kijken of alle kleuren vertegenwoordigd zijn in de groepen ambtenaren die we inzetten”, legt De Vries uit.

Het is een uit Amerika overgewaaide methodiek voor human resource management. „Veel gemeenten willen van zoiets niets weten”, zegt De Vries met een glimlach. Of hij een atypische gemeentesecretaris is? De Vries spreekt het niet tegen. Volgens betrokkenen is hij om die eigenschap twee jaar geleden naar Hoogeveen gehaald.

In sommige gebieden gaat het minder vlot. Zoals in Verzetsbuurt-Oost. „Hier is het een heel moeilijk verhaal’’, zegt Klaas Prijs. De 70-jarige gepensioneerde Arbo-ambtenaar, die al tientallen jaren in de buurt woont, is gespreksleider van de initiatiefgroep. Die bestaat hier uit maar een handjevol mensen. De ruim vijftig jaar oude buurt was een aangename gezinsbuurt, maar is door de heel lage huren verpauperd. Hier hangt daarom veel af van de initiatiefgroep zelf, die weer steun krijgt van de lokale opbouwwerker en de gebiedsregisseur.

De initiatiefgroep voerde gesprekken met zo’n honderdvijftig buurtbewoners.

Met als resultaat een hele klachtenlijst: van hangjongeren, zwerfvuil, slecht onderhouden stoepen, hondepoep tot verstopte afvoerputten en drugsoverlast. Eerder waren er ook klachten over woningen die voor prostitutie werden gebruikt.

Een verkiezingsavond zoals in Krakeel zal er in Verzetsbuurt-Oost nog niet komen. „Als je hier vijfhonderd folders in de bussen doet, komen misschien twintig mensen opdagen”, zegt Prijs. Hij is aangenaam verrast als op een doordeweekse avond in april wijkgebouw Het Knooppunt met zeventig mensen toch aardig is volgelopen. Prijs laat in een powerpointpresentatie zien dat wel iets wordt bereikt. Er komt er een commissie die ‘saamhorigheidsactiviteiten’ gaat organiseren: van buurtreisjes voor ouderen tot samen een toneelstuk maken. Ook gaat de initiatiefgroep met de lokale welzijnsorganisatie praten over meer uren voor jongeren. En er komt een voorstel om van de kerk een buurthuis te maken, waar ook jongeren terecht kunnen.

De initiatiefgroep praat met de woningcorporatie om de garantie te krijgen dat het toewijzingsbeleid van woningen aan ouders met kinderen wordt voortgezet. Zo kan de terugloop van het leerlingental op de lokale basisschool worden gestopt. Wanneer Prijs de zaal oproept met meer ideeën te komen, melden zich spontaan een paar vrouwen die wel een buurtfeest willen organiseren.

Veertien euro

Zonder geld geen toekomstagenda. Voor de ‘korte klap’ heeft de gemeente 500.000 euro per jaar vrijgemaakt. Drie woningcorporaties dragen jaarlijks 172.000 euro bij, terwijl het jaarlijkse budget buurtbeheer van 100.000 euro beschikbaar blijft. Met een inwonertal van 54.000 (40.000 in de stad en 14.000 in de omliggende dorpen) is dat ruim veertien euro per inwoner. Dat is meer dan in andere steden – in Deventer dat al een langere traditie kent met wijkbudgetten is het ruim zes euro per inwoner.

Ook de bestedingsvrijheid is in Hoogeveen het grootst: de bewoners kunnen er zelf over stemmen. Het bedrag per inwoner voor de ‘korte klap’ verschilt per wijk. Gebieden die sociaal laag scoren krijgen meer middelen. Ook gebieden waar de bewoners zich al goed hebben georganiseerd krijgen meer. Op die manier kan het budget effectiever worden benut om participatie van burgers en daarmee ook de cohesie in buurten te bevorderen.

Om een optimale betrokkenheid te garanderen zijn de wijken afgebakend op basis van de ‘belevingsgrenzen’ van de bewoners. Zo kreeg de Verzetsbuurt twee samenwerkende, maar toch afzonderlijke initiatiefgroepen, omdat bewoners uit de straten met koopwoningen andere wensen bleken te hebben dan bewoners van sociale huurwoningen.

Volgens alle betrokkenen in Hoogeveen is een heel belangrijke les: geld voor wijken en buurten is pas echt effectief als je een methode hebt om bewoners daadwerkelijk te betrekken en verantwoordelijk te maken voor hun woonomgeving.

Een zogenoemde ‘Stuurgroep’ moet De Smederijen in goede banen leiden. Daarin is niet alleen de gemeente vertegenwoordigd. Ook vier bewoners beslissen mee. Zij worden na een sollicitatieprocedure voor twee jaar aangewezen. Verder zitten de directeuren van drie woningcorporaties, de politiechef en de directeur van de lokale welzijnsorganisatie in de Stuurgroep.

„Het gaat voor ons wel ver”, zegt Martin van der Laan van Woningstichting Actium. „We staan financiële middelen af waarvan we niet tevoren weten waaraan ze worden besteed.” Hij was aanvankelijk behoorlijk sceptisch: „Ik dacht dat burgers niet alles zelf kunnen. Maar dat is niet zo. Ze durven veel meer verantwoordelijkheid te nemen als ze goed worden begeleid.”

De pas gepensioneerde politiecommissaris Albert Oppers, die vanaf het begin in de stuurgroep zat, toont zich ook enthousiast. „Je ziet dat burgers bereid zijn veel te investeren”, zegt hij. „We deden als politie al veel met burgers. Maar wat nu ontstaat, is dat de hele overheid zo’n zelfde beweging maakt.” Het politiekorps Zuidwest-Drenthe heeft jaarlijks vijfduizend manuren beschikbaar voor projecten van De Smederijen. De Stuurgroep verdeelt die politie-uren op basis van bewonersprioriteiten.

Op een stuurgroepvergadering eind maart – doorgaans een besloten bijeenkomst – doen gebiedsregisseurs (in dienst van alle partners van De Smederijen) en bewoners verslag van de stand van zaken in een paar wijken en dorpen. In Hollandscheveld is het „nog wel lastig” om de Dorpssmederij te starten, zegt bewonerslid Frouwkje Annen. Maar ze is er zeker van dat het snel „heel goed” zal gaan.

Want in Elim was de verkiezingsavond al een doorslaand succes. En Elim is net als Hollandscheveld ook een dorp in het veen. In Hoogeveen weten ze dat de dorpen in het veen – vroeger alleen per schuit bereikbaar en dus op zichzelf aangewezen – van oudsher sceptisch zijn over alles wat uit Hoogeveen komt. In de welvarender dorpen op de zandgrond was het vertrouwen altijd groter. Dit verschil bestaat nog een steeds beetje.

Belangrijkste agendapunt van de vergadering is het voorstel van wethouder Klaas Smid en projectmanager Gea Lunsing om de Smederijen „in een lagere versnelling” verder te laten gaan. Nu draaien er 18 Smederijen. De doelstelling om in 2010 alle 35 Smederijen te laten draaien moet volgens hen worden losgelaten. En het aantal Smederijen dat langjarige ontwikkelplannen mag maken (‘lange klap’) moet in 2008 en 2009 tot 8 beperkt blijven.

Een reden voor de temporisering is volgens Lunsing de „pittige werkdruk”. Ook kost het in sommige gebieden erg veel energie, zegt ze, om mensen bij de Smederijen te betrekken. Iedereen in de Stuurgroep is het ermee eens.

Dat de Hoogeveense burgerparticipatie niet altijd gladjes verloopt, was ook al in Tiendeveen gebleken, waar het miljoenen kostende herstructureringsproject bijna strandde door een conflict tussen de dorpsbewoners en de gemeente over de financiering (zie kader). „Je moet van zulke conflicten niet schrikken, want je betreedt nieuwe wegen”, zegt burgemeester Willem Urlings (CDA). „Je loopt wel een risico, maar dat is helemaal niet erg. Je bent bezig om een ontwikkeling te keren die we allemaal zien: de betrokkenheid van de burger bij het publieke domein neemt af.”

De burgemeester is heel optimistisch. De gemeente schept verwachtingen bij de burger, beaamt hij, maar die weet daar buitengewoon realistisch mee om te gaan. Urlings: „Wrijving kan twee dingen doen. Er gaan dingen kapot of het levert glans op. Ik ga er voorlopig maar even vanuit dat dit soort wrijvingen juist glans opleveren.”

Vorige maand gingen alle bewonersvertegenwoordigers akkoord met het voorstel van de stuurgroep de invoering van De Smederijen te temporiseren. Volgens wethouder Klaas Smid moet worden voorkomen dat de Smederijen „aan het eigen succes ten onder gaan”. De wethouder kreeg ook een waarschuwing mee: het uitstel mag niet langer dan één jaar duren. „We vinden het jammer als anderen moeten wachten”, zei de vertegenwoordigster van Pesse. In dat dorp werd de verkiezingsavond een fantastisch feest, compleet met blaaskapel De Knollenplökkers.