Japanse parlement erkent bestaan Ainu

Het Japanse parlement heeft gisteren een motie aangenomen die het bestaan van de Ainu bevestigt. De oorspronkelijke bewoners van het noordelijke Japanse eiland Hokkaido, in het totaal zo’n 24.000, krijgen daarmee voor het eerst in de Japanse geschiedenis erkenning voor hun afkomst.

De Ainu (wat in de eigen taal ‘mens’ betekent) worden, sinds Hokkaido in 1869 door de Japanners werd ingelijfd, onderdrukt en gediscrimineerd. Ainu-tradities werden in dat kader verboden. Zo mochten mannen geen oorbellen meer dragen en vrouwen zich niet laten tatoeëren.

De Ainu hebben door het beleid van de Japanse overheid een forse sociale achterstand opgelopen. Volgens een onderzoek uit 2006 van de lokale overheid ontvangt 38 procent van de Ainu een uitkering. Bij de Japanners die op Hokkaido wonen ligt dat percentage op een kwart. Van de Ainu heeft slechts 17 procent een hogere beroepsopleiding genoten, terwijl van de Japanners op het eiland 39 procent aan een universiteit heeft gestudeerd.

De Ainu strijden al jaren voor erkenning, maar daar is in Japan weinig ruimte voor. In 1997 is ter vervanging van de voorgaande honderd jaar oude wet, wel een wet aangenomen die de Ainu en hun cultuur moet beschermen. Maar dat is dan ook de enige officiële vermelding van de minderheid. In hetzelfde jaar erkende de rechtbank van Saporro in een proces dat tegen de bouw van een damwas aangespannen, dat de Ainu eerder op Hokkaido woonden dan de Japanners. Ainu hadden de rechtszaak aangespannen omdat de dam op hun heilige land zou zijn gebouwd.