In Beeld

Barack Obama, Minnesota, VS, 3 juni 2008 Foto AFP Hands of supporters reach out to touch Democratic presidential candidate Barack Obama during the final election night rally at the Xcel Energy Center in St. Paul, Minnesota, at the end of 2008 Democratic party primaries on June 03, 2008. Democrat Barack Obama plunged into a five-month election battle with Republican John McCain after making history by becoming the first black presidential nominee of a major US party. AFP PHOTO/Emmanuel Dunand AFP

Ooit getuige geweest, in het echt, van een zwaaiende koningin? De kans is groot dat zelfs de felle republikein die u bent, heeft teruggezwaaid. Het is een reflex. Iemand zwaait, je zwaait terug. Later, ja, meteen erna voel je je een malle Oranjeklant, maar dan is het kwaad al geschied. Het is trouwens meer dan alleen maar automatische wellevendheid. Je bent deel van iets, noem het ‘het volk’. Je wilt geen spelbreker zijn, of demonstratief buitenstaander. Ook is er de roes, de bedwelming van het massale. Zo ongeveer moet kuddegedrag ontstaan.

Maar hier, hier is meer aan de hand. Dit is, het is in alle toonaarden gezegd, een historisch moment. Zwarte man in het Witte Huis – niets minder dan dat ligt in het verschiet. En daarop nemen de omstanders een voorschot. En op hun eigen toekomst. Ze beseffen dat ze later kunnen zeggen: ik was er bij, hij lachte naar me, hij zei ‘thank you’! Maar dat is niet genoeg om dit scharnierpunt tussen verleden en toekomst te markeren. Er moet lichamelijk contact zijn. Het is religieus, instinctief, misschien wel erotisch. Het moet dus worden: ik heb hem aangeraakt, ik greep zijn hand, hij greep de mijne. Behalve handen, waarvan hij er maar twee heeft, heeft hij ook een hoofd! Dat raken we aan, wie ‘we’ zijn is niet na te gaan in de kluwen. Hij wordt er een baby van, badend in liefde. Maar ook kwetsbaar. Het zou kunnen gebeuren, nu. Het had kunnen gebeuren. Het kan gebeuren. De handen achter zijn rug die andere handen wegduwen en tegenhouden zijn vervuld van dat besef. Zwarte man in het Witte huis – niet iedereen ziet er naar uit. Dat beseffen we eens te meer, dank zij dit beeld van adoratie. Zijn beveiligers beseffen het. Zijn volgelingen beseffen het. Hij ook, natuurlijk, maar hij vreest het niet.

Pieter Kottman