Vrijblijvend slot van voedseltop

Op de conferentie van de VN-voedselorganisatie FAO in Rome is een akkoord bereikt over het bestrijden van de voedselcrisis. Maar de slotverklaring bevat geen verplichtingen.

Woedend waren enkele Afrikaanse landen gisteravond over het „semantische spel” dat werd opgevoerd door Argentinië en de tegenstanders van dat land, met name de Verenigde Staten en de Europese Unie. De voedseltop in Rome had zich moeten richten op bestrijding van honger in arme landen die zich geen voedselimport meer kunnen permitteren door de hoge voedselprijzen. In plaats daarvan ging de discussie over de vraag of een zeer vage veroordeling van exportbeperkingen van voedsel (zoals Argentinië heeft ingevoerd) wel of niet in de verklaring moest staan.

De inhoud van de slotverklaring was de „kleinste gemene deler”, zegt Marc Cohen van het International Institute on Food Policy Research (IFPRI). De verklaring bevat algemene uitspraken over oorzaken van de crisis en taken voor de toekomst. Verplichtingen kent de verklaring niet.

Maar de top was wel degelijk van belang. „Het zou een vergissing zijn de top af te schrijven als verspilling van tijd”, meent bijvoorbeeld ontwikkelingsorganisatie Oxfam, want er is 7 miljard euro toegezegd aan hulp voor arme landen. De vraag is vooral hoe de kwestie verder wordt opgepakt, bijvoorbeeld door de regeringsleiders van de G8 (de grootste industrielanden) die volgende maand in Japan bijeenkomen.

Ministers Koenders (Ontwikkelingssamenwerking), die naar eigen zeggen „van nature sceptisch” is, zei in Rome dat het feit dat een veertigtal staatshoofden en regeringsleiders het onderwerp belangrijk genoeg vond om naar Rome te komen, aangeeft dat het probleem van voedselvoorziening nu duidelijk op de internationale agenda staat.

[Vervolg VOEDSELTOP: pagina 13]

VOEDSELTOP

Malawi ging met succes eigen weg

[[Vervolg van pagina 1] Maar wellicht moeten landen soms het advies van gerespecteerde instellingen of donorlanden gewoon in de wind slaan om een eigen pad te volgen, zo blijkt bij het beschouwen van individuele gevallen. Neem Malawi, een klein land in zuidelijk Afrika. Drie jaar geleden werd het getroffen door hongersnood en besloot tegen het advies van de Wereldbank in kunstmest en zaden voor arme boeren te subsidiëren, terwijl instellingen als Wereldbank en IMF de afgelopen jaren vooral liberalisering van de landbouw hebben gestimuleerd. „Malawi lijkt echter succes te hebben”, concludeert Cohen van de IFPRI.

De regering van Malawi steunt sinds 2005 actief kleine boeren die geen geld hebben voor investeringen, vertelde Malawi’s minister van Irrigatie en Waterontwikkeling, Andrina Mchiela, de verzamelde wereldleiders in Rome deze week. Het resultaat: al drie jaar een overschot aan voedsel.

„We hebben soms boter op ons hoofd”, zegt Tweede Kamerlid Harm Evert Waalkens (PvdA) in de wandelgangen van de conferentie. Er gaat ontwikkelingshulp naar landen in Afrika die cacao of koffie produceren, maar die krijgen niet de kans om een chocolade-industrie of koffiebranderijen te ontwikkelen, want op chocola en koffie heft de EU hoge importtarieven, terwijl de ruwe grondstof zonder heffing de EU binnenmag. „De chocolade-industrie zal het niet leuk vinden maar we moeten die importtarieven afschaffen”, meent Waalkens.

Of neem Haïti, dat in 1994 in onderhandelingen met het IMF de importtarieven op rijst tot drie procent moest terugbrengen, waardoor het land werd overspoeld door goedkope Amerikaanse rijst en de eigen landbouw ten onder ging. Voedselrellen waren het resultaat.

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN bereikte in Rome een overeenkomst met Chili dat nu actief de Haïtiaanse boeren technische hulp gaat geven, opdat ze weer kunnen proberen de concurrentie aan te gaan met veel efficiëntere buitenlandse boeren.

De grote winst van deze bijeenkomst, zeggen verschillende waarnemers, is dat landbouw weer op de internationale agenda staat. Veel aanwezigen spreken over het belang van kleine boeren en de noodzaak in landbouw te investeren. Dit klinkt als instemming achteraf met het beleid dat een land als Malawi heeft gevoerd. Maar hoe de boeren dan moeten worden geholpen is niet expliciet aangegeven. Een aantal zaken staat in zeer vage termen in de slotverklaring en een aantal wordt zelfs helemaal niet genoemd, zegt Cohen van IFPRI.

In de slotverklaring staat dat er een snelle en succesvolle afsluiting moet komen van de onderhandelingen over een wereldhandelsakkoord in de zogeheten Doha-ronde, „maar het zegt niet wat voor ‘Doha’ we dan moeten hebben”, zegt Cohen. „Handel moet ontwikkeling stimuleren en ongelijkheid verminderen. ‘Uruguay’ [het vorige handelsakkoord, red.] deed juist het omgekeerde.” De huidige voorstellen in de Doha-ronde gaan nog niet ver genoeg, zegt Madelon Meijer van Oxfam/Novib, in het afbouwen van subsidies en het openen van markten van rijke landen.

Het belang van goede voeding wordt onderstreept door Josette Sheeran, topvrouw van het WFP. Recent onderzoek heeft aangetoond, zegt Sheeran, dat het verschil tussen ondervoeding en goede voeding in de eerste twee levensjaren jaren later is terug te zien in het inkomen dat wordt verdient als volwassene. „Ondervoeding van kleine kinderen is niet alleen een humanitaire kwestie”, zegt Sheeran, „het is een economische kwestie die op de agenda zou moeten staan van ministers van Financiën.”

Breaking views: pagina 17

Weblog vanaf de voedseltop op nrc.nl/voedselblog