Weg van de koopgoot

Iedere maand zoekt Aaf Brandt Corstius naar bijzondere plekken om te winkelen

Winkelend in het centrum van Groningen word ik aanvankelijk een beetje treurig. Ik ben door alle experts naar de Folkingestraat (waarom zegt iedereen Fokkingestraat? is dat Groningse slang?) gestuurd. Maar als aanprijzing van de winkels staat er steeds ‘Amsterdam’ onder de winkelnaam. En daar kom ik net, drie uur lang treinend, metroënd en lopend, vandáán. Dus ik wil niet naar ‘Beadies Amsterdam’, ik wil niet naar ‘Blond Amsterdam’ en ik wil geen tas van ‘En Klevering Amsterdam’. Ik wil Iets Groningen! Maar gelukkig loop ik tegen Klinkhamer aan. Oké, Klinkhamer is ook niet zo’n beste naam, vooral niet in Groningen, maar er staat in ieder geval niet Amsterdam bij. En het is een heerlijke, want volstrekt unieke winkel. Het is een dubbele winkel, twee panden breed en ik verlies mezelf vooral in het rechterpand. Natuurlijk, er zijn meer antiekwinkels waar je alles van een konijnenskelet tot een oude backstagepas voor de Rolling Stones kunt krijgen. Maar slechts weinig antiek- (annex rommel)winkels zijn zo manisch netjes ingedeeld als Klinkhamer. Vitrines en vitrines vol, gerangschikt op type spulletjes. Er is een vitrine met piepkleine oude blikjes, een met oude autootjes, een met skeletjes (beetje eng), een met prachtige oude wekkers, een met schoentjes van steen en natuurlijk is er achterin nog een enorme afdeling met oude platen en singeltjes (de helft van de inventaris van iedere ouderommelwinkel). Van die bizar keurige indeling word je helemaal gek, en hebberig en ineens wil je zelf allerlei verzamelingen in vitrines beginnen. (Terwijl ik in wezen tegen verzamelen ben. Maar dat is omdat ik een praktisch wezen ben.) Ik vermoed dat ik hier wat collecties van vrienden en geliefden kan aanvullen. Te beginnen met een schoentje voor M., want die spaart stenen schoentjes. Ik kies een roze met parels erop. Dan ga ik op zoek naar een mini-Vespa, voor G., maar die hebben ze niet. G. spaart ook globes, maar die zijn me iets te prijzig. Dan maar een porseleinen figuurtje voor mijn eigen verzamelingetje onduidelijke kitsch (goed, ik ben niet altijd even praktisch). Het wordt een bruine minipoes die verbaasd opkijkt. Vier euro, tikje te veel, op een willekeurige vrijmarkt had ik hem voor tien cent van een zesjarige kunnen aftroggelen, maar ik wil iets uit deze bijzondere winkel. Een nadeel aan Klinkhamer: ook de plastic zakjes zijn tweedehands. Dat vind ik een beetje vies. Raar, dat ik wel oude beeldjes uit iemands inboedel wil, maar niet een gebruikt zakje. Maar ‘gebruikt’ is toch echt iets anders dan ‘tweedehands’.