‘De beste tactiek is: elf spelers opstellen’

Oud-voetballer Jan Mulder (63) noemt zich de ‘moeder aller voetbalanalytici’. Hij bespreekt de zin en onzin van commentaren op het Nederlands elftal.

Jan Mulder in de speciale voorzittersblazer met een embleem van het Nederlands elftal, dat hij van een oud Oranje-shirt heeft gehaald. „Nabeschouwen is leuk, hoewel niemand er iets aan heeft.” Foto Sake Elzinga Nederland - Nieuwolda - ( Groningen ) -04-06-2008 Jan Mulder, sidekick, columnist en voetbalanalist. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Die aangezette verontwaardiging is gebleven. Jan Mulder is voetbalanalyticus in ruste, maar niet gestopt met becommentariëren. Ook aan de keukentafel in het Groningse Nieuwolda wisselt hij lyriek af met bijtende kritiek. Alsof de oud-international opnieuw is aangeschoven bij Frits Barend en Henk van Dorp, die met hun talkshow Villa BVD het Nederlands elftal bij vier eindtoernooien volgden. Alleen de camera’s ontbreken.

Nu voetbaldeskundoloog Mulder tijdens het EK in Zwitserland en Oostenrijk buiten beeld blijft, heeft hij zichzelf benoemd tot voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Voetbal Analytici. Een imaginaire club met fictieve leden. Maar Mulder ontleent er de bevoegdheid aan om te oordelen over de meningenfabriek die de komende drie weken op volle toeren gaat draaien. Met een knipoog: „Jaaah, een juntaleider, dat ben ik. Maar wel een sympathieke. Ik voel een band met Jan van Halst en Henk Spaan.”

Denk niet dat Mulder iedere analyticus tot zijn vereniging toelaat. Voetbaltrainers komen niet door de ballotage. Zonder pardon: „Die zijn partij en niet serieus te nemen. Trainers denken te veel in tactische concepten en durven niet alles te zeggen. Allemaal slap geouwehoer. Dat is storend, die kun je wegzappen. Hoewel, onlangs zag ik Aron Winter bij SBS6. Hij is jeugdtrainer bij Ajax, maar was opvallend kritisch over het Nederlands elftal. Een verademing.”

Wat maakt iemand naar de normen van Mulder dan wel tot een geschikte voetbalanalyticus? „Hij moet onafhankelijk zijn, een kritische geest hebben en het spel aanvoelen. Maar ook humor hebben. Televisie verlangt enig vermaak, geen droge verhandelingen. En hij moet zeggen wat hij ziet, niet wat de bondscoach ons in de voorbeschouwing heeft voorgezegd, dat is allemaal onzin. Hij moet het feilen aanwijzen, maar ook in vervoering raken van weergaloos spel, zoals van Arsenal in de Champions-Leaguewedstrijd tegen AC Milan. Van bewondering moeten dan alle remmen los. Helaas gebeurt dat zelden.”

Het nut van de voetbalanalyse is voor Mulder evident, al is het maar om aan te tonen dat „acht van de tien wedstrijden worden verziekt door tactische ingrepen van de trainer”. Verder ziet hij het geven van commentaar als vermaak. „Wij analytici vormen een nieuwe amusementstak, dat wijzen de kijkcijfers uit. Nabeschouwen is leuk, hoewel niemand er iets aan heeft. Maar dat geldt ook voor een duel van het Nederlands elftal. Voetbal is een onuitputtelijke bron van gelul. En dat vinden wij prima.”

Goede voetbalanalytici? Mulder noemt naast Van Halst en Spaan Johan Cruijff, Johan Derksen en toch ook zijn zoon Youri. „Hoewel ik het ook wel eens met hem oneens ben, vooral als Youri te veel op de stoel van de trainer gaat zitten. Ik hoor hem dan net iets te vaak over tactische zaken praten. Laat-ie op het dak gaan zitten, zeg.” En dan vergoelijkend: „Maar het is ook niet niks als je voortdurend de druk van de voorzitter en vader in één persoon voelt, hahaha.”

In Derksen herkent Mulder de onafhankelijke criticaster. Waarderend: „Verfrissend voor het vak. Ja, hij is snoeihard. Dat is ook gewenst, vooral als je analyticus bent van topwedstrijden met spelers die topsalarissen verdienen. Neersabelen is dan vaak noodzakelijk. En de kritiek van kijkers op Derksen vind ik onbetrouwbaar. Men smult van iemand als Derksen. Dat is de kick van het mopperen, vooral op voetbalanalytici. Dat heeft ook zijn functie; je bent het graag oneens met Derksen.”

Cruijff is volgens Mulder het genie dat in kennis over techniek en tactiek ver boven iedereen uitsteekt. „Hij spreekt alleen een taal met knopen, die wij nog aan het ontwarren zijn als hij in denken al weer veel verder is gevorderd. Cruijff is ook amusant, vooral door zijn guirlandeachtige woordgebruik. Sinds de coup van Marco van Basten bij Ajax ben ik benieuwd naar zijn analyses tijdens dit EK. Twee jaar geleden, bij het WK in Duitsland, werd Cruijffs mening mede bepaald door zijn vriendschap met Van Basten. Hij is niet rancuneus, maar zijn standpunt wordt interessant als het Nederlands elftal slecht presteert.”

De macht van voetbalanalytici moet van Mulder niet worden overdreven. Hij spreekt liever van begeleidend amusement. De woede van bondscoach Dick Advocaat tijdens het EK van vier jaar geleden in Portugal over de hetze tegen hem kan hij evenwel begrijpen. Maar Mulder ontkent medeplichtig te zijn geweest. „Mijn opmerking over een steniging van Advocaat is totaal uit zijn verband gerukt. Die uitlating was bedoeld als een ontkennende overdrijving en zeker niet letterlijk te nemen. Ik heb geen onvertogen woord over Advocaat gezegd, alleen over het beroerde spel van het Nederlands elftal. Ja, die kwestie heeft me behoorlijk achtervolgd; over demoniseren gesproken, zeg.”

Na het vertrek van Advocaat is het Nederlands elftal volgens Mulder bepaald niet beter gaan spelen. Hij vond het de laatste vier jaar „niet om aan te zien”. Zonder omwegen: „Veel gewonnen, maar altijd dat gefrustreerde gevoel. Het voetbal was nooit vloeiend, altijd stroef. Niet één heerlijke wedstrijd, met uitzondering van een helft in een oefenwedstrijd tegen Duitsland. Man, het was één treurmars.”

Nee, aan de kwaliteit van de meeste spelers ligt het volgens Mulder niet, al bestempelt hij de verdediging als krakkemikkig. De analyticus in ruste noemt de begeleiding van bondscoach Van Basten te streng; te veel concepten en opdrachten, waardoor spelers niet zichzelf kunnen zijn. De roos in de woestijn is Robin van Persie, naar Mulders mening de enige speler van wereldklasse in het Nederlands elftal. Op de gebiedende wijs: „Die behoort de spelmaker te zijn. ‘Op tien’, zoals dat heet. En geen veredelde rechtsbuiten. Nee, aan diens genialiteit kunnen Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder niet tippen.”

Natuurlijk mist Mulder Clarence Seedorf. Foutje, vindt hij. Van de bondscoach, die hem onterecht een beschermde status heeft onthouden. „Je kunt Demy de Zeeuw wel beter vinden dan Seedorf, maar dan houdt elke discussie op. Ik vind dat de bondscoach zich verheven opstelt. Al heb je alles op Seedorf tegen, een speler die AC Milan draagt, stel je op. Ik snap Seedorf heel goed. Die ziet als zeventiende man op tegen vier weken trainingskamp. Dat is Seedorf zijnde mentaal nauwelijks op te brengen; dat wilde hij zichzelf niet aan doen. En gelijk heeft hij.”

Van Basten vertrekt tijdig, vindt Mulder. „Ik heb niet van zijn Nederlands elftal genoten.” En dan weer weerbarstig: „Maar wel van Van Bastens stijl, die is geweldig. Ik zie hem graag langs dat lijntje staan. Van Basten heeft dezelfde aantrekkelijkheid als Louis van Gaal: je stoort je aan zijn uitspraken, maar vindt het toch wel lekker. In dat opzicht ben ik weer een fan van Van Basten. Ik zie me graag door hem vertegenwoordigd in het buitenland.”

Maar dan is er tijdens de wedstrijd weer die tactiek die Mulder tot wanhoop drijft. Met zijn armen gespreid en ogen ten hemel gericht, vraagt de ‘moeder aller voetbalanalytici’ zich vertwijfeld af: Waarom zo veel belang gehecht aan die onzin? Want, weet hij zeker: „Tactiek bestaat niet. Je hebt voetballers die een wedstrijd kunnen beslissen met een heel slechte tactiek en voetballers die met een heel goede tactiek niet kunnen winnen. Van Persie voetbalt altijd goed, tenzij je hem bij de cornervlag posteert. Daarom: wedstrijden worden beslist door techniek, niet door tactiek. Al-tijd. De beste tactiek is elf spelers opstellen en vooruit met de geit.”

Technische vaardigheid kan Mulder in vervoering brengen. Hij wordt lyrisch als Van Persie de bal vanaf veertig meter in een doeltje schiet, zoals deze week op de training gebeurde. „Bewust, met één voetbeweging, strak in het kooitje. Wat een schoonheid. Dát is voetbal. Rob Rensenbrink had dat vroeger ook. Die kon dankzij een schitterende techniek in een wirwar van spelers de bal precies naar die plek schieten waar het er toe doet, namelijk tussen de palen.”

Wat vindt de voorzitter van de voetbalanalytici van Bert van Marwijk, de nieuwe bondscoach? In zijn ogen een aimabele, verstandige, deskundige en betrouwbare man. Maar ook een goede bondscoach? Mulder wikt en weegt. Feyenoord speelde vorig seizoen beroerd, met Borussia Dortmund hield het niet over en Van Marwijk won in 2002 met Feyenoord de UEFA Cup door de uitblinkende Pierre van Hooijdonk. Tja, wat moet hij van Van Marwijk vinden? Na een poosje is hij er uit: „Van Marwijk wordt een solide bondscoach. Ik verwacht geen achteruitgang ten opzichte van Van Basten.”

Maar er zit hem wat dwars. De functie van bondscoach vindt Mulder te licht voor een fulltime baan. „De taak van bondscoach zou je er bij moeten doen. Een kwestie van de beste spelers oproepen en na één centrale training, hup, de wei in. De bondscoaches slaan door. Spelers moeten tegenwoordig op de training laten zien wat ze waard zijn. Onzin. Dat hebben ze wekenlang in de competitie laten zien. Nu schoppen ze elkaar de benen kapot, om zich te profileren. En dan hoor je: hij heeft goed getraind, vandaag. Nou, dat zegt me helemaal niets. Het gaat er veel te serieus aan toe. Eigenlijk stelt het trainerschap weinig voor. Je moet verstand van mensen hebben, met spelers kunnen omgaan en een beetje redelijk kunnen redeneren. De trainer is eigenlijk een overschat fenomeen, erger nog dan de analyticus. En voetbal een tijdverdrijf dat nodeloos ingewikkeld wordt gemaakt.”

Mulder is geen trainer geworden, omdat hij niet vijf jaar wilde studeren en na Anderlecht en Ajax geen trek had op het niveau van Turnhout of RKC te beginnen. Maar hij vindt zichzelf deskundig genoeg om het beste Nederlandse EK-elftal samen te stellen. Hij pakt een wit vel papier, vouwt het dubbel, kruipt enthousiast in de huid van de bondscoach en noteert: „Op doel Van der Sar, geen discussie. Achterin. Ja wie? Niemand is eigenlijk geschikt. Daarom kies ik er drie: Ooijer, Heitinga en Bouma. Op het middenveld in ieder geval Van Persie als spelmaker. Links en rechts van hem Sneijder en Van der Vaart, met daarachter Engelaar. In hem heb ik vertrouwen, hoewel hij niet trager moet worden. Als vleugelspelers Kuijt en Robben. En in de spits Huntelaar. Nee, Van Nistelrooy niet. Hij is niet goed genoeg meer; die heeft zijn grote tijd gehad bij Manchester United.”