Galeriehouder blij met ‘hoogwaardig publiek’

Van Brad Pitt tot Roman Abramovich – op de fameuze kunstbeurs Art Basel kunnen de rijken en de superrijken zich laten gaan als een kind in de snoepwinkel.

Wim Delvoye, ‘Miss Lee’ (2007), 75 x 150 x 39 cm. (Courtesy Galerie Rodolphe Janssen, Brussel) Foto Art Basel Art Basel

‘Your Money Here’, staat er in blauwe letters op een zilveren brievenbus die op de wand van galerie Noero is geschroefd – de spleet net breed genoeg voor een stapeltje bankbiljetten. Het kunstwerkje van Lara Favaretto valt in het duizelingwekkende aanbod van Art Basel nauwelijks op. Maar het is een leuke speldenprik in de richting van de talloze superrijken die op de kunstbeurs rondlopen. In Basel geven zij toch geld uit alsof het water is, dus waarom niet wat doneren aan een jonge, armlastige kunstenaar?

Art Basel, deze week voor de 39ste keer gehouden, is de belangrijkste beurs voor moderne en hedendaagse kunst ter wereld. Driehonderd topgaleries tonen er vijfduizend werken van tweeduizend kunstenaars, en op de wachtlijst staan nog eens zo’n vierhonderd galeries te trappelen om mee te doen. In zes dagen tijd trekt het evenement tweeduizend journalisten en zestigduizend bezoekers, onder wie veel grote verzamelaars en een enkele superster. Brad Pitt, getooid met zonnebril en hoed, liep afgelopen dinsdag enkele uren rond op de opening. En ook Roman Abramovich, eigenaar van voetbalclub Chelsea, maakte tot verbazing van velen zijn entree. De Russische multimiljardair koopt zijn kunst doorgaans op veilingen – onlangs nog een Francis Bacon voor 86 miljoen dollar – en liet zich tot nu toe niet op kunstbeurzen zien.

Voor kunstverzamelaars is Art Basel wat een snoepwinkel is voor kinderen: een immense ruimte gevuld met kleurrijke hebbedingetjes. Alle grote sterren van de hedendaagse kunst zijn er vertegenwoordigd, soms zelfs bij meerdere galeries, zodat prijzen vergeleken kunnen worden. Werk van de onlangs overleden Robert Rauschenberg wordt in maar liefst dertien galeries verkocht, Wolfgang Tillmans laat zijn nieuwe foto’s op zeven verschillende plekken zien. En Andy Warhol spant met 31 verkooppunten de kroon. Het is zelfs mogelijk om Warhols Piss Paintings te vergelijken met de persiflages die de Britse kunstenaar Gavin Turk er vorig jaar van maakte. Menig museum zal daar jaloers op zijn.

Ondanks de almaar stijgende prijzen is de gretigheid waarmee de verzamelaars kopen onverminderd groot. „Het gaat geweldig”, zegt galeriehouder Annet Gelink, een van de drie Nederlandse deelnemers. Ook haar collega Paul Andriesse is euforisch over de koopbereidheid van de verzamelaars. „Het publiek is in Bazel zeer hoogwaardig”, zegt hij. „Andere beurzen, zoals de Arco in Madrid, worden vaak door de staat gesubsidieerd. Maar Art Basel is economische realiteit. Hier wordt alles verkocht.”

Het duurste werk op de beurs is een triptiek van Francis Bacon. Met dank aan het veilingrecord van Abramovich wordt het kunstwerk door de Marlborough Gallery aangeboden voor tachtig miljoen dollar. Maar ook voor werk van mindere goden nemen de prijzen in Basel absurde proporties aan. Zo verkoopt de Duitse galerie Nagel drie ordinaire plastic tasjes die kunstig rechtop zijn gezet door Kader Attia. Volgens een begeleidende tekst van de Parijse kunstenaar vormt het werk een ode aan de daklozen in zijn stad. Bij navraag noemt zijn galeriehouder bloedserieus de prijs van vijftienduizend euro. Je mag hopen dat je voor dat geld ook de kale tafel krijgt waarop de tasjes gedrapeerd zijn.

Kunst is zo duur als wat de gek ervoor geeft. Maar soms bekruipt je het gevoel dat kunstenaars expres een spelletje spelen met de koopziekte van verzamelaars. Bij Galerie Jan Mot uit Brussel zette Mario Garcia Torres een lege sokkel van plexiglas neer. De titel van het kunstwerk uit 2007 luidt: A Work That Will Be Shown Somewhere Else, In Some Other Time, Not Known To Me At This Moment. Het kost achtduizend euro en het is al verkocht.

De minder gefortuneerde kunstliefhebber kan gelukkig altijd nog terecht op een van de alternatieve kunstbeurzen die ieder jaar gelijktijdig met Art Basel worden georganiseerd. Bijvoorbeeld op de Liste, die zichzelf aanprijst als ‘de jonge kunstbeurs’. De bezoeker wordt er door de labyrintische gangen van een voormalige brouwerij geleid, langs kunstwerken die aan schots en scheve schotten hangen. Er hangt een sfeer als op een kunstacademie, lekker chaotisch en experimenteel. En je kunt er bij de Nederlandse galerie van Juliette Jongma al voor 1600 euro een schilderijtje van Tim Braden aanschaffen.

Een paar kilometer verderop ligt langs de oever van de Rijn een tentenkamp waar de Scope kunstbeurs is neergestreken. Ook hier veel werk van jonge, nog niet zo gevestigde kunstenaars. Het is er rustig, maar dat zegt niets. „Op de opening stonden ze te dringen om te mogen kopen”, zegt Willem Kerseboom uit Amsterdam, die werk van Chinese kunstenaars aanbiedt. „Dat maak je op een Nederlandse beurs niet snel mee.”

Het publiek in Basel is buitengewoon serieus, zegt ook Marije Oostindie van de Utrechtse Flatland Gallery. Al is hun rijkdom niet altijd direct zichtbaar. Een beetje beschaamd vertelt Oostindie over een shabby ogende vrouw die de galerie kwam binnenlopen. „Haar broek zat onder de modder, dus ik besteedde weinig aandacht aan haar. Maar vervolgens kocht ze zonder blikken of blozen een foto van Ruud van Empel. Bleek dat ze net polo had gespeeld.”

Art Basel, Scope en Liste. T/m 8 juni in Basel. Inl: www.artbasel.com, www.scope-art.com, www.liste.ch