Volksgericht

Het lijkt me geen pretje, een Bekende Nederlander te zijn, geen stap in de openbaarheid te kunnen verzetten zonder dat de mensen zich aan je vergapen, je handtekeningen vragen, met hun mobieltje een foto van je maken, je iets willen aanbieden, zo dicht mogelijk op je lip willen zitten. Aan de andere kant, ik heb geen medelijden. Behalve die enkelen van wie de Bekendheid tot de erfelijke last hoort, hebben ze allemaal voor dit lot gekozen, het is hun broodwinning en ze genieten ervan. Dat geldt dan, zou je denken, vooral voor degenen die hun geld voor de camera of op het toneel verdienen. Maar daarin kun je je vergissen.

In 1966 is de Oostenrijkse schrijver Peter Handke beroemd geworden met zijn toneelstuk Publikumsbeschimpfung. De acteurs scholden het publiek ongenadig uit. Daaraan lag een filosofische theorie, ontleend aan Wittgenstein ten grondslag. Al eerder had je in Amerika de conferenciers van de zwarte humor, Lenny Bruce, Mort Sahl, die erop uit waren, het publiek te schofferen met wat tot dan toe als onzegbaar werd beschouwd. Dat kon ver gaan. And the black folks hate the white folks, and the white folks hate the black folks, and everybody hates the jews. And it is National Brotherhoodweek, National Brotherhoodweek. Enzovoort. Onze standup comedians stammen regelrecht van deze zwarte humoristen af.

Omstreeks dezelfde tijd was in Nederland de Actie tomaat aan de gang. Vooruitstrevende jongeren vonden dat het Nederlands toneel wel wat vernieuwing kon gebruiken en lieten dat weten door tijdens een voorstelling de acteurs met tomaten te bekogelen. Han Bentz van den Berg, vooraanstaand acteur bij de Nederlandse Comedie, was zwaar geschokt. Ank van der Moer en andere acteurs raakten in een crisis. In hoeverre de Actie Tomaat succes heeft gehad laat ik in het midden. Maar ook hier werd weer bewezen dat de verhouding tussen acteurs en publiek altijd een geheime spanning in zich heeft, en dat die spanning door een van de partijen geëxploiteerd kan worden.

Nu hebben we het incident Theo Maassen waarbij de stand-upper een camera van het aanstormend fotografisch talent Ilvy Nijokiktjien kapot heeft gesmeten. Op het eerste gezicht een samenloop van misverstanden. Ilvy was verteld dat ze wel mocht fotograferen maar niet met flitslicht. Maassen, die hoort tot de kleine elite van Overbekende Nederlanders, heeft een hekel aan alle fotografen tijdens de voorstelling. Begrijpelijk. Hij ziet Ilvy aan het werk, loopt de zaal in en pakt haar de camera af. Binnen het operationele kader van Maassen ook nog voorstelbaar. Wat zal hij ermee doen? Dat vraagt hij het publiek. „De applausmachine slaat door naar kapotmaken.” (Ik citeer de Volkskrant).

Daar gaat de camera van 5000 euro plus de telelens van 9000 euro op de grond aan stukken. Maassen krijgt enig weerwerk van een bezoeker. De stand-upper „komt niet veel verder dan een fok you kanonnade”. De fotografe doet na afloop aangifte. Maassen biedt maandag zijn excuses aan en zal de schade vergoeden.

Wat staat me in deze gebeurtenis diep tegen? Dat onder aanvoering van een beroemde komiek een vrouw die niets anders dan te goeder trouw haar werk doet, het slachtoffer wordt van een volksgericht. Camera aan stukken. Lachen!