Geestelijke steun aan het bed, met een keurmerk

Maandag wordt een register voor geestelijk verzorgers in ziekenhuizen en verpleeghuizen in gebruik gesteld. Voor geestelijke kwaliteit aan het bed.

Geestelijk verzorger Simon Evers van het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam in gesprek met een patiënt. Foto Bram Budel Geestelijk verzorger Simon Evers van het OLVG ziekenhuis in Amsterdam in gesprek met patient Mieke. De geestelijk verzorgers in de zorg hebbben sinds kort een eigen register. Patient Mieke van der Putten heeft toestemming gegeven voor publicatie. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

In de gangen van ziekenhuizen en andere zorginstellingen hangen bordjes die verwijzen naar een stiltecentrum of naar een kapel. Soms zijn het kleine hoekjes met een kaars, elders zijn het halve kerken. De in 2000 gebouwde kapel van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam valt in de laatste categorie. Deuren naar het voorbeeld van de basiliek van Santa Sabina in Rome, een icoon van de heilige Nicolaas, een in de stenen vloer gebeiteld labyrint als symbool van de menselijke levensweg, een altaar, een brandende lamp als teken van Gods aanwezigheid, en een compleet tweeklaviers Flentrop-orgel.

Dit is het werkterrein van Simon Evers (49). Met dominee Dirk van den Berg en pastor Joost Verhoef vormt hij het team van geestelijk verzorgers van het OLVG. Als priester gaat hij ’s zondags regelmatig voor in de eucharistieviering. Gedrieën zijn ze verantwoordelijk voor de geestelijke zorg voor de patiënten en het personeel. Boeiend werk, vindt Evers, die aanvankelijk als monnik het klooster inging, maar later ontdekte dat de pastorale praktijk hem beter lag. „Omdat ik hier geboren ben, vond ik het een uitdaging om juist in het ongelovige Amsterdam actief te zijn op het terrein van zingeving. Ik sta uiteraard in de katholieke traditie, maar wil daar open en breed mee bezig zijn. In 1996 kwam ik in het OLVG, en ik hoop er nog lang te blijven.”

Sinds de jaren tachtig zijn geestelijk verzorgers in ziekenhuizen, psychiatrische instellingen, verpleeg- en verzorgingshuizen in dienst van die instellingen. Zij worden dus niet betaald door de kerk, de moskee of een levensbeschouwelijke richting waar ze vandaan komen. De wet bepaalt dat een zorginstelling waar mensen langer dan 24 uur verblijven één of meer geestelijk verzorgers in dienst moet hebben. Nederland telt nu 1.100 geestelijk verzorgers, van wie circa 400 in verpleeg- en verzorgingshuizen, 250 in ziekenhuizen, 110 bij psychiatrische inrichtingen, 60 bij instellingen voor verstandelijk gehandicapten en tien bij revalidatiecentra.

Zij doen delicaat werk. Geestelijk verzorgers in instellingen komen in aanraking met mensen die in kwetsbare omstandigheden en soms in de laatste levensfase verkeren. Ziekenhuisopname en onderzoek halen veel overhoop.

In die omstandigheden proberen we laagdrempelige hulp aan te bieden, zegt Evers. Niet alleen aan de patiënten, maar ook aan de familie. „Als mensen in het ziekenhuis worden opgenomen wordt hun gevraagd of ze een ontmoeting met een geestelijk verzorger op prijs stellen. We worden ook getipt door het personeel dat het goed is om met iemand te spreken. We proberen zoveel mogelijk zichtbaar te zijn. Vaak vertellen mensen hun levensverhaal. Soms ook hebben ze behoefte hun situatie te bespreken, bij voorbeeld als hun leven gevaar loopt bij een operatie.”

In zulke gesprekken staat de mens voorop, beklemtoont Evers. „We letten nadrukkelijk op de eigen levensovertuiging van de patiënt en de manier waarop hij zijn eigen leven zin en betekenis geeft. Vanuit dat perspectief proberen we gezamenlijk antwoorden te vinden op de levensvragen die rijzen. Onze professionaliteit is dat we openstaan voor iedereen. Daarbij hoef je niet te verhullen uit welke traditie je zelf komt, dat verwachten de mensen ook niet. Als mensen aangeven dat ze dat willen, dan bid ik uiteraard met hen, of lees ik een Bijbelgedeelte.”

Om zeker te kunnen stellen dat pastores in zorginstellingen, van welke herkomst of denominatie ook, professioneel, competent en capabel zijn, heeft de Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen (VGVZ) een register ingesteld. Dat register, dat sinds 1 januari functioneert, wordt maandag officieel in gebruik gesteld door minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA). Geestelijk verzorgers die over een gedegen, meestal academische, opleiding beschikken en bereid zijn zich voortdurend te laten bijscholen, kunnen zich daarin laten opnemen.

Voorbeeld was het zogeheten BIG-register waarin onder meer apothekers, (tand)artsen, verloskundigen en fysiotherapeuten zijn opgenomen. Verschil is dat het VGVZ-register vrijwillig is. Het waarborgt echter wel dat de ingeschreven geestelijke verzorgers geschikt zijn voor hun vak. De geregistreerden hebben op de website van de vereniging een eigen profiel waarop ze bijvoorbeeld bijhouden welke cursussen ze volgen. De vereniging ziet er van haar kant op toe dat de geestelijk verzorgers binnen vijf jaar de vereiste studiepunten behalen. Registratie betekent ook dat ieders wijze van werken met vaste regelmaat tegen het licht wordt gehouden, zowel onderling als door anderen.

De VGVZ telt 825 leden, van wie 390 protestant zijn, 325 katholiek en 90 humanistisch, alsmede enkele joodse, moslim- en hindoeraadslieden. Tot dusver hebben al 325 van de 825 leden zich in het register laten opnemen. Inschrijving staat niet open voor de circa honderd geestelijke zorgverleners die zonder levensbeschouwelijke achtergrond werken. Maar Richart Huijzer, beleidsmedewerker van de VGVZ, zegt dat de discussie daarover nog niet gesloten is. Ook verwacht hij belangstelling voor het registratiesysteem bij de geestelijk verzorgers in de krijgsmacht en in de gevangenissen. „Wij hebben zeker een voorbeeldfunctie.”