Tijd voor leefstijlverbetering

Verslaving aan drank en drugs is sterk toegenomen. Zoals ook het aantal privéklinieken. Maar binnen de verslavingszorg lopen de behandelmethodes nog fors uiteen. Doseren of onthouden?

Stilleven, een fotowerk van Kitty Kroone Uit Jaarboek 2005 14 van Photography Association of the Netherlands Kroone, Kitty

Anja Krabben, Toine Pieters en Stephen Snelders: Chemie van verslaving. Over genen, hersenstofjes en sociale zwakte Prelum, 250 blz. € 24,50

Erik Stofferis: De grote verdoving. Leven zonder verslaving Zwerk, 246 blz. € 19,50

Leon Verdonschot: Pushing the limits. Het leven van Keith Bakker. De Bezige Bij, 208 blz. €16,90

Gary Kok en Ruud Hansen met Marlou Roossink: Coke punt. Verslaafd (aan je) kind. De Boekenmakers, 174 blz. € 14,95

Honderd jaar geleden trokken geheelonthouders door het hele land om te waarschuwen tegen ‘Satan Drank’. Ze vertelden over gezinnen die door de jenever aan de bedelstaf waren geraakt, of kinderen die zwakzinnig waren geboren omdat vader dronk. Tienduizenden Nederlanders waren destijds lid van een organisatie voor drankbestrijding. Ze organiseerden ‘droge’ kermissen om te laten zien dat feesten met ranja ook gezellig kon zijn. Om drankzuchtigen te redden, richtten ze ‘Consultatiebureaus voor Alcoholisme’ op: de voorlopers van de huidige verslavingszorg.

De drankstrijd leek voorgoed te zijn weggespoeld in de liters alcohol die we in Nederland inmiddels hebben verzwolgen. Onze drankconsumptie verdrievoudigde tussen 1960 en 1980. De wederopbouw was klaar, en Nederland proostte uitgebreid op de nieuwe welvaart en individuele vrijheid. Nu leeft de drankstrijd in een moderne gedaante weer op. Niet alleen politici van het CDA, de ChristenUnie en de Partij voor de Vrijheid trekken ten strijde tegen de maatschappelijke acceptatie van alcohol en drugs, ook ex-verslaafden en hun familieleden vinden dat het tij moet keren.

Zo betoogt Erik Stofferis in De grote verdoving. Leven zonder verslaving dat onze samenleving lijdt aan een drankprobleem. We bagatelliseren de schadelijke gevolgen van ons alcoholgebruik – typisch verslavingsgedrag. We maken ons druk om comadrinkende jongeren, maar zwijgen liever over de ondergrondse alcoholproblematiek bij volwassenen: de verhoogde kans op allerlei vormen van kanker, de verkeersslachtoffers, de honderden mensen die zich jaarlijks eenzaam dood drinken in hun flatjes. Terecht wijst Stofferis op de schade die de harddrug alcohol kan aanrichten. Maar zijn neiging om iedereen een probleem aan te praten is aanmatigend. Zelf is Stofferis geheelonthouder, na jarenlang zwaar te hebben gedronken. Hij vindt nu dat we allemaal moeten ‘ontwaken’ uit de prettige verdoving die alcohol ons biedt, want de wereld heeft behoefte aan ‘heldere en frisse mensen die stevig rusten in hun eigen Zijn.’

De nuchtere Volendamse Gary Kok is gelukkig een stuk minder prekerig, maar ook zij vindt dat we de ernst van het drugsprobleem in Nederland nog niet voldoende erkennen. In het onthullende boek dat ze schreef samen met haar zoon Ruud Hansen – Coke punt. Verslaafd (aan je) kind – beschrijft ze haar worsteling met een cocaïneverslaafde puber. Kok: ‘Er waren cursussen over inbakertechnieken, koekjes bakken en hoe-organiseer-ik- het-leukste-kinderfeest. Maar een cursus voor het tijdig ontdekken van drugsproblemen bij opgroeiende kinderen, was in het hele land niet te vinden.’

In 2004 richtte Kok de zelfhulpgroep Moedige Moeders op, die zich sterk maakt voor een betere hulpverlening aan drugsgebruikers. Toen haar zoon Ruud eindelijk bereid was tot opname in een kliniek, stond hij na vijf dagen alweer buiten. Hij was ontgift en de nazorg kon beginnen. Hij kreeg wel een waarschuwing mee voor terugval: stel dat het weer gebeurt, neem dan in ieder geval minder dan je de laatste tijd gebruikte. Ruud belde meteen zijn dealer: ‘Wow, dacht ik. Is het zo simpel om af te kicken? Dat moest gevierd worden.’ Ongelofelijk, briest Kok. ‘Dit noemen ze dus hulpverlenen?’

De nieuwe lichting drank- en drugsbestrijders richt zijn pijlen op de verslavingszorg. Die zou ons massale gebruik van drank en drugs te makkelijk accepteren, net als de hele samenleving. Volgens de Moedige Moeders is er maar één juiste aanpak van verslaving, en die richt zich op geheel en definitief stoppen.

Cynische junk

Ex-gebruiker van cocaïne en heroïne Keith Bakker is het daar geheel mee eens. Samen met journalist Leon Verdonschot beschreef hij zijn leven in Pushing the limits. Het leven van Keith Bakker. Bakker was een doorgewinterde en cynische junk, maar een particuliere Engelse kliniek wist hem toch clean te krijgen. Nu is hij een nederige en dankbare christen. Een paar jaar geleden klaagde hij de Amsterdamse Jellinekkliniek aan, wegens verzaking van de zorgplicht. Hij betoogde dat men had geweigerd hem te helpen met afkicken en hem als hopeloos geval had ingesteld op de methadon. Bakker kwam naar eigen zeggen verslaafder uit de kliniek dan hij erin ging.

Hij kreeg geen gelijk van de rechter. Wel was de rechtszaak goede reclame voor de particuliere afkickkliniek die Bakker inmiddels leidt. De gevestigde verslavingszorg krijgt steeds meer concurrentie van privéklinieken in binnen- en buitenland, die een dynamisch optimisme uitstralen. Ze hanteren vaak het ‘Minnesotamodel’, een klinisch behandelmodel uit de VS, gebaseerd op het 12-stappen programma van de Anonieme Alcoholisten. Ex-gebruikers zijn binnen dit model actief als hulpverlener en de aanpak heeft een spirituele dimensie die de bestaande verslavingszorg mist.

Stofferis is ook actief als coach voor mensen met alcoholproblemen, maar hij werkt volgens een heel eigen methode, gebaseerd op de mystieke soefileer. In zijn boek De grote verdoving vertelt hij over de helende zoektocht naar je eigen Essentie. Vernieuwend is het allemaal niet; wie Persoonlijke Essentie vervangt door Ware Zelf waant zich terug in de jaren zeventig. Maar hoopvol is het wel, terwijl de reguliere verslavingszorg volgens Stofferis gevangen zit in een self fullfilling prophecy. Er wordt al bij voorbaat rekening gehouden met mislukking, want verslaving is volgens deskundigen een naar chroniciteit neigende hersenziekte.

In de wereld van het academisch onderzoek naar verslaving is de sfeer allesbehalve lamlendig, zo blijkt uit het informatieve en zeer leesbare boek Chemie van verslaving. Over genen, hersenstofjes en sociale zwakte. Journalist Anja Krabben en wetenschappers Toine Pieters en Stephen Snelders bieden daarin, aan de hand van interviews met deskundigen, een boeiende blik op de stand van zaken in de verslavingszorg en het verslavingsonderzoek. Het hersenziektemodel is dominant en neurologie en genetica leveren veel interessants op, al worden de uitkomsten door sommigen bestreden.

Tien jaar geleden introduceerde de Amerikaanse neuroloog Alan Leshner de term ‘the hijacked brain’. Volgens hem kapen drugs het beloningssysteem in de hersenen: dat deel van het brein dat verantwoordelijk is voor gevoelens van welbehagen. Daardoor blijven verslaafden ook als ze afgekickt zijn, hunkeren naar drugs. Onderzoek suggereert ook dat sommige mensen een biologisch bepaalde verslavingsgevoeligheid hebben.

Maar voor de werkvloer van de verslavingszorg heeft het enthousiasme van de onderzoekers voorlopig weinig relevantie. Voor cocaïne is een vaccin in ontwikkeling, dat de gebruiker moet beroven van het grootste plezier van de drug. Dat belooft een revolutie, maar het is er nog niet. Ook het gen dat bepalend is voor alcoholisme zal voorlopig niet gevonden worden. Onder behandelaars overheerst een nuchter realisme. Vroeger was de behandeling in de verslavingszorg veel meer gericht op abstinentie. Geheelonthouders afleveren, dat was van oudsher de droom van de verslavingszorg. Inmiddels praat men over herstel als een ‘langzame spiraal naar boven’. Vaak is de inzet van een behandeling ‘harm reduction’: het beperken van de schade die een verslaving aanricht aan lichaam, geest en sociale situatie.

Commerciële klinieken

Het is duidelijk welke lacune de particuliere verslavingszorg vult. In die sector zijn nog wel de intensiteit, de kleinschaligheid en het heilige vuur te vinden waarmee de bestaande verslavingszorg ooit is begonnen. De publieke verslavingszorg is nu de strijd aangegaan met deze commerciële klinieken. De publieke zorg wil ook graag welgestelde en gemotiveerde cliënten binnenhalen, en richten daartoe aparte afdelingen op: ‘resorts voor leefstijlverbetering’.

Het wapengekletter rond het thema verslaving laat zien dat de culturele betekenis van drank en drugs aan het kantelen is. Bewustzijnsveranderende middelen zijn niet meer de symbolen van vrijheid en zelfontplooiing die ze lange tijd waren. Met het stijgende gebruik van drank en drugs sinds de jaren zestig zijn bovendien de problemen ook toegenomen. Drank en drugs worden steeds meer met verslavingen geassocieerd; met onvrijheid dus.

Zo beschrijft Bakker hoe hij als opgejaagd beest door Amsterdam draafde, heen en weer tussen stelen en drugs kopen, zijn lijf bedekt met abcessen, kilometers lopend per dag en poepend op straat. Ook het eerlijke verhaal van Ruud Hansen stemt niet vrolijk. Na jaren van liegen en bedriegen eindigde hij, zwaar psychotisch, schuilend op de vliering van zijn verduisterde appartement. Hansen schrijft: ‘Ik voelde me net Gollum uit Lord of the Rings. En zo zag ik er ook uit volgens mij.’ Voor Bakker en Hansen zit er maar één ding op: alle dagen ranja.

    • Gemma Blok