De woestijn bloeit

Nu de Groningse gasbel langzamerhand leeg begint te lopen, kunnen we ons afvragen hoe andere landen de laatste reserves van hun natuurlijke rijkdommen besteden. Deze vraag is acuut voor de Golfstaten, waar de economie bijna uitsluitend gebaseerd is op de – snel slinkende – oliereserves onder het woestijnzand. Wat blijft er over als de tank leeg is?

De hoop is een topuniversiteit. Maar als je op nummer 2998 staat in de top-3000, kun je niet echt spreken van een riante uitgangspositie. Toch was dat de plaats die de beste universiteit van Saoedi-Arabië, de King Fahd University of Petroleum and Minerals, onlangs innam op een wereldranglijst. Het Arabische schiereiland lijkt dus ook in wetenschappelijk opzicht een woestenij. Het tijdschrift Nature vond rond de Perzische Golf maar drie wetenschappelijke speerpunten: ontzilting, valkerij en kamelenfokkerij. Die kamelen – het zijn trouwens dromedarissen; ze hebben maar één bult – zijn geen grapje. Het Camel Reproduction Centre in Dubai is een bekend instituut waar de jonge Engelse dierenarts dr. Lulu ‘Queen of the Camels’ Skidmore, in opdracht van de kroonprins supersnelle dromedarissen fokt. Ja, racedromedarissen, want die dieren rennen bijna even snel als paarden. (Het Griekse woord ‘dromas’ betekent ‘renner’). Dr. Lulu is bijzonder creatief: in 1995 haalde zij de wereldpers met de eerste kruising van een lama en een kameel, een zogeheten cama. Het is maar zeer de vraag of dit schepsel de regio in de vaart der volkeren opstuwen.

Maar sinds kort kunnen we zeggen: ook de wetenschappelijke woestijn bloeit. Althans, er is een forse lading voedingsstoffen en water de grond ingegaan. Saoedi-Arabië heeft vorig jaar veruit het meest ambitieuze initiatief genomen. Uit het niets wil men daar in één keer een internationale topuniversiteit stichten. Bij Djedda, aan de kust van de Rode Zee, zo’n 150 kilometer ten noorden van Mekka, wordt een gloednieuwe hightechcampus gebouwd. De King Abdullah University of Science and Technology (KAUST) is opgericht met een fonds van meer dan 12 miljard dollar. Dat is geen gering bedrag. Wat dollars op de bank betreft wordt deze universiteit alleen maar overtroffen door de Amerikaanse giganten Harvard (35 miljard), Yale (22 miljard), Stanford (17 miljard), Princeton (16 miljard) en Texas (15 miljard). Anders dan gebruikelijk in Saoedi-Arabië wordt de nieuwe universiteit compleet Engelstalig en kent geen aparte mannen- en vrouwenafdelingen.

Dit gebaar van koning Abdullah is niet alleen prijzenswaardig, het is ook bittere noodzaak. In de islamitische wereld, die nu zo’n 20 procent van de wereldbevolking omvat, zijn nog maar weinig excellente onderzoeksinstellingen te vinden. Zal het niet geweldig zijn als moslims (en niet-moslims) uit de hele wereld naar Saoedi-Arabië zullen gaan voor een intellectuele bedevaart? Het is daarnaast een interessant cultureel experiment, want het is moeilijk voorstelbaar hoe toponderzoek kan gedijen in een gesloten maatschappij.

De eerste stappen in die richting zijn veelbelovend. De raad van toezicht bestaat uit buitenlandse wetenschappers en bestuurders en ook de president komt van buiten, namelijk uit Singapore. Singapore is een goed voorbeeld van een rijk, maar klein land – het is niet groter dan de provincie Utrecht – dat zich een plek in de wereldkenniseconomie heeft gekocht. Het heeft zwaar ingezet op biotechnologie, waarin de overheid meer dan 2 miljard dollar heeft geïnvesteerd, en daar worden nu de vruchten van geplukt. Singapore is een van de snelste economische stijgers. Kan dit scenario in het Midden-Oosten herhaald worden?

Aan het kapitaal zal het niet liggen. De Saoedi’s zijn zeer genereus met hun oliedollars. Ze stoppen niet alleen geld in de nieuwe campus, maar steunen ook buitenlandse onderzoeksgroepen die willen samenwerken. Twaalf internationale wetenschappers kregen onlangs ieder een beurs van 10 miljoen dollar. Dat geld kregen ze natuurlijk niet zomaar. Ze moesten wel toezeggen minstens drie weken per jaar aan de Rode Zee te willen doorbrengen. Ook sluit de universiteit contracten met buitenlandse universiteiten; zo kregen Stanford en Berkeley beide al zo’n 30 miljoen dollar. Niet dat deze instellingen nu bijzonder armlastig genoemd kunnen worden, maar het is bekend: de duivel heeft een nadrukkelijke voorkeur voor de grote hoop.

Saoedi-Arabië is niet het enige land met veel olie en mooie plannen. De hele regio borrelt van activiteiten. De stadstaatjes van de Verenigde Arabische Emiraten hebben alle een keur aan prestigeprojecten. Dubai, waar de oliereserves bijzonder snel teruglopen en over twintig jaar waarschijnlijk helemaal op zijn, bouwt het hoogste gebouw ter wereld, een kunstmatig eiland ontworpen door Rem Koolhaas, en een gigantisch vliegveld. Abu Dhabi, dat nog rijker is, wordt de trotse bezitter van een Guggenheimmuseum van de hand van Frank Gehry, een filiaal van het Louvre, een Warner Bros-filmstudio, en binnenkort van een exacte kopie van de campus van New York University (NYU) – alles gehuisvest op het eiland Saadiyat, een cultureel-wetenschappelijk pretpark met een prijskaartje van 27 miljard dollar.

De campus in Abu Dhabi van NYU gaat verder dan alle andere samenwerkingsplannen. Het idee is om een spiegelbeeld van de Amerikaanse universiteit te bouwen met dezelfde selectieprocedures, dezelfde opleidingen, dezelfde colleges, dezelfde diploma’s en, naar men hoopt, uiteindelijk hetzelfde prestige. In de visie van John Sexton, de uiterst ondernemende president van NYU, is dit pas de eerste stap naar een academisch wereldmerk. Hij geeft zelf het goede voorbeeld en gaat deze herfst wekelijks heen en weer vliegen om in Abu Dhabi college te geven. De Amerikanen zijn over de streep getrokken met een eerste gift van 50 miljoen dollar, maar de deal is veel meer waard. De 32-jarige kroonprins van de oliestaat, wiens paleis alleen al 3 miljard dollar koste, zal zowel de nieuwe campus als een groot stuk van de vestiging in Manhattan gaan betalen.

Deze plannen zijn beslist niet onomstreden. Sexton ligt onder vuur van medewerkers die hem beschuldigen het zo zorgvuldig opgebouwde imago van de universiteit te verkwanselen door een tweederangsimitatie te laten bouwen. Hoe kan de Arabische vestiging in lijn zijn met de New Yorkse kijk op vrouwen, Israël, geloof of homoseksuelen? Waarom moet een universiteit überhaupt een wereldmerk worden? Een universiteit is toch niet hetzelfde als een fastfoodketen? Wie zit te wachten op een McUniversity?

Maar Sexton denkt daar anders over. Volgens hem is New York de eerste miniaturisatie van de wereld en is het juist de taak van zijn universiteit om deze visie over de wereld te verspreiden. Hij hoopt ook zo gevestigde instellingen als Harvard en Yale rechts in te halen. Opvallend is dat juist Yale onlangs terugkwam op plannen om aan de Golf een kunst- en toneelacademie op te zetten. Men was niet bereid aan die opleiding ook een officieel Yale-diploma te verbinden.

Los van de vraag of de kapitaalkrachtige Amerikaanse universiteiten de wereld zullen koloniseren en we inderdaad multinationale academische concerns zien ontstaan, is het opvallend dat de Golfstaten hun oliereserves zo sterk inzetten voor excellent onderwijs en onderzoek – en dat in een klimaat dat in vele opzichten ongastvrij genoemd mag worden. Hoe moeten we de wilde plannen zien vanuit het perspectief van Slogteren? Kunnen de aardappelvelden ook bloeien? Nu kan je in de Waddenzee niet zo lekker snorkelen als in de Rode Zee. Maar de uitgangspositie van de Nederlandse universiteiten is heel wat beter dan die van Saoedi-Arabië – de meeste staan tussen plaats 50 en plaats 200 op de ranglijsten. Ook mogen vrouwen hier autorijden, is Rem Koolhaas hier geboren, getogen en gevestigd en zijn onze lokale specialiteiten niet alleen klompen snijden, postduivensport en koeienfokkerij. Tenslotte zit er nog voor minstens 120 miljard aan aardgasbaten in de pomp.