De straf is verbanning maar ik kan niet weg

Als asielzoekerskinderen een delict begaan, is dat meer dan een jeugdzonde. Het kan betekenen dat ze ‘ongewenst’ worden en alleen terugmoeten.

Artak Nazaretian Foto Florèn van Olden Amsterdam 22-5-2008.Artak. Boeven criminelen allochtonen gefotografeerd Fotodienst :doordat bij de een wat meer de zon scheen dan bij de ander is de kast bij de eene geler. Kunnen jullie dat corrigeren ? Foto Floren van Olden Olden, Floren van

Liban (25) is ongewenst. Dat betekent dat hij terugmoet naar Somalië. Dat is lastig, want het is er te gevaarlijk. En hij kent het land niet, hij was 12 jaar toen hij naar Nederland kwam. Met zijn moeder, zijn drie broers en zijn zus. Die wonen in Ede. Zij zijn wel gewenst. Ze hebben als vluchtelingen al jaren de Nederlandse nationaliteit.

Het zijn de rafelranden van een regeling. Bij elke regeling, hoe humaan ook, zijn mensen die er nét buiten vallen. Zoals asielzoekerskinderen die een delict pleegden en daardoor een status misliepen. En ook kinderen van vluchtelingen die vorig jaar onder het generaal pardon vielen (vóór april 2001 asiel aangevraagd), als die kinderen langer dan een maand in een jeugdgevangenis zaten.

In de pardonregeling wordt jeugddetentie niet expliciet genoemd als reden om buiten die regeling te vallen – ‘gewone’ detentie langer dan een maand wel – maar het wordt wel zo geïnterpreteerd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Daarmee wordt een probleem gecreëerd in plaats van opgelost, zegt asieladvocaat Flip Schüller. „Ze kunnen niet weg omdat de landen waar ze oorspronkelijk vandaan komen te gevaarlijk zijn of hen niet terug willen hebben. Dus blijven ze en zijn ze illegaal. Als ze hun leven inmiddels op orde hebben, verdienen ze een tweede kans.”

Volgens hoogleraar vreemdelingenrecht Anton van Kalmthout werkt het strikt interpreteren van de regels ‘overlevingscriminaliteit’ in de hand. „Het is niet lastig te bedenken dat ze moeten eten en slapen.” Hij vindt dat ook gekeken moet worden naar de ernst van het delict en naar de periode dat de jongeren in Nederland verblijven.

„Als de IND vreemdelingen die ze niet kunnen uitzetten toch ongewenst verklaart, dan is dat papieren flinkheid”, zegt Schüller. „Ik ben niet tegen ordemaatregelen, maar ze moeten wel effectief zijn. Anders is het repressie.”

De IND bekijkt elk geval apart, zegt de woordvoerder. Het gaat om enkele tientallen gevallen.

Advocaat Michel Collet vindt het een omissie dat in het generaal pardon niets geregeld is voor jongeren die een „jeugdzonde” hebben begaan. Hij heeft een cliënt die als alleenstaande minderjarige asielzoeker naar Nederland kwam en op twaalfjarige leeftijd bij een vechtpartij betrokken was. de jongen werd veroordeeld tot twee maanden jeugddetentie. Daarna is hij niet meer met de politie in aanraking gekomen. Op grond van zijn strafblad komt hij nu niet in aanmerking voor het pardon. Dit in tegenstelling tot Nederlandse jongeren: bij hen levert jeugddetentie geen strafblad op.

De advocaten vinden dat de omstandigheden waarin de jongeren zaten, moeten meewegen in het oordeel.

Deze week publiceerden Margrite Kalverboer en Elianne Zijlstra van de Rijksuniversiteit Groningen een onderzoek waaruit blijkt dat het opvoeden van kinderen in asielzoekerscentra moeilijk is. De leefruimtes zijn zeer klein, stellen de onderzoekers. Zowel kinderen als ouders ervaren een groot gebrek aan privacy. Daarbij kampen veel ouders met zeer ernstige emotionele of psychiatrische problemen, veroorzaakt door traumatische gebeurtenissen.

Zulke ouders bieden vaak niet de structuur die kinderen nodig hebben, zegt advocaat Schüller. „Deze kinderen komen uit oorlogsgebieden, dan is de kans op ontsporen groot. Daar is in het strafrecht weinig aandacht voor.”

Maartje Berger, juriste bij Defence for Children International (DCI), schrijft in een kinderrechtenrapportage dat jeugddetentie niet even zwaar kan wegen als detentie voor volwassenen. Want een van de belangrijkste doelen van jeugddetentie is heropvoeding en resocialisatie. DCI vindt het ongewenst verklaren van kinderen met een strafblad, terwijl de rest van het gezin wel een verblijfsvergunning heeft gekregen, in strijd met de verplichtingen uit het internationale kinderrechtenverdrag dat Nederland ondertekende. Daarin staat dat het belang van het kind de doorslag dient te geven.

Het ongewenst verklaren van deze jongeren, juist omdat ze al zolang in Nederland verblijven, is ook in strijd met het Europese mensenrechtenverdrag. Artikel 8 daarvan stelt dat ieder mens recht heeft op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven.

Liban pleegde verschillende overvallen. Puur voor het geld, zegt hij. Maar hij is nu vier jaar vrij en regelde, met hulp van de gemeente, werk en school. Maar omdat hij ongewenst is, lukt het niet om ook echt te beginnen. Hij zegt: „Ik wou dat ze me met rust lieten, dan zou alles goed komen, weet je.”