Een land van bankiers, maar niet van voetballers

Niet alle Zwitsers lopen warm voor het EK. Daar zijn redenen voor, maar níet dat Zwitsers geen nationale identiteit hebben. Want die hebben ze wél. Op andere terreinen dan voetbal.

In navolging van andere landen krijgt Zwitserland komend jaar ’s lands eerste Bauernkalender (boerenkalender). Vorige maand poseerden modellen voor een fotoshoot. Foto Reuters A model poses during a casting for the first men's edition of the Swiss "Bauernkalender" ("Swiss Farmers Calendar") in the village of Seegraeben near Zurich May 24, 2008. REUTERS /Arnd Wiegmann (SWITZERLAND) REUTERS

Nyon, 7 juni. - „Waarom moet de doorgaande weg Genève-Lausanne elke dag worden afgesloten omdat mensen daar op een scherm voetbal gaan kijken? Waarom zetten ze dat scherm niet gewoon in een veld?”

Deze bewoonster van het Zwitserse stadje Nyon vindt het maar niks dat het verkeer voor haar deur drie weken lang ’s middags en ’s avonds wordt lamgelegd. „Dat mensen voetbal willen kijken, best. Maar dat ze de openbare weg inpalmen vind ik bespottelijk.”

Voetbal kan deze vrouw, die haar naam niet in de krant wil, gestolen worden. Zij is niet de enige hier die kwaad werd toen ze laatst, ter compensatie van de voetbaloverlast, drie vrijkaartjes voor het gemeentelijke zwembad ontving.

Uit peilingen blijkt dat veel Zwitsers de ‘Eurofoot’ die vandaag losbarst vooral associëren met zorgen. Zorgen om verkeersdrukte, beschonken fans, terreurdreigingen zelfs. Zwitsers kijken met grote klosogen naar Hollanders die met hun psychedelische tulpenhoeden en klompen ludiek doen in Bern. Je zíet sommigen denken: dat mensen zo ver kunnen gaan.

Een van de verklaringen die je hoort voor deze lauwe reacties op het EK is dat Zwitsers een zwak ontwikkelde ‘nationale identiteit’ hebben. Neem alleen al die talen hier. In het noordoosten spreken ze Duits (of Schwytzerdütsch), in het zuidwesten Frans, in Ticino Italiaans. Hun kranten lijken over verschillende landen te gaan: andere talen, andere thema’s, andere persoonlijkheden. Onderling spreken Zwitsers soms Engels met elkaar – net als Belgen die weinig patent hebben op nationaal sentiment.

Daarbij is Zwitserland, evenals België, een land waarin de macht fors gedecentraliseerd is. De federale regering in Bern heeft weinig te zeggen; kantons beslissen over gezondheidszorg, onderwijs, niet-rokenpolitiek, vakantiedagen of belastingtarieven. Tot voor kort werden diploma’s uit het ene kanton niet erkend in het andere. Wie naar een ander kanton verhuist, moet alles wijzigen: van verzekeringen tot autoregistratie. Wie honderd meter verderop gaat wonen, net over een kantonale grens, moet zelfs zijn kinderen op een andere school doen. Taalgebieden vechten om federale spoorlijnen, kantons ‘bieden’ tegen elkaar op om buitenlandse holdings aan te trekken, in Fribourg vinden ze de kaas uit Sankt Gallen niet te eten en andersom. En toch – er zijn legio aanwijzingen dat Zwitsers naast een goedontwikkeld regionaal gevoel, óók een stevige nationale identiteit hebben.

Zo zijn er tal van (on)hebbelijkheden die je in alle hoeken van dit land tegenkomt. Zwitsers zijn bijvoorbeeld ontzettend beleefd in het verkeer. Iedereen – met een Zwitsers nummerbord tenminste – mag meteen invoegen. Zwitsers halen zelden rechts in en zijn geen bumperklevers. Een vrouw die laatst een middelvinger kreeg van een automobilist in Bern, was daar nog dagen ondersteboven van. Ook zijn Zwitsers gezagsgetrouw. Niet alleen is de pers hier vrij braaf, maar regels zijn ook regels. Als je als flatbewoner na tien uur ’s avonds de wc doortrekt, belt je buurman de politie. Zwitserse agenten rukken uit voor was die van een balkon hangt of gras dat na achten gemaaid wordt. Een diplomaat die op zondag een paar verhuisdozen in de lift van zijn appartementsgebouw naar beneden bracht, werd laatst ook berispt. Toen hij daarover vertelde, waren al zijn tafelgenoten het erover eens dat dit „typisch Zwitsers” was.

Veel Zwitsers blaken ook van nationale trots. Franstaligen klagen als een Duitssprekende een hoge post in Bern krijgt (Voorpagina: ‘Steeds minder Franssprekenden bij overheid’), maar die klachten zijn alleen voor intern gebruik. In bijzijn van buitenstaanders beginnen Zwitsers daar niet over. Ook bestaan er grote nationale taboes die intact blijven – zoals zwijgen over de Tweede Wereldoorlog, toen joden niet welkom waren maar hun rijkdommen wel.

Typisch Zwitsers is ook het antwoord dat je vaak krijgt als je mensen in grensstreken vraagt waarom ze geen boodschappen doen in Frankrijk of Duitsland, waar alles twintig procent goedkoper is: „Omdat Zwitserse producten beter zijn.” Een enkeling verklaart zelfs dat hij tweemaal zoveel voor een ei betaalt omdat hij Zwitserse boeren wil helpen in de strijd tegen het industriële dumpinggeweld uit de Europese Unie.

De EU heeft veel invloed op de Zwitserse psyche. Naties zijn immers ‘imagined communities’ – Gellner en Hobsbaum schreven het al. Nationale identiteiten worden evenzeer gevormd door wat je bent als door wat je níet bent.

In de jaren negentig wees een krappe meerderheid van de Zwitsers het EU-lidmaatschap af. Als er nu wéér een referendum werd gehouden, zeggen analisten, zou een ruime meerderheid tegen zijn. Nu heel Europa bij de EU zit, profileert Zwitserland zich als het D66 van Europa: als ‘redelijk alternatief’. Die rol bevalt de Zwitsers uitstekend. Ze doen, pragmatisch, mee aan Europese regelingen over milieu, wetenschappelijk onderzoek of criminaliteitsbestrijding. Verder trekt het land zijn eigen plan. Met belastingstunts lokken kantons veel bedrijven uit de EU weg – én rijke particulieren die vanwege het bankgeheim buiten schot blijven van Europese belastingdiensten. Brussel is razend over die Zwitserse medewerking aan belastingontduiking. Zwitsers vinden het juist schandalig dat EU-landen hen willen dwingen om hun fiscale beleid aan te passen. „Dit is een aanslag op onze soevereiniteit”, zegt een bankier, wiens beroepsgroep samen met de horloge- en chocolademakers tot nationaal heldendom is verheven. „Een vorm van oorlog, eigenlijk.”

De Zwitserse nationale voetbalploeg is veel beter dan vroeger. Vandaar dat steeds meer kinderen in dit skiland op voetbal gaan. Veel Zwitsers weten zelfs dat de trainer van het nationale elftal Köbi Kuhn heet. Maar de ware strijd van de Zwitsers is niet om de voetbalbeker. Die gaat om het cruciale onderscheid met de rest van Europa. Om het bankgeheim. De echte soldaten in dit land zijn de bankiers. Niet de voetballers.