Duits geld heimelijk naar prins

Prins Bernhard heeft in 1963 ten onrechte een miljoen mark gekregen van geld dat Duitsland na de oorlog aan Nederlandse slachtoffers van het naziregime betaalde. Hij kreeg dat geld nadat Joseph Luns, toen minister van Buitenlandse Zaken, er in het geheim over had onderhandeld met de Bondsrepubliek. Dit schrijft historicus Gerard Aalders van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie in het tijdschrift De Republikein.

Bernhard had in de oorlog 87.000 Reichsmark op een familierekening in Duitsland, maar dat geld was in 1945 onder beslag van het Britse Militaire Gezag gekomen. In 1943 had Bernhard afstand gedaan van „iedere nalatenschap van zijn vader en de toekomstige nalatenschap van zijn moeder”. Toch diende hij acht jaar later een vordering van 1,4 miljoen mark in bij de Bondsrepubliek.

In de 275 miljoen mark die Nederland vanaf 1963 ontving als ‘Wiedergutmachung’ zat een miljoen voor Bernhard. Minister Luns verzekerde hem in een brief geheimhouding. Zou de transactie toch bekend worden, dan zou die ‘kortweg’ worden ontkend.