‘Corruptie als zwakste schakel’

De nieuwe Russische president Dmitri Medvedev belooft de ene na de andere hervorming. Maar of die ondanks de sterke economie op lange termijn slagen, is nog de vraag.

Een maand na het aantreden van Dmitri Medvedev strooit het Kremlin met mooie beloftes. Zo heeft de nieuwe president van Rusland verkondigd de corruptie te gaan aanpakken. Daartoe is vooralsnog een werkgroep opgericht die de kwestie gaat bestuderen.

Ook wil Medvedev de rechtsstaat versterken, door te pleiten voor een onafhankelijke rechterlijke macht. Over vijftien jaar moet die gerealiseerd zijn, als de rechters van nu met pensioen zijn. Maar de grootste belofte is misschien nog wel zijn voornemen om het midden- en kleinbedrijf tot bloei te brengen. „En als hem dat lukt, heb ik echt reden om optimistisch te zijn”, zegt Martin Gilman, directeur van het onderzoekscentrum van de prestigieuze Hogeschool voor Economie, een afdeling van de Moskouse staatsuniversiteit.

De Amerikaan Gilman, die in de jaren negentig voor het IMF in Rusland werkte en daar in 1998 de ontwaarding van de roebel meemaakte, is vooralsnog voorzichtig in zijn optimisme over het huidige Rusland. „Wat hier in tien jaar tijd op economisch gebied heeft plaatsgevonden is heel bijzonder. Rusland staat er beter voor dan alle andere opkomende democratieën. Het heeft een economische groei van 8 procent per jaar en het bruto binnenlands product zal in 2009 per capita hoger zijn dan dat van EU-lid Polen. Natuurlijk zijn de inkomensverschillen enorm. Maar ze zijn nog altijd minder groot dan in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika.”

Die economische bloei is volgens Gilman niet alleen te danken aan de gas- en olieopbrengsten. Gilman: „De basis voor het huidige succes is in de jaren negentig gelegd door de hervormingen van de toenmalige minister van Financiën Jegor Gaidar en premier Viktor Tsjernomyrdin.”

Maar de rol van Poetin in zijn eerste termijn als president was volgens Gilman ook niet gering: „De invoering van de algemene belasting van 13 procent, de hervorming van de invoerrechten, de hervormingen van de ministeries. Verder heeft Poetin de ministeriële carrousel tot stilstand gebracht, waardoor Rusland niet meer om de zoveel maanden een nieuw kabinet kreeg. Op die manier heeft hij voor continuïteit gezorgd en bij continuïteit is de economie gebaat.”

Over de levensvatbaarheid van het midden- en kleinbedrijf in een door corruptie gegijzeld land is Gilman minder enthousiast. „De corrupte politie en lokale ambtenarij zijn de voornaamste bedreiging”, zegt hij. „Ze ontnemen ondernemers de mogelijkheid hun beklag te doen bij de overheid. Want met een corrupte politie is zoiets levensgevaarlijk. En de regering kan de ambtenaren niet dicteren hoe ze zich moeten gedragen. Wel zou ze hen kunnen aanmoedigen tot eerlijkheid door hun bijvoorbeeld premies te geven als ze de corruptie daadwerkelijk bestrijden. Tegelijkertijd zou het goed zijn als het aantal ambtenaren drastisch wordt verminderd, dat onder Poetin is gegroeid van 900.000 tot 1,7 miljoen.”

En dan ligt er volgens Gilman nog een ander gevaar op de loer. „Door de corruptie aan te pakken, zoals Medvedev wil, is de kans groot dat het resultaat contraproductief is. Want de wetten in Rusland zijn erg ingewikkeld en tegenstrijdig. En als ambtenaren ze daadwerkelijk toepassen, is de verleiding des te groter om tegen een beginnende ondernemer te zeggen: wat heb je ervoor over als ik dit probleem voor je oplos?”

Medvedev heeft in zijn voornemen echter meer kans van slagen dan Poetin, zegt Gilman. „Als kersverse president kan Medvedev het goede voorbeeld geven door een hoge corrupte ambtenaar te ontslaan. Poetin durfde dat niet. Hij gaf de voorkeur aan een corrupte ambtenaar die loyaal was boven een hem onbekende en onbevlekte ambtenaar aan wiens loyaliteit hij twijfelde.”

Een andere grote bedreiging voor het slagen van de politiek van Medvedev en Poetin is de inflatie, die in mei de 15 procent overschreed. Om die te bestrijden waarschuwt minister van Financiën Aleksej Koedrin voortdurend dat de overheid minder moet uitgeven. „Een minister van Financiën moet zoiets wel zeggen”, zegt Gilman. „Maar zijn conflict met minister van Economische Zaken Nabioelina mag niet worden overdreven. Natuurlijk neemt de inflatie toe als de overheidsuitgaven jaarlijks met 40 procent stijgen. Maar Poetin heeft onlangs gezegd dat die overheidsuitgaven niet opnieuw de hoogste prioriteit krijgen. En Nabioelina wil niet meer, maar gerichter geld uitgegeven. Als gevolg daarvan zal de inflatie na de zomer dalen.”

Poetin en Medvedev lijken dus geknipt voor het bereiken van een gezonde economie. „Ze zien heel goed waar de knelpunten zitten bij de inflatiebestrijding. Maar inflatie is tegenwoordig een globaal probleem waar Rusland in zijn eentje niet zoveel aan kan doen. Als de Amerikaanse economie nu maar niet in recessie raakt en de Russische centrale bank niet teveel geld bijdrukt, weet Rusland die inflatie heus wel te beheersen. Vergeleken met de Verenigde Staten die onder de hypotheekcrisis lijden en Europa dat met een recessie te maken heeft, is Rusland een gelukkig land. Hoeveel andere regeringen kunnen tenslotte zeggen dat ze een begrotingsoverschot van 5 procent hebben?”