De rek is uit de mobiele markt

De mobiele markt in West-Europa is verzadigd. Telecombedrijven zoeken daarom groei in nieuwe landen en proberen hun bestaande netwerken efficiënter te exploiteren.

Een kind kan uitrekenen dat de mobiele markt in Nederland vol is: dit land telt 16 miljoen inwoners en 20 miljoen mobiele bellers. Die penetratiegraad van 120 procent betekent dat bijna iedereen één of zelfs twee abonnementen heeft.

Ook in andere Westerse landen hebben telecombedrijven te kampen met een meer dan verzadigde markt. Vandaar dat France Télécom een bod van 30 miljard euro uitbracht op het Zweeds-Finse TeliaSonera. Dat bedrijf heeft netwerken in Turkije en Rusland, landen waar nog lang niet iedereen een mobiele telefoon heeft en waar mobiele aanbieders nog kunnen groeien. TeliaSonera vond het bod overigens te laag en houdt de boot voorlopig af.

In Nederland is de groei uit de mobiele markt vrijwel verdwenen. Volgens de laatste cijfers van onderzoeksbureau Telecompaper nam de totale mobiele omzet in het eerste kwartaal van 2008 af met 0,9 procent tot 1,53 miljard euro. Over het hele jaar wordt nog wel een voorzichtige groei van 3 procent verwacht. Volgens Telecompaper nemen de inkomsten van mobiele gesprekken gestaag af: alleen Vodafone wist daar nog een groei te realiseren.

„Dat er minder geld verdiend wordt met telefoongesprekken komt omdat de Opta zijn werk goed doet”, zegt Wing-Yen Choi, analist van vermogensbeheerder Theodoor Gilissen. „De tarieven zijn door de toegenomen concurrentie een stuk lager geworden.”

De inkomsten per klant worden nog enigszins overeind gehouden door de toename in dataverkeer. Internetten en mailen via de mobiele telefoon wint aan populariteit sinds de instaptarieven zijn verlaagd tot 10 euro per maand. Weliswaar zijn geen enorme bedrag, maar groot genoeg om de maandelijkse telefoonrekening van de gemiddelde klant enigszins op peil te houden.

De datatarieven zijn in Nederland overigens aan de hoge kant, weet onderzoeker Ed Achterberg van Telecompaper: „Bij Vodafone en KPN is het datagebruik niet onbeperkt, en bij T-Mobile krijg je een lagere snelheid. Maar in Oostenrijk is een data-abonnement spotgoedkoop: daar heb je voor 8 euro per maand mobiel internet, bijna zonder beperking.”

Om meer winst te maken, moeten de telecombedrijven manieren verzinnen om hun kosten te drukken. Een van die methoden is schaalvergroting, bijvoorbeeld door de overname van concurrerende netwerken. In de Verenigde Staten nam telecombedrijf Verizon deze week nog het mobiele netwerk Alltel over voor 28 miljard dollar (18 miljard euro).

Nederland heeft al een consolidatieslag gemaakt toen KPN Telfort overnam en T-Mobile vorig jaar Orange inlijfde. KPN heeft volgens de cijfers van Telecompaper nog het grootste marktaandeel met 46,2 procent van alle mobiele bellers. T-Mobile is nu met 26,3 procent het tweede netwerk van Nederland, gevolgd door Vodafone (21,6 procent).

Analist Wing-Yen Choi verwacht geen nieuwe overnames onder de huidige spelers en denkt ook niet dat Vodafone of T-Mobile Nederland wil verlaten. Wel ziet hij mogelijkheden waarop KPN, Vodafone en T-Mobile efficiënter met hun netwerk om kunnen gaan. Choi: „Er zitten veel dubbelingen in de netwerken. KPN heeft toen het Telfort overnam ook een aantal zendmasten verwijderd om zo kosten te besparen.”

Volgens Choi is het ook mogelijk dat Vodafone en T-Mobile afspreken om overlappende zendmasten uit de lucht te halen en van elkaars capaciteit gebruik te maken. „Door die ‘dubbele punten’ eruit te halen besparen ze op de netwerkkosten.”

Nieuwe technologie biedt ook mogelijke besparingen. Choi: „Over twee jaar is KPN klaar met de aanleg van het snelle glasvezelnetwerk. Dan kan het mobiele netwerk geïntegreerd worden in het vaste netwerk en dat scheelt in de onderhoudskosten.” De telecomsector evolueert zo van triple play (één aanbieder die internet, vaste telefonie en televisie levert) naar quadruple play: bedrijven die naast dat drieledige pakket ook mobiele telefonie aanbieden.

Voor KPN is dat een voor de hand liggende stap, „maar bij de kabelaars is het nog stil”, zegt Choi. De kabelmaatschappijen hebben vaste telefonie, televisie en internet, maar geen mobiel netwerk. „Je zou verwachten dat kabelaars mobiele netwerken gaan kopen, of andersom.”

Volgens Ed Achterberg van Telecompaper zit er ook nog een besparingsmogelijkheid in customer services: de afdelingen die de helpdesk bemannen en klanten te woord staan. „Daar zitten honderden mensen – vaak studenten – te werken. Omdat er veel verloop is, is het niet eenvoudig om die afdelingen goed bezet te houden.”

Achterberg beschouwt de administratieve rompslomp die ontstaat bij het wisselen van de ene aanbieder naar de andere als een overbodige kostenpost. „Als je een goed systeem hebt om over te stappen, scheelt dat heel veel overbodig handelingen. In Hongkong hebben ze een procedure ontwikkeld waarmee je binnen een uur overgeschreven bent van de ene provider naar de andere.”

In Nederland duurt dat proces vaak enkele maanden, gecombineerd met talloze telefoontjes naar de helpdesk.