‘Wij willen allemaal spelers zijn, geen toeschouwers’

Dankzij de sociale omgeving van internet is participatie in de samenleving belangrijker geworden dan consumptie. Zegt Charlie Leadbeater. „Nu kan iedereen zijn stem laten horen.”

Charlie Leadbeater Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 04-06-2008) Charles Leadbeater, een autoriteit op het gebied van innovatie en creativiteit. Hier in De Doelen te Rotterdam Visser, Dirk-Jan

Managers haten innovatie. Echte innovatie zaait namelijk onrust. Ineens moet alles anders, het geld wordt anders verdeeld, het organogram staat op losse schroeven, de uitkomsten zijn onvoorspelbaar. „Grote ondernemingen waar alles juist op gestroomlijnde efficiëntie is gericht, hebben grote moeite met innovatie”, zegt Charlie Leadbeater. „Vernieuwende ideeën komen dan ook zelden of nooit uit grote bedrijven.”

De Engelsman Charlie Leadbeater (49), afgestudeerd aan Oxford en voormalig journalist bij de Financial Times en The Independent, houdt zich sinds twaalf jaar bezig met de opkomst van de kenniseconomie en de sociale en economische veranderingen die nieuwe media en het internet, met name het Web 2.0, teweegbrengen. In maart verscheen zijn nieuwe boek, We-Think: The Power of Mass Creativity, over de impact van nieuwe technologie op organisaties. Als aankondiging liet hij een vier minuten durende animatie maken voor YouTube, de eerste in zijn soort.

In Groot-Brittannië treedt Leadbeater op als adviseur van politiek, cultuur en bedrijfsleven, variërend van oud-premier Tony Blair tot de Royal Shakespeare Company, en van Channel Four-televisie tot Vodafone en Microsoft. Hij is ook als fellow verbonden aan de British National Endowment for Science Technology and the Arts. In Nederland heeft hij samengewerkt met onder andere de denktank Kennisland en de ‘Waag Society’ voor nieuwe media. In het najaar wordt hij lector nieuwe media aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen.

Deze week sprak hij op het congres ‘Matching Cultuur en Economie’ van de stichting Kunst & Zaken in Rotterdam.

„Wij maken nu een fundamentele verandering mee in de verhouding tussen producent en consument”, zegt Leadbeater. „In korte tijd is de participatie op grote schaal belangrijker geworden dan de massaconsumptie. Wij willen zelf speler zijn, geen toeschouwer of passieve consument. Nieuwe technologie maakt het voor iedereen mogelijk zijn stem te laten horen. Mensen wilden dingen met anderen delen, ze willen zijn waar de actie is, ze willen erkenning voor wat ze weten en wat ze doen.”

YouTube is een inmiddels befaamd voorbeeld van user-generated content. Ook de fabrikanten van videogames lopen voorop als het gaat om commercieel gebruik van de passie van hun klanten. „Negentig procent van het computerspel SIM City wordt gegenereerd door de spelers. Zij fungeren in feite als onbetaalde ontwikkelaars. Fans die meeschrijven aan de script van hun favoriete serie: net zoiets.

„Zes op de tien mensen zeggen meer gemeen te hebben met iemand die hun interesses deelt dan met hun buren. De ooit passieve consument is zelf ontwerper geworden, of op z’n minst co-creator.” Leadbeater noemt dit de ‘with’-economie, de economie waarbinnen je samen met anderen iets doet, in tegenstelling tot de oude ‘to’ of ‘for’-economie, waarbinnen je voor anderen beslist.

Hiervoor heeft hij het begrip ‘pro am’ bedacht, de professionele amateur. Die heeft zo veel passie voor zijn hobby dat hij net zulke hoge eisen stelt aan zijn materiaal – fiets, telescoop, boot – als de profsl. Dankzij onlinegemeenschappen van gelijkgestemden kan de pro am met de professionals meedenken en nieuwe producten mee-ontwikkelen – of zelf verzinnen.

Leadbeater geeft als voorbeeld de mountainbike: fabrikanten zagen er weinig in, dus knutseldenpro ams zelf de prototypes in elkaar. Op een gegeven moment gaven de fabrikanten toe dat er misschien toch iets in zat – en nu gaat er volgens Leadbeater 58 miljard dollar per jaar om in de mountainbikesector. „In de twintigste eeuw zagen we de opkomst van de professional. Nu is de beurt aan gemeenschappen van gepassioneerde liefhebbers.”

Creativiteit is meer dan ooit een groepsactiviteit, zegt Leadbeater, en een cumulatief proces: mensen bouwen op elkaars ideeën voort. En professionals doen intussen hun voordeel met de professionele amateurs. „Sterrenkundigen vragen of de amateurs een oogje op bepaalde gebeurtenissen in het heelal willen houden om zeker te zijn dat ze niets missen.” Met het delen van hun kennis bouwen pro ams sociaal kapitaal op; het delen van die kennis bevordert de gelijkheid, „zeker in het klassebewuste Groot-Brittannië”.

Leadbeater houdt zich nu vooral bezig met het Web 2.0, het ‘sociale’ internet, en de nieuwe organisatievormen die daaruit voortvloeien. Dat is het web van bekende vriendensites als MySpace, Facebook, Hyves, virtuele ontmoetingsplaatsen als SecondLife, en de meest uiteenlopende gemeenschappen waar mensen hun interesses en overtuigingen delen.

„Op het Web 2.0 gaat het niet om het uploaden of downloaden van nog meer muziek, beelden, of informatie – dat is alleen maar nóg meer inhoud. Het interessantst zijn de mogelijkheden die mensen hebben om met elkaar in contact te komen en samen problemen op te lossen.”

Vandaar de titel van zijn nieuwe boek, We-Think: „De generatie die met het web is opgegroeid leeft veel meer in een sfeer van gesocialiseerde samenwerking”.

Hij ervaart de nieuwe, plattere sociale verbanden die dankzij het web ontstaan, als positief. „Meer mensen delen nu meer ideeën dan ooit tevoren. Dat is goed voor de democratie, omdat meer mensen een stem krijgen. Het is goed voor de gelijkheid, omdat er kennis beschikbaar komt voor mensen die het niet kunnen betalen, bijvoorbeeld via Wikipedia. En het is goed voor vrijheid, omdat meer mensen zullen weten hoe het is om creatief te kunnen zijn.

„Mensen zullen niet automatisch politiek actiever worden, maar ze zullen wel actiever betrokken worden bij zaken waar ze om geven. Er ontstaan nieuwe manieren om onszelf te organiseren: horizontaal, niet hiërarchisch. Je hoeft niet in een organisatie te zitten om georganiseerd te zijn.” Een simpele gedachte die radicale gevolgen kan hebben, zegt hij.

Participatie als nieuw leidend principe heeft gevolgen voor bedrijven, die anders moeten leren omgaan met hun klanten – en met hun personeel. „Je ziet dat grote bedrijven zich steeds meer in kleinere eenheden opsplitsen, om meer feeling te houden met wat er buiten de muren gebeurt”, zegt Leadbeater. „Ze worden, om de titel van het boek van David Weinberger te citeren, ‘Small Pieces Loosely Joined’.”

Niet alleen bedrijven, ook scholen en ziekenhuizen moeten deze omslag maken. Hij adviseert de Britse overheid over manieren om het onderwijs en de gezondheidszorg aangesloten te krijgen op de economie van het delen in plaats het bevelen. „In de gezondheidszorg gaat het er steeds meer om mensen te motiveren zichzelf met een bepaalde levensstijl gezond te houden. Dan moet je mét ze werken in plaats van ze dingen op te leggen.”

Leadbeater is optimistisch maar niet naïef: natuurlijk zijn er nog problemen. „Overal zal er strijd zijn tussen degenen die ideeën, informatie, films, muziek vrijelijk willen delen, en zij die dat willen beheersen – bedrijven die eraan willen verdienen of overheden die debat en democratie vrezen. Dit gevecht zal kenmerkend zijn voor onze tijd, of het nu gaat om Microsoft tegen de open-source-beweging, de Chinese overheid of het achterhoedegevecht van de muziekindustrie.

„Het is ook de vraag hoe met al dat gratis uitwisselen van van alles en nog wat, mensen genoeg kunnen verdienen om van te leven en creatief te blijven. Zullen Google en YouTube bereid zijn hun inkomsten te delen om inhoud te kunnen blijven produceren?

„Wie betaalt mensen om te schrijven en te produceren nu de inkomsten uit advertenties en de publieke subsidies onder druk staan? We zullen meemaken dat open source en wiki-organisaties manieren gaan zoeken om geld te verdienen. „En dan zijn er de risico’s voor de privacy en de veiligheid die zoveel openheid met zich meebrengt. Het grootste gevaar is dat mensen hun vertrouwen erin zullen verliezen en dat er toch weer controle van het Web van boven af komt.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Kunst&Zaken

Het jaarcongres Matching waar Charles Leadbeater sprak (6 juni, pagina 14) werd niet georganiseerd door de stichting Kunst&Zaken, maar door uitgeverij Lenthe op initiatief van stichting Nationaal Cultuurbal (Kunstenaars& CO, DOEN en Kunst&Zaken).