Zeker 21 doden bij aanslag in Colombo

Bij een bomaanslag op een bus in Sri Lanka zijn vanmorgen zeker 21 doden en 47 gewonden gevallen. De aanslag, twee dagen nadat een bom langs een spoorlijn voor 27 gewonden had gezorgd, wordt toegeschreven aan de separatistische Tamil Tijgers (LTTE), die sinds een kwart eeuw vechten voor een Tamilthuisland. Het was de 29ste aanslag in of rond de hoofdstad Colombo sinds begin dit jaar.

De explosie van vanmorgen vond plaats tijdens het spitsuur in Moratuwa, een buitenwijk van Colombo. Volgens een legerwoordvoerder was de bom langs de kant van de weg geplaatst en van afstand tot ontploffing gebracht. President Mahinda Rajapakse heeft de bevolking opgeroepen tot kalmte en waakzaamheid „tegen de krachten van het terrorisme”. Volgens de president, die zich heeft voorgenomen om de Tamil Tijgers voor het einde van het jaar te verdrijven uit hun bolwerken in het noorden, tonen de recente aanslagen dat de Tamil Tijgers voelen dat ze de strijd gaan verliezen. „Deze bruutheid laat ook zien dat de LTTE proberen om verzet tegen de Tamilbevolking uit te lokken, waar zij van hopen te profiteren.”

Sinds het begin van het jaar zijn meer dan 200 burgers gedood door bomaanslagen, zowel in het gebied dat de Tijgers onder controle hebben als in ‘regeringsgebied’.

Het leger heeft de rebellen vorig jaar met behulp van afvallige Tamil Tijgers verslagen in het oosten van het land, en heeft ook de overhand in een groot en bloedig offensief in het noorden, dat sinds het vorig jaar begon vermoedelijk duizenden levens heeft gekost. De dodentallen die beide partijen opgeven zijn hoogst onbetrouwbaar en kunnen niet onafhankelijk geverifieerd worden omdat journalisten en mensenrechtenorganisaties met intimidatie worden weggehouden uit het oorlogsgebied. (AP, Reuters)