De stelling van Paul Collier: Leg Afrika geen verkeerde romantische ideeën op

Veel derdewereldlanden maken snelle groei door, maar een kleine groep landen raakt steeds verder achterop – vooral in Afrika. Vergeet de romantiek van kleine boeren en werk aan verbreding van hun economie en commercialisering van hun landbouw, zegt Paul Collier tegen Roel Janssen.

Paul Collier is hoogleraar economie aan de universiteit van Oxford en directeur van het Center for the Study of African Economies. Hij is auteur van het boek The Bottom Billion dat dit jaar twee prestigieuze internationale prijzen voor non-fictie heeft gewonnen. Foto’s Roel Rozenburg Den Haag : 5.6.2008 Paul Collier. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Als opkomende markten spelen ontwikkelingslanden een steeds belangrijker rol in de wereldeconomie. Nu komt u met de boodschap dat het in de armste landen helemaal mis gaat. Verpest u het feestje?

„Armoede is acceptabel als er hoop bestaat op verbetering. In ontwikkelingslanden wonen vier miljard mensen die weliswaar niet zo rijk zijn als wij, maar die wél het vooruitzicht hebben om dat te worden. Als je arm bent in China, heb je een vrij ellendig bestaan, maar je kunt de verwachting koesteren dat je kinderen het beter zullen hebben. Daarentegen leeft één miljard mensen in landen waar dit niet het geval is. Voor die mensen is het bestaan uitzichtloos.”

Het positieve verhaal van die vier miljard mensen is toch fantastisch? Dat kan niet genoeg aandacht krijgen.

„Absoluut. Het is een misvatting om te blijven beweren dat alle inwoners van ontwikkelingslanden in uitzichtloze ellende leven en wij in exclusieve welvaart. Die oude scheiding tussen de eerste en de Derde Wereld bestaat niet meer.”

Dat is wel nog steeds het beeld.

„Organisaties zoals de Wereldbank willen overal actief zijn, dus ze generaliseren de armoede. Sommige NGO’s (niet-gouvernementele organisaties, red.) hanteren een anti-kapitalistische ideologie op grond waarvan ze beweren dat iedereen buiten de rijke landen slachtoffer is van permanente armoede en onderontwikkeling. De Verenigde Naties hebben de zogenoemde Millenniumontwikkelingsdoelstellingen (streefcijfers voor de verbetering van sociaal-economische levensomstandigheden in 2015, red.) opgesteld. Aangezien landen met een omvangrijke bevolking veel vooruitgang boeken, lijkt het alsof deze doelstellingen wereldwijd gehaald worden. Maar er ontstaat een groeiende kloof tussen de succesvolle landen en de achterblijvers. De armste landen halen de Millenniumdoelstellingen bij lange na niet.”

U legt de nadruk op die één miljard arme mensen voor wie het bestaan uitzichtloos is. Wilt u dat we de vier miljard mensen in de succesvolle landen vergeten?

„Nee, je moet ze niet vergeten. Maar die landen hebben geen financiële hulp meer nodig. De uitdaging is anders: we moeten ze als nieuwe spelers op het wereldtoneel erkennen. Brazilië, India, China moeten onderdeel van de wereldwijde besluitvorming worden. We moeten beseffen dat veel meer landen deel van de oplossing zijn en niet van het probleem.”

Niets staat de armste landen waar u zich bezorgd over maakt, toch in de weg om dit traject te volgen?

„In die landen moet een lange geschiedenis van stagnatie doorbroken worden. De vraag is waarom een minderheid van landen de aansluiting bij de spectaculairste periode van economische ontwikkeling op aarde heeft gemist. Rond 2000 was de verhouding tussen het inkomen van een gemiddelde inwoner van de armste landen en van de succesvolle landen één op vijf en sindsdien is het verschil jaarlijks met vijf procent toegenomen. Als je die lijn de komende 35 jaar doortrekt, is de afstand tussen de bottom billion en de rest onoverbrugbaar. Dus we moeten niet jubelen dat de ontwikkelingsdoelstellingen gehaald worden omdat China en India zoveel welvarender zijn geworden.”

U wilt de Chinezen en Indiërs toch niet hun groei ontzeggen?

„Natuurlijk niet. De spectaculaire groei van die landen moeten we toejuichen. Maar dat de armste landen nu met 2 procent groeien, is veel te weinig. De kloof neemt alleen maar toe.”

Hoe verklaart u die stagnatie?

Er is niet één eenvoudige verklaring zoals ‘het is de schuld van het wereldwijde kapitalisme’.”

Eerder van het wereldwijde socialisme.

„Wellicht. In mijn boek noem ik vier valkuilen.” (zie kader, red.)

U vergeet de bevolkingsdruk. Grote aantallen jonge mannen zonder werk zorgen overal voor geweld en problemen.

„Rebellenlegers bestaan niet uit oudere vrouwen. Jonge werkloze mannen vormen inderdaad een grote risicofactor voor het ontstaan van conflicten. Van langduriger betekenis is dat burgeroorlogen een economie vernielen en dat, als ze voorbij zijn, de kans 40 procent is dat een land binnen tien jaar weer afglijdt naar een conflict. Zit je eenmaal in die vicieuze cirkel, dan is het heel moeilijk daar weer uit te ontsnappen.”

In Azië wist men wél aan deze valkuilen te ontsnappen.

„De grote landen van Azië hebben de industriële exportmarkten veroverd en potentiële exporteurs uit Afrika kunnen daar niet tegen concurreren. Lichte industrie schept banen en juist daar maakt Afrika geen kans. China maakt het stukken lastiger voor deze landen om op de wereldmarkt door te dringen. Wist u dat 65 procent van de knopen in de wereld afkomstig is uit één Chinese stad? Stel dat je de eerste knopenfabrikant in Kenia of Tsjaad bent. Die heeft geen kans.”

China en andere Aziatische landen kopen de grondstoffen in Afrika. Dat levert toch inkomsten op?

„Grondstoffenexport kan nachtmerries veroorzaken.”

Waarom?

„ Ze zijn gevaarlijk omdat ze inkomsten voor rebellengroepen opleveren en omdat ze de overheid inkomsten verschaffen zonder dat men belastingen hoeft te heffen. De bedragen zijn bovendien zo groot, dat de politiek zich helemaal richt op de toeëigening van die inkomsten. Dat gaat ten koste van de normale politieke besluitvorming over investeringen in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg.”

Op het ogenblik is er sprake van recordhoge grondstoffenprijzen. Dat moet landen toch enorm helpen?

„Dankzij de grondstoffenboom groeien economieën op de korte termijn omdat er veel geld binnenstroomt. Op de lange termijn hangt het effect af van de kwaliteit van het bestuur. Als dat slecht is, zoals in Nigeria, zijn de effecten op termijn catastrofaal.”

De rebellenbewegingen bieden kansloze jongeren voedsel, werk en soms een inkomen.

„Rebellenbewegingen moet je nooit steunen. De standaardregel is dat als een regering slecht is, de rebellen nog slechter zijn. Het meest dramatische voorbeeld is de Lord’s Resistance Army in Oeganda. Het beweert de Tien Geboden na te leven. Hun geboden zijn: kinderen verkrachten, tegenstanders ontvoeren en vermoorden. Hun leider is een gewelddadige man die pocht op zijn bezit van zestig vrouwen. De werkelijkheid is dat rebellenbewegingen onbeschrijfelijke tragedies veroorzaken en vrijwel nooit een geloofwaardige weg naar politieke hervorming bieden. Ze laten daarentegen een spoor van ellende achter.”

Toch zijn er nog altijd aanhangers voor zogenoemde bevrijdingsbewegingen te vinden in het Westen.

„Het is de echo van het romantische beeld van Che Guevara. Rebellengroepen zijn ook niet stom. Ze noemen zich niet de hebzuchtige gewelddadige kidnappers en verkrachters, maar strijders voor rechtvaardigheid, bevrijding en vrede. Wij zijn onbeschrijfelijk naïef.”

Spelen hulporganisaties met beelden van hongerende kinderen ook in op die naïviteit?

„Die beelden zijn echt, de vraag is hoe je erop reageert. Als je alleen humanitaire hulp biedt, verandert er strategisch niets. Er zijn schrijnend arme mensen in Afrika omdat er een schrijnend gebrek aan werk is. Waarom is er onvoldoende werk? Omdat de ontwikkelingsstrategieën gefaald hebben.”

En omdat de bevolkingsgroei niet is afgeremd.

„Dat klopt.”

Banen moeten komen van de marktsector. In ontwikkelingsstrategieën ligt de nadruk nog altijd op overheidsbemoeienis. De markt wordt juist afgeremd.

„De private sector heeft een goed functionerende overheid nodig, en omgekeerd. De omvang van de overheidssector verschilt naar gelang van de omstandigheden. Als een land veel olie-inkomsten heeft, zoals Nigeria, heeft het een grote overheid om het geld uit te geven. Het belangrijkste is dat een omvangrijk staatsapparaat behoorlijk werkt. De kwaliteit van de private sector hangt af van de kwaliteit van de overheid waarmee men te maken heeft. Als de overheid corrupt is, trekt dat corrupte ondernemers aan.”

Het is ook een kwestie van ideologie. In Cuba is de particuliere sector verboden en het land is schrijnend arm.

„Dat is een ramp. Een ander taboe is dat in de landbouw een deel van de oplossing eruit bestaat om het ‘Braziliaanse model’ van grootschalige commerciële landbouw in Afrika te introduceren.”

Dat wordt bestreden door nagenoeg alle ontwikkelingsorganisaties.

„Ja, en dat is heel dwaas. Het is een deel van onze romantische illusies. Europa koestert het romantische beeld van kleine boeren en dat beeld leggen we aan Afrika op.”

De meeste Afrikaanse boeren werken toch op kleinschalige kostgrondjes?

„Omdat die economieën er niet slagen de stap naar grootschaliger landbouw te maken. Afrika moet afstappen van de primitieve landbouwproductie en de steden moeten dynamische banencentra worden.”

Daar geloof ik niets van. Er zijn nooit genoeg banen zolang de aanwas van jongeren doorgaat. Als je grootschalige landbouw invoert, verjaag je duizenden mensen van het platteland.

„Nee, dat klopt niet. Er is meer dan voldoende landbouwgrond beschikbaar in Afrika om de bevolkingsdruk op te vangen.”

Dan krijg je de milieu-activisten tegen je.

„We kunnen Afrika niet in de diepvries zetten. Als we Afrika als openluchtmuseum willen bewaren, stevenen we gezien de bevolkingsexplosie écht af op een nachtmerrie. Daar kunnen we niet romantisch over doen. Het effect van de demografie op het klimaat maakt het des te urgenter om af te stappen van de illusie dat het wel goed komt met Afrika als samenleving van kleine boeren. Dat komt niet goed. Het wordt erger. Het wordt onhoudbaar.”

Waarom projecteren wij onze ‘romantische illusies’ niet op Azië en tegenwoordig ook niet meer op Latijns-Amerika, maar nog altijd wel op Afrika?

„Afrika is de laatste uitlaatklep voor het Europese gevoel van schuld en illusies. We plaatsen Afrikanen in een slachtofferrol als gevolg van kolonialisme en slavernij. Wij voelen ons goed als zij zich slecht voelen. Laten we beginnen met te erkennen dat de uitdaging voor Afrika snelle economische groei is. Dat betekent verbreding van hun economieën, weg van de kleine landbouw en weg van de ontginning van grondstoffen.”

Wat is daar voor nodig?

„Hulp, veiligheid, desnoods via militaire interventies, toegang tot de markt door internationale handel, en behoorlijk bestuur.”

Bent u door uw tegenstanders ooit beschuldigd van neokolonialisme?

„Nooit.”