Rechtse populisten, laat mij u bekeren !

Doekle Terpstra: Benoemen en bouwen. Doekle Terpstra in gesprek met Maarten Meester. Ten Have, 114 blz. € 9.90 solidariteit

Doekle Terpstra: Benoemen en bouwen. Doekle Terpstra in gesprek met Maarten Meester. Ten Have, 114 blz. € 9.90

Benoemen en bouwen is een uitgewerkte versie van twee eerdere pamfletten tegen de ‘verwildering’ en de intolerantie die geschreven werden in de hysterische aanloop van de gevreesde anti-islamfilm ‘Fitna’ van Geert Wilders. De eerste oproep van Doekle Terpstra ‘tot een breed maatschappelijk gedragen nee’ tegen Wilders verscheen op 30 november vorig jaar in Trouw. Een maand later, op 2 januari, volgde de oproep tot tolerantie waarvoor hij alleen mensen uit wat hij noemde ‘de witte elite’ had aangezocht. Terpstra heeft zijn boodschap opgeknapt door voor zijn boek gesprekken te voeren met publicist-filosoof Maarten Meester. Ook liet hij zich inspireren door twee Utrechtse hoogleraren, Paul Schnabel, tevens directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en Frits van Oostrom, opsteller van de historische canon.

Voormalig vakbondsvoorzitter en huidig voorzitter van de HBOraad Terpstra wil het vijfde deel van het electoraat dat vatbaar is voor rechts populisme, bekeren tot tolerantie en redelijkheid. De islam kan toch hun grootste probleem niet zijn, concludeert hij. Het maatschappelijke debat daarover werd in het verleden weliswaar van bovenaf gesmoord, maar na de aanslagen in de VS van 2001 en de moord op Theo van Gogh brak het des te heviger los. Aan de nieuw verworven vrijheid van meningsuiting kan niet meer worden getornd. Terpstra erkent zelfs dat Wilders in dat opzicht ‘een punt heeft’. ‘Mensen die niet of nauwelijks hadden bijgedragen aan ons sociale stelsel kregen wel direct alle rechten. Nooit iemand die zich afvroeg: is dat wel verstandig. Dat heeft enorm veel wrok gegeven’, schrijft Terpstra. Hij acht zijn eigen bond, het CNV, en dus zichzelf, medeverantwoordelijk.

Maar nu denken veel mensen zomaar alles te kunnen zeggen en ze voelen zich gerechtigd om moslims te discrimineren. Zij moeten beslist worden tegengesproken, vindt Terpstra. Er is ampel statistisch materiaal om het schrikbeeld van een monolithische islam te weerleggen. Er zijn grote verschillen tussen de etnische groepen die hoofdzakelijk moslim zijn. In zijn boek ontdekt Terpstra de verdeeldheid onder Nederlandse moslims opnieuw. Hij vergeet wel te melden dat het aantal moslims inmiddels door het CBS naar beneden is bijgesteld van bijna een miljoen naar 850.000. Lang niet iedere Marokkaan of Turk is moslim en er zijn veel stille afvalligen. De hogere criminaliteit onder allochtonen – onder wie veel niet-moslims – valt ook te verklaren uit sociale achterstand. Terpstra geeft cijfers over gunstige ontwikkelingen zoals de toenemende arbeidsparticipatie en het stijgende opleidingsniveau van allochtonen, een eenkennige aanduiding voor een diverse groep mensen.

Na het ‘benoemen’ van problemen als criminaliteit en werkloosheid beschrijft Terpstra geslaagde initiatieven om tot oplossingen te komen, het ‘bouwen’. Een homoseksuele leraar die werd lastig gevallen door moslimjongeren, bezoekt nu buurthuizen om te vertellen over zijn geaardheid. Een moslimgezin dat jongeren opvangt. Een etnisch gemengde voetbalclub waar ook allochtone ouders meehelpen. De mensen die dit tot stand hebben gebracht, bleven niet mokken over vroeger. Ook autochtonen moeten zich aanpassen aan een etnisch gemengde samenleving. Populisten creëren inderdaad de illusie dat dit niet hoeft.

Terpstra doet er goed aan om valse bezwaren tegen moslims te weerleggen. Maar hij richt zich ten onrechte alleen tot autochtonen, die hij met ‘wij’ aanduidt, tegenover ‘zij’, de moslims. Dat onderscheid werkt averechts, en zou verleden tijd moeten zijn. De oproep tot tolerantie geldt net zo goed voor moslims en wordt door een aantal van hen ook ter harte genomen. Ook mis ik een beschouwing over het vanuit het buitenland aangewakkerde extremisme waar sommige moslims vatbaar voor zijn. Terpstra zou over de tweedeling wit-zwart, auto- en allo- heen moeten stappen.

Inmiddels zwaait de slinger naar de andere kant door. Fitna is vertoond en de gevreesde gevolgen zijn uitgebleven. Wilders zakt in de peilingen, het Openbaar Ministerie doet een inval bij een cartoonist die de spot drijft met de islam en er wordt gewerkt aan een uitbreiding van de wet op de godslastering. Dat gaat veel verder dan de aansporing in het pamflet van Terpstra om vrijwillig te benoemen en te bouwen.