Echo van de DS

Citroën C6 2.7 HDI F Lignage aandrijving: 2,7 l dieselmotor vermogen: 208 pk afmetingen (l×b×h): 4,91×1,86×1,46 m gewicht: 1.846 kg sprint van 0-100: 1 op 11,5 sec verbruik: CO2-uitstoot: 230 gr prijs: 65.105 euro

Op 5 oktober 1955 onthulde Citroën op de Parijse autosalon de DS19, wellicht de grootste sensatie uit de automobielgeschiedenis. De DS19 was op dat moment de modernste auto ter wereld en zou dat nog lang blijven. In de DS werden alle functies hydraulisch bekrachtigd; remmen, besturing en versnellingsbak.

De hydropneumatische vering zorgde voor een constante afstand tot het wegdek, hoe zwaar de auto ook was beladen en kon op drie verschillende niveaus worden gebruikt. De DS was ook de eerste in serieproductie vervaardigde auto met schijfremmen op de voorwielen. Dit hele samenhangende systeem van innovatie zorgde voor een ongekend comfort dat werd gecombineerd met een voor die tijd verbazende wegligging en remvermogen. Jarenlang was de DS19 de auto waarmee bankrovers zich bij voorkeur uit de voeten maakten.

Hoe indrukwekkend ook al de onzichtbare technische vernieuwing, wat de beschouwers in eerste instantie met stomheid sloeg, was de futuristische vorm van de DS19, die een geringe luchtweerstand combineerde met ongekende elegantie. Eigenlijk zou naast elke DS19 een Opel Kapitän van dezelfde jaargang moeten worden vertoond: dat contrast maakt pas duidelijk wat de betekenis van de DS19 in 1955 was.

De vijfde oktober 1955 was zo’n magisch moment, dat Citroën in de volgende halve eeuw zijn bewonderaars alleen nog maar teleur kon stellen. De CX was een waardige opvolger, maar miste onvermijdelijk het revolutionaire elan van de DS. De XM vertoonde aanvankelijk allerlei mankementen en is al weer jaren geleden een stille dood gestorven.

Op de autosalon in Genève verraste Citroën drie jaar geleden met de C6, een welbewuste echo van de van de DS en de CX. De C6 is door de internationale autojournalisten zuinigjes ontvangen. Zeker, de vormgeving van de C6 werd geprezen en ook wilde men wel toegeven dat de nieuwe Citroën buitengewoon comfortabel is. Dan volgde haast onvermijdelijk het commentaar dat de C6 geen ‘rijdersauto’ is, vanwege het ontbreken van de noodzakelijke dynamische eigenschappen. Conclusie was dan dat de C6 geen rationele keuze was, maar wellicht aantrekkelijk zou kunnen zijn voor een kleine groep van zonderlingen.

We hebben hier te maken met de in beton gegoten vooroordelen van de autojournalistiek. In deze branche is BMW de maat van alle dingen. BMW’s zijn bij uitstek ‘rijdersauto’s’, vanwege hun superieure dynamische eigenschappen. Lyrisch kunnen de autojournalisten worden als zij beschrijven hoe ze de een of andere BMW in recordtijd de Stelviopas hebben opgejaagd. De C6, zo werd gemeld, was geheel ongeschikt voor een snelle alpinerit.

Ik geloof het graag, maar vraag mij daarbij wel af hoeveel Nederlandse BMW-rijders met enige regelmaat de records op de Stelvio breken. De criteria van de autobladen hebben zich geheel losgezongen van de dagelijkse automobilistische praktijk in een land als Nederland. Citroën heeft inderdaad voor comfort gekozen en mij lijkt dat een heel wat rationelere keuze dan die voor de dynamische eigenschappen.

Dat je je in de C6 zou voelen als een nijlpaard op een luchtbed is zonder meer onzin. De dynamische eigenschappen van de C6 zijn meer dan voldoende voor de wensen van normale mensen. Daarbij is de grote Citroën opmerkelijk stil. Het is een auto om in tot rust te komen. De modale Stelviobeklimmer zou er eens een weekje in moeten rijden. Het is, voorzover mogelijk, een passende opvolger van de DS.

    • Maarten van Rossem