‘Deze zege zullen wij nooit vergeten’

Zwarte Amerikanen zijn trots op hun eerste presidentskandidaat. Blanke Amerikanen trouwens ook. „Zie je nou, we zijn geen racisten.”

Steven Cummings fotografeerde dochter Ellis en zoon Cameron woensdagochtend ter herinnering aan de nominatie van Barack Obama als presidentskandidaat voor de Democraten. Cummings, Steven

Op het beslissende moment, afgelopen dinsdagavond, dacht Steven Cummings: dit moet ik vastleggen.

De rillingen liepen hem over de rug toen Barack Obama de nominatie van de Democraten had binnengehaald. Dus de volgende ochtend, direct na het ontbijt, pakte hij zijn camera en hij nam zijn twee kinderen – zoon Ellis (10), dochter Cameron (8) – mee naar buiten, in het zuidoosten van Washington.

Ze zeggen vaak dat hij in een sombere buurt woont. En het is er zeker niet perfect – te veel wapens, te veel mensen die zich geen raad weten met het leven. Maar die ochtend hing er een fris soort optimisme in zijn straatje. Zijn bejaarde buurvrouw had zelfs een bloem in haar kapsel gestoken. Hij vroeg zijn kinderen The Washington Post omhoog te houden. ‘Obama Claims Nomination’, stond over de volle breedte van de voorpagina. En hij klikte. „Dit is voor later”, zei hij tegen zijn kinderen. „Deze dag gaan wij nooit meer vergeten.”

De grijnzende Cummings (42) vertelde het afgelopen donderdagavond in Bristow, Virginia. De Afro-Amerikaan – bebop-hoedje, puntige sik – stond na te genieten van een toespraak die Obama zojuist had gehouden in een sport- en amusementspaleis. Een typisch Obama-evenement: een gemengd massapubliek dat gaandeweg in extase raakt. Deze man is niet meer te stoppen, zei Cummings. „Barack is de Tiger Woods van de politiek.”

Het historische karakter van zijn zege – de eerste Afro-Amerikaanse kandidaat voor het presidentschap – kreeg deze week relatief weinig aandacht. De verrassing van de overwinning was er eigenlijk af: rekenaars hadden half februari al becijferd dat Hillary Clinton bijna niet meer kon winnen. En toen zij dinsdag officieel verloor, eiste Clinton opnieuw veel aandacht op, deze keer door de weigering haar nederlaag te erkennen. Ze zou dat pas vandaag in Washington alsnog doen, en daarbij officieel haar steun aan Obama uitspreken.

De trots van de zwarte gemeenschap leed er niet onder. Op dat evenement in Virginia vertelde Janesweet Callins (17) dat ze woensdag op haar werk in een supermarktslagerij vijftig kilometer verderop, collega’s vroeg of ze het nieuws hadden gehoord. Neuh. De volgende dag liet ze het nog maar eens vallen. Ja, ja – nu wisten ze het wel. Lekker ding, had haar oudere blanke collega gezegd. „Het was de eerste keer dat ik haar iets positiefs over een Afro-Amerikaanse man hoorde zeggen.”

Afro-Amerikanen hadden aanvankelijk reserves over Obama. Door zijn afkomst (zoon van wetenschappers uit Kenia en Kansas) en zijn jeugdjaren (geboren op Hawaii, opgegroeid in Indonesië) werd hij amper erkend als Afro-Amerikaan: het slavernijverleden was aan zijn ouders voorbijgegaan, en als product van een gemengd huwelijk was het maar de vraag „of hij zwart genoeg” was, zegt Elijah Anderson.

Anderson is hoogleraar sociologie op Yale en publiceerde eerder baanbrekend onderzoek over zwarte jongeren in de binnenstad van Philadelphia, waarover hij het standaardwerk Code of the Street publiceerde. Juist onder zwarte jongens – de belangrijkste probleemgroep in de Afro-Amerikaanse gemeenschap – heeft zich het laatste jaar „een verbazingwekkend snelle identificatie” met Obama voltrokken, zegt Anderson, die voor zijn onderzoek vaak dagen achter elkaar in het getto doorbrengt.

Obama’s loopje als hij een podium betreedt, zijn danspasjes in het praatprogramma van Ellen DeGeneris, het ritme en de passie van zijn toespraken – het wordt nu al eindeloos gekopieerd in het getto. Die dingen gaan altijd sneller dan de rest van de maatschappij zich realiseert, zegt Anderson. „Erg bemoedigend.”

Toch praat Obama zelden of nooit over discriminatie van Afro-Amerikanen of de segregatie in de grote steden. Mike Kruglik, een vakbondsman uit Chicago die een van Obama’s eerste mentoren was toen hij begin jaren tachtig opbouwwerker in die stad werd, weet zeker dat Obama als president de segregatie hoog op de agenda zal zetten. Maar nu vermijdt hij het onderwerp om niet weer geïdentificeerd te worden met zijn ex-dominee Jeremiah Wright en andere zwarte leiders, zegt Kruglik, die alle problemen verklaren uit het slavernijverleden.

Anderson, die in de jaren negentig Bill Clinton adviseerde, gelooft ook dat Obama de zwarte gemeenschap niet helpt door de crisis van zwarte jongens op de schouders van de rest van de maatschappij te laden. De schoonheid van Obama’s kandidatuur is nu juist dat de hele samenleving zich door zijn toedoen goed voelt.

„Er zijn veel trotse blanke mensen die in hem een diep verlangen bevestigd zien: zie je nou, we zijn geen racisten.” Het zou dom zijn als Obama dat gevoel zou verspelen. „Hij moet zich concentreren op de problemen van de hele onderklasse – zwart en wit, latino en Aziaat.” En op die van de zwarte middenklasse. „De terugval naar de straat die mensen daar meemaken is een reële angst voor iedereen: hoe goed je het ook doet, in het huidige Amerika kan je alles in een paar weken weer verliezen.”

Het land heeft bovendien de aanslagen van 11 september 2001 nog steeds niet helemaal verwerkt. In het Amerika van de oorlog tegen terreur keerde de xenofobie tot in de hoogste kringen terug.

Zo zal Hyatt Wahab (65), een immigrant uit Brits-Guyana die voor zijn recente pensionering jarenlang op het State Department in Washington werkte, nooit vergeten hoe hij, met zijn donkere huidskleur, op die ochtend in 2001 werd begroet door een collega die net de ineenstorting van de twee torens had gadegeslagen. „We should kill all the bastards like you.” De man excuseerde zich later en Wahab accepteerde dat. Maar het duurde tot het succes van Obama voordat mensen weer optimistisch durven zijn. „Obama symboliseert ons vermogen om na een zwarte periode weer boven onszelf uit te stijgen.”

Al moet iedereen goed voor ogen houden, zegt hij, dat de geschiedenis ook reden voor beduchtheid biedt. „Er lopen hier nu eenmaal veel roekeloze mensen met een wapen rond. Mijn vrouw zegt dat ik dat niet moet zeggen. Maar soms ben ik bang dat hij het niet zal halen.”