Staatsmacht bij VW onder vuur

Volkswagen geniet in Duitsland een bijzondere juridische status. De Europese Commissie wil daaraan een einde maken, tot groot ongenoegen van de Duitse regering.

De strijd tussen Berlijn en Brussel gaat door. Met grote verbetenheid verzet de Duitse regering zich tegen de aanval van de Europese Unie op het concern dat in z’n eigendomsstructuur het uitzonderlijkst van Duitsland is: Volkswagen. Gisteren kwam het duel in een nieuwe fase.

De Europese Commissie, zo werd in Brussel bekendgemaakt, zal opnieuw juridische stappen ondernemen tegen de Duitse regering wegens de zogenoemde VW-Gesetz, de Volkswagenwet. De Commissie vindt dat de Bondsrepubliek een eerdere uitspraak hierover van het Europees Hof van Justitie onvoldoende naleeft. „We eisen van de Duitse regering dat het oordeel van het Hof volledig in nationale wetgeving wordt omgezet”, zei een woordvoerder van Eurocommissaris McCreevy (Interne Markt) gisteren.

Berlijn en Brussel vechten een machtsstrijd uit die wat de EU betreft om het vrije verkeer van kapitaal gaat, en wat de Bondsrepubliek betreft om de vraag wie in een belangrijk Duits bedrijf aan de knoppen zit: alleen de onderneming of ook de staat.

Vorig jaar oktober verloor Volkswagen door een uitspraak van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg zijn bijna vijftig jaar oude beschermingsconstructie. Sinds juli 1960 was de autofabrikant in Wolfsburg beschermd door een wet die zijn naam draagt. De Volkswagenwet is volgens het Hof een ontoelaatbare beperking van het vrije kapitaalverkeer in de EU. Duitsland overtreedt hiermee Europese wetgeving.

Met die uitspraak werd de weg geplaveid voor een mogelijke overname van Volkswagen door Porsche, VW’s grootaandeelhouder en pleitbezorger van het schrappen van de Volkswagenwet.

Drie maanden geleden maakten Porsche en Volkwagen bekend dat de sportautofabrikant uit Stuttgart een meerderheidsbelang neemt in VW. Porsche bezit al ruim 30 procent van de VW-aandelen, maar eist zeggenschap van meer dan 50 procent op. Nog eens 20 procent van de aandelen zou Porsche bij de koers van begin maart circa 10 miljard euro kosten.

De geschiedenis van beide bedrijven is door de families Porsche en Piëch nauw met elkaar verweven. Maar de Duitse staat heeft in VW ook altijd een bepalende rol gespeeld. Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot 1960 was VW een staatsbedrijf. Toen het daarna een NV met aandeelhouders werd, werd bepaald dat de deelstaat Nedersaksen een aandeel in Volkswagen van ruim 20 procent zou krijgen. Een speciale wet, de later gewraakte Volkswagenwet, bepaalde ondermeer dat geen enkele aandeelhouder meer dan 20 procent van het stemrecht bij VW mag uitoefenen, hoeveel aandelen hij ook in handen heeft.

Die bepaling is op gezag van Brussel geschrapt, maar wat niet werd geschrapt was de voorwaarde dat de deelstaat Nedersaksen hoe dan ook blijft beschikken over een gekwalificeerde minderheid, oftewel een aandeel met vetorecht. De deelstaat kan daarmee belangrijke investeringen of fusie- en overnameplannen blokkeren. Zoals die van Porsche.

De Duitse regering keurde de aangepaste wet vorige week goed, zeer tegen de zin van Brussel. De vakbonden in Duitsland en de deelstaat Nedersaksen – in het bijzonder diens minister-president Christian Wulff – reageerden opgelucht. De belangen van de staat en de werknemers zouden gewaarborgd zijn. Porsche – of erger nog: een buitenlandse koper – zou niet almachtig zijn. Kortom, de vrije markt had voorlopig het nakijken.

Voorlopig. Want Brussel legt zich niet neer bij de aangepaste wet. Als het aan commissaris McGreevy ligt sneuvelt voor het Europees Hof ook het behoud van het vetorecht van Nedersaksen.

Minister-president Christian Wulff van Nedersaksen, een christen-democraat (CDU), zei het gisteren te betreuren dat Brussel doorgaat met dit juridische steekspel. „De Europese Commissie is kennelijk niet bereid om de goede argumenten van de Duitse regering te volgen”. Zijn voorganger Sigmar Gabriel, een sociaal-democraat (SPD) die nu minister van milieu in het kabinet van bondskanselier Merkel is, ging in zijn commentaar een stap verder. „Niemand weet welke belangen Porsche ontwikkelt, en die kunnen zich in twijfelgevallen ook tegen het VW-concern keren”, aldus de bewindsman in de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ).

Volgens Gabriel zou de Commissie niets hebben geleerd van het zaak-Nokia. De Finse maker van mobiele telefoons kondigde eind vorig jaar aan zijn vestiging in Bochum te sluiten en een nieuwe fabriek in Roemenië te openen. Duizenden werknemers in Bochum en omgeving verliezen daardoor hun baan. Als we willen verhinderen dat werknemers de speelbal van speculanten worden, hebben we aangepaste wetgeving nodig, zei Gabriel tegen de FAZ.

Maar niet iedereen denkt er zo over, hoe omstreden de gevolgen van de globalisering in Duitsland ook zijn, en hoezeer de vrije markt ook met argwaan wordt bejegend. De koepelorganisatie van de Duitse industrie (Bundesverband der Deutschen Industrie, BDI) gaf gisteren een verklaring uit waarin ronduit wordt gezegd dat Duitsland open moet staan voor investeerders uit binnen- en buitenland. „Om zekerheid over investeringen te waarborgen is voor het bedrijfsleven nu een snel besluit noodzakelijk. De Volkswagenwet is ballast in de internationale concurrentiestrijd.”

Een snel besluit is volgens deskundigen echter niet te verwachten. In beide hoofdsteden worden de hakken in het zand gezet. En de messen geslepen.