Congo vraagt zich af wat voor relatie België zoekt

De Belgische minister van Buitenlandse Zaken heeft woede gewekt in Congo met zware kritiek op het bestuur in de voormalige kolonie.

Wie begrijpt de Belgische politiek nog in het buitenland? Je hoort het Belgen vaak verzuchten. Maar er is ten minste één buitenlander die snapt hoe je Belgische politici benadert: Joseph Kabila, president van Congo. Hij wist Vlaamse en Franstalige politici de afgelopen weken makkelijk uit elkaar te spelen.

Het begon met Karel De Gucht, de minister van Buitenlandse Zaken. De Vlaamse liberaal staat erom bekend dat hij soms ondiplomatiek is. Zo omschreef hij premier Balkenende een paar jaar geleden als „een mix van Harry Potter en brave stijfburgerlijkheid”. Tijdens een bezoek aan de voormalige kolonie klaagde De Gucht dat de Congolezen te weinig doen om corruptie te bestrijden. „Er moet een krachtig verzet komen tegen al diegenen die niet aarzelen om het welzijn van de bevolking op te offeren voor hun persoonlijke verrijking”, zei hij.

President Kabila reageerde fel. „België moet beslissen wat voor relatie het wil hebben met Congo”, zei hij. „Een goede, volwassen relatie tussen soevereine staten, of een relatie van meester en slaaf.”

Helemaal mis ging het toen De Gucht daarna verklaarde dat België „de morele plicht” heeft erop te wijzen wat er in Congo verkeerd gaat. Kabila riep zijn ambassadeur terug en gelastte sluiting van twee Belgische consulaten in Congo.

Premier Leterme probeerde Kabila te bellen om de ruzie te sussen – tevergeefs. Hij kreeg de Congolese president niet eens aan de telefoon, tot plezier van tekenaars van spotprenten. Een van hen liet Kabila tegen een medewerker bij de telefoon zeggen: „Als het weer die Belg is, dan ben ik er niet.”

Nu is alles in België op dit moment ‘communautair’. Vorige week berichtten kranten zelfs over een relletje rond genetisch gemanipuleerde populieren van een Vlaams instituut. Franstalige ministers wilden niet dat die geplant werden, en dat wekte woede in Vlaanderen.

Inzake Congo vinden Franstalige politici dat De Gucht te paternalistisch is geweest. „In een rechtsstaat kan men geen beschuldigen uiten zonder bewijzen te leveren”, zei Louis Michel, Europees Commissaris voor Ontwikkeling. „Internationale politiek is geen café”, zei zijn zoon Charles Michel, minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

Er is wel veel corruptie in Congo, zegt professor Stefaan Marysse, Congo-kenner van het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer van de Universiteit Antwerpen. Maar De Gucht is voorbij gegaan aan de positieve ontwikkelingen die er ook zijn in het land. De inflatie is verminderd, voor het eerst sinds 25 jaar groeit de economie, en er is een vrije pers. „Anderen kunnen beter kritiek leveren”, vindt Marysse. België hield, tijdens de Koude Oorlog, samen met de VS dictator Mobutu de hand boven het hoofd.

Franstalige politici staan dichter bij de huidige machthebbers in Congo dan de Vlaamse, zegt Maryse, omdat ze dezelfde taal spreken. En ook door toedoen van Louis Michel. „In de jaren negentig, toen niemand geïnteresseerd was in Congo, zorgde die er persoonlijk voor dat internationale instellingen zoals de Wereldbank weer gingen investeren in Congo.”

„Congo voelt zich nu veel sterker”, denkt Marysse. Het sloot vorig jaar een megacontract met Chinese staatsbedrijven. Die leggen duizenden kilometer wegen en rails aan in Congo in ruil voor koper.

België heeft nog weinig zakelijke belangen in Congo, maar geeft wel jaarlijks 200 miljoen euro ontwikkelingshulp. De Gucht wil alleen maar dat dit geld goed wordt besteed, zei hij. „Als dat neokolonialisme is, dan ben ik een overtuigd neokolonialist.”