Tot over je nek in de fietstas

Het niveau van de winnaars van de Buddingh’-prijs stelt al een paar jaar enigszins teleur. Is een jaarlijkse debuutprijs wel nodig?

Wiljan van den Akker Foto Vincent Mentzel Prof.Dr.Wiljan J.van den Akker (1954),decaan van de faculteit Geesteswetenschappen ,Universiteit van Utrecht,auteur. foto VINCENT MENTZEL==F/C==Utrecht, 23 mei 2007 Mentzel, Vincent

Arnoud van Adrichem: Vis. Contact, 66 blz. € 19,95

Wiljan van den Akker: De afstand. De Arbeiderspers, 83 blz. € 17,95

Edwin Fagel: Uw afwezigheid. Nieuw Amsterdam, 70 blz. € 14,90

Peter Swanborn: Bij het zien van zijn lichaam. De Contrabas/BnM, 50 blz. € 9,95

Dit jaar wordt voor de 21ste keer bekendgemaakt wie in aanmerking komt voor de C. Buddingh’-prijs voor Nieuwe Nederlandstalige Poëzie. Dat gebeurt op woensdagavond 11 juni a.s. bij Poetry International. Van de debuutbundels die tussen 1 april 2007 en 31 maart 2008 verschenen zijn er vier genomineerd. De jury – Paul Bogaert, Monique Warnier en Willem Jan Otten – zal het niet makkelijk hebben gehad. De debuutoogst was mager.

Opvallend is dat vrouwen in het uitverkoren kwartet ontbreken. Dat is vreemd, want in de selectieperiode verschenen de debuten van Annemieke Gerrist, Sasja Janssen en Ruth Lasters. Van dit drietal had Gerrist absoluut een nominatie verdiend. De voorlopige eer gaat naar Arnoud van Adrichem, Wiljan van den Akker, Edwin Fagel en Peter Swanborn. Fagel kreeg in april van dit jaar al de Jo Peters Poëzieprijs. De jury bekroonde zijn debuut Uw afwezigheid ‘vanwege de trefzekere toon die subtiele gemoedsbewegingen niet uit de weg gaat, vanwege zijn inzicht in de werking van poëzie, zijn speelse omgang met de traditie en zijn gedurfde helderheid’. De keus was verrassend, maar verantwoord. Ook voor de Buddingh’-prijs lijkt Fagel veruit de beste dichter.

Wie de lijst van prijswinnaars overziet zal de profetische blik van de verschillende jury’s erkennen. Onder de achttien gelauwerden zijn dichters als Tonnus Oosterhoff, Joke van Leeuwen, Ilja Leonard Pfeijffer, Mark Boog en Maria Barnas. Maar in de afgelopen drie jaren leek de keuze minder overtuigend. Vanaf 2005 werden achtereenvolgens Liesbeth Lagemaat, Willem Thies en Bernard Wesseling bekroond. Gezien de andere genomineerden verraste mij vooral het besluit van de laatste twee jury’s – en niet in positieve zin.

Wordt het misschien tijd om de prijs in een kalmer tempo toe te kennen? Eenmaal in de twee of drie jaar? Dat zou de kans op een heuse kampioenskeus versterken. Bovendien zou dan ook het aan de prijs verbonden bedrag (nu 1200 euro) verhoogd kunnen worden tot een geldsom die de dichter daadwerkelijk steun biedt.

De dit jaar genomineerde bundels zijn wat mij betreft niet imponerend. Vis van Arnoud van Adrichem heb ik herhaaldelijk in handen genomen, maar telkens weer moest ik al na een paar bladzijden afhaken. Mijn definitie van ‘poëzie’ is ruimhartig, maar het volstrekt ongerichte oreren in Van Adrichems quasi diepzinnige teksten past niet in mijn termen. Soms is er een aardige formulering, zoals: ‘De lyriek als bal – probeer die maar eens onder water te houden / met kopkracht, een denkhoofd (een andere bal) moet het lukken.’ Maar de zinnen die volgen maken close reading volstrekt overbodig. De innerlijke, noodzaak van deze bundel lijkt ook volslagen afwezig. Elk van de ruim vijftig teksten blijft dicht tussen de oren, ver van het sensitieve middenrif.

De afstand van Wiljan van den Akker is al even cerebraal, en net als Van Adrichem is Van den Akker een orator. Daarbij is hij wel een meesterlijk maker: elk van zijn verzen hangt orthopedisch verantwoord in het korset. Er is soms een storend enjambement, maar afgezien daarvan is deze letterheld prosodisch gepokt en gemazeld. Rest de inhoud van zijn omvangrijk debuut. Elk vers vertelt een verhaal dat nooit wordt afgemaakt. Dat is ook een kenmerk van de poëzie van Nachoem Wijnberg, maar bij die heeft dat een hypnotiserende werking. Bij Van den Akker daarentegen ben ik opgelucht als de punt van de slotregel daar is. Er zijn mooie passages, dat wel. Zoals in het eerste vers van het drieluik ‘Willekeur’: ‘voert / het haar op je arm je terug naar het gekras van een nagel / over een oud schoolbord zit je tot over je nek in een grijze / fietstas / te kijken naar de bilnaad van een veel te inwonende zoon’. Was er maar vaker zo’n bilnaad. Bij herlezing komt De afstand niet voorbij de hersenen. Er is geen persoonlijk moment, geen moment van herkenning, laat staan van ontroering.

Voor zulke momenten is er wel ruimte in het debuut van Peter Swanborn. Bij het zien van zijn lichaam is een poëtische collage van liefdeservaring. Bovenal van de lijfelijke liefde, maar ook van de emotionele band met een dementerende moeder, stervende vader en, zij het terloops, een broer. De persoonlijke relaties zijn echter ver in de minderheid. Daartegenover staan zesendertig Arabisch genummerde minnaars met wie het lyrisch ‘ik’ in deze bundel de sponde heeft gedeeld. Dat zijn er te veel. De helft ervan had een veel overtuigender contragewicht kunnen vormen tegen de ingeboren familieliefde. Hier heeft een redacteur zijn taak verzuimd. Bij een scherpe selectie was ik als lezer ook positief scherper gebleven.

Uw afwezigheid van Edwin Fagel heb ik met plezier gelezen. De trefwoorden van het juryrapport van de Jo Peters Poëzieprijs onderschrijf ik. Fagels verzen zijn trefzeker van toon, spelen een subtiel spel met het gemoed, en zijn speels en gedurfd helder. Een goed voorbeeld van zijn poëtische eenvoud en de biologerende werking daarvan is de inzet van ‘Afscheid’: ‘Mijn zoon heeft een afwezige manier van drentelen, / hij weet steeds de verkeerde vragen te stellen, hij stopt / halverwege een zin met praten. // Mijn zoon kan zeer ingespannen naar buiten staren, / om een vuurtje vragen alsof er niets aan de hand is. / Een vogel heeft geen voorstelling van de dood.’

Na zulke regels moet en wil ik verder lezen, en er staan veel van zulke regels in Uw afwezigheid. Maar rechtvaardigt dat een dubbele bekroning? Als ik jurylid was wist ik het wel dit jaar. Niet uitreiken, die Buddingh’-prijs.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

C. Buddingh’-prijs

Bij het artikel Tot over je nek in de fietstas over de genomineerden voor de C. Buddingh’-prijs (Boeken, 6 juni) zijn de bijschriften van de foto’s van de dichters Arnoud van Adrichem en Peter Swanborn verwisseld.