Zuiver leven is een illusie

De geesten zijn verdwenen uit de moderne Latijns-Amerikaanse literatuur. De Colombiaanse schrijver Vásquez, 35 pas, verrast met een realistisch drama over oorlog, schuld en herinnering.

Juan Gabriel Vásquez Foto Signatuur Signatuur

Juan Gabriel Vásquez: De informanten. Vert. Brigitte Coopmans. Signatuur, 287 blz., € 19,95

Magisch-realistisch is de Latijns- Amerikaanse literatuur van vandaag allang niet meer. Wie zoekt naar de erfgenamen van Juan Rulfo, Ernesto Sábato en natuurlijk Gabriel García Márquez, moet naar Amerika. Daar wordt het genre nog levendig beoefend door schrijvers van het tweede en derde garnituur: vaak (kinderen van) Spaanstalige immigranten met aantrekkelijk exotische namen. Veel stelt dit epigonengeschrijf, vooral florerend in de betere luchthavenkiosk, meestal niet voor.

In Mexico, Columbia, Argentinië en Chili heeft een jongere generatie auteurs de realistische roman herontdekt, waarin niet de magie maar de tragiek van het leven centraal staat. Ook zij maken bij het vertellen van hun verhalen graag gebruik van nieuwe technieken (wisselende perspectieven, bruuske sprongen in de tijd), maar zijn over het algemeen niet erg tot vormexperimenten geneigd.

Liever onderzoeken zij in hun roman de wereld waarin we leven en verdiepen zij zich in de recente geschiedenis om er achter te komen hoe die geworden is tot wat ze is. Opmerkelijk is hun fascinatie voor de Midden-Europese wereld van de 20ste eeuw – en vooral de rol van het nationaal- socialisme daarin. De Mexicaan Jorge Volpi reconstrueerde in zijn roman De zoektocht naar Klingsor het Duitse atoomprogramma; zijn landgenoot Ignacio Padilla zocht in Amphitryon naar de wortels van de nazimentaliteit.

En nu is er de schitterende roman De informanten van de relatief jonge Colombiaanse auteur Juan Gabriel Vásquez (geboren in 1973), die zijn land niet hoeft te verlaten om het Duitse treurspel na te spelen. Zoals in de hele Nieuwe Wereld bestond ook in Colombia bij het uitbreken van de oorlog een economisch zeer actieve Duitse kolonie, waarin overtuigde nazi’s en hun tegenstanders een ongemakkelijke verstandhouding trachtten te bewaren.

Dat baatte hen niet, noch het feit dat zij vaak al tientallen jaren of zelfs meerdere generaties in het land woonden. Zodra Colombia zich in het wereldconflict aan de zijde van de Verenigde Staten had geschaard, werd ieder van hen die ook maar enigszins van nazisympathieën werd verdacht, geïnterneerd. In de VS zelf ging het er niet anders aan toe, en Amerikanen hadden – zo maakt Vásquez duidelijk – de feitelijke zeggenschap over de internering van deze burgers in een hoogstens in schijn soevereine staat.

Journalist

Dat gegeven vormt de achtergrond van De informanten, waarin Vásquez de jonge journalist Gabriel Santoro op zoek laat gaan naar het verleden van zijn vader. Iets moet daarin zijn misgegaan, zo begint Gabriel te vermoeden, wanneer hij een biografie publiceert van de joodse Sara Guterman, die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Europa heeft moeten ontvluchten. Zijn eigen vader is een van haar goede vrienden en daarom komt ook hij terloops in het boek voor. Maar de reactie van vader Santoro is buiten alle proporties. Hij publiceert een dodelijke recensie van het boek en daarmee maakt hij – als beroemd advocaat en redenaar – de controverse tussen vader en zoon een publieke zaak, des te dramatischer omdat beiden precies dezelfde naam dragen.

Vásquez ontvouwt die intrige met groot literair raffinement, want inmiddels – zo begrijpen wij – heeft de jonge Gabriel een nieuw boek geschreven dat ‘De informanten’ heet en dat veel van het voorafgaande in zich heeft opgenomen. Het eerste deel van de biografie van Sara Guterman en de bespreking van Santoro sr.: het staat allemaal in dit boek dat wij nu in handen hebben. De opzet is postmodern, maar wordt bij Vásquez nooit geforceerd of zelfs opvallend. Met vanzelfsprekend meesterschap ontvouwt hij, episode na episode, de raadsels van het verleden.

Om informanten gaat het – en dat zijn allereerst de informanten van de jonge Santoro zelf. In de vier delen van het boek wordt hem door steeds wisselende personen een nieuwe blik op zijn vaders leven gegund. Sara Guterman vertelt hem hoe hij kind aan huis was in het hotel dat haar familie in haar nieuwe vaderland had opgezet. En hoe hij er hartsvriendschap sloot met de jonge Enrique Deresser, zoon van een glasfabrikant die ten onrechte als nazisympathisant verklikt wordt en, eenmaal geïnterneerd, zijn bedrijf, zijn gezin en zijn leven verwoest ziet worden.

Kwaadaardige soort

Maar er is ook de minnares van de oude Santoro, die direct na diens dood op tv een boekje over hem open doet. Aan Deressers ondergang zou deze grote redenaar, het geweten van de natie, niet onschuldig zijn geweest. Tijdens een lang nachtelijk telefoongesprek dat de jonge Gabriel met haar heeft, vertelt deze informante hoe hij bij haar zijn hart had uitgestort. Ook hij was een ‘informant’ geweest, maar nu van het kwaadaardige soort dat buren en vrienden had verraden, al was het maar omdat zij op een ongelukkig moment muziek van Wagner hadden gedraaid.

Zo ontvouwt zich in De informanten langzaam een tragedie van schuld en boete, die Vásquez almaar indringender op de lezer laat inwerken. Bijna niemand in deze roman ontkomt aan de vraag hoe zuiver zijn levensloop is geweest. Was het de minnares (die door Vásquez prachtig in haar oppervlakkige banaliteit getekend wordt) niet vooral om wraakzucht te doen geweest, verlaten als zij zich had gevoeld toen bleek dat Santoro sr. haar op een gemeenschappelijk uitje had achtergelaten – waarna hijzelf ironisch genoeg bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen? En gaat het de jonge Gabriel werkelijk om de waarheid, wanneer hij eerst het levensverhaal van Sara Guterman en daarna dat van zijn vader onthult? Of wilde hij – zo heeft zijn vader nog tijd om te vragen – er niet zélf des te nobeler vanaf komen, in contrast met de zonden van zijn naasten?

Tot aan het einde toe houdt Vásquez die almaar groter wordende ongewisheid vol. Want aan de roman is ook nog een ‘Naschrift’ toegevoegd, waarin Gabriel zijn ultieme informant ontmoet. Dat is Enrique, de laatste persoon die zijn vader gesproken heeft voor zijn fatale crash. Aan die jeugdvriend heeft hij vergeving gevraagd, en die maar halfslachtig gekregen. Verlost kan hij zich er niet om hebben gevoeld, zo beseft Enrique – en uit piëteit bezoekt hij samen met Gabriel de plaats van het ongeluk.

En dan, in de laatste alinea, heeft Vásquez nog een subtiele wending in petto die aan dit hele drama een nieuw facet toevoegt. Zelfs het slachtoffer blijkt niet onschuldig. Of althans: hij kan daarniet zeker zijn. Zoals in het hele boek uiteindelijk nergens duidelijk wordt wat er nu precies gebeurd is aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, en waaróm Santoro sr. gedaan heeft wat hij hoogstwaarschijnlijk heeft gedaan, zo blijft ook de schuld van ieder van de medespelers ongewis.

Weten wij wérkelijk wat we in ons leven aanrichten? – ook de lezer kan zich, aan het einde van dit aangrijpende boek, niet meer aan die vraag onttrekken.

Met De informanten heeft Vásquez een onvergetelijke roman geschreven die niet alleen bijblijft vanwege de sprankelende personages die hij de lezer voor ogen tovert (elk met zijn eigen wijze en toon van spreken, die door Brigitte Coopmans in volstrekt natuurlijk Nederlands werden omgezet). De subtiele observaties noch de levenswijsheden die hij sommigen in de mond legt zijn daarbij doorslaggevend. Het is de morele tragiek van het drama die – zuiver en met grote beheersing uitgespeeld – dit boek tot zo’n verrassing maakt, en de auteur tot een grote belofte voor de Latijns-Amerikaanse letteren.