PvdA-politica balanceert tussen gelovigen en vrijzinnigen

Een medisch-ethische kwestie leidde deze week tot politiek vuurwerk. En dat terwijl er eerder veel enthousiasme was over het beleid van Bussemaker.

Het lijken elkaars tegenpolen: de beschermwaardigheid van het leven en de autonomie van mensen. Jarenlang hebben christelijke en niet-confessionele partijen hierover principiële uitgangspunten ingenomen die als onoverbrugbaar werden beschouwd. Of het nou ging over abortus, euthanasie of embryo-onderzoek.

Toen de orthodox-protestantse ChristenUnie tot het kabinet met CDA en PvdA toetrad, werd dan ook belangstellend gekeken wat het medisch-ethische beleid zou worden. Zouden de coalitiepartners gaan tornen aan de rechten waarmee Nederland jarenlang naam had gemaakt? Of zou nieuwe wetenschappelijke kennis toch leiden tot uitbreiding van mogelijkheden? In het reageerakkoord werd een status quo afgesproken. Ook van het verbod op het kweken van embryo’s voor andere doeleinden dan een zwangerschap. Maar de angst was nog niet weg.

In september 2007 wist staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) alle partijen gerust te stellen. Ze schreef een verzoenende ‘ethiekbrief’. Die wordt nog vaak aangehaald, ook gisteren tijdens het debat over embryoselectie. Ook daar speelde dezelfde afweging: tussen het zelfbeschikkingsrecht van ouders met een erfelijk gen dat bij het nageslacht kanker kan veroorzaken en de bescherming van de foetus.

In die ethiekbrief vond Bussemaker een middenweg tussen de voor- en tegenstanders: de gelovigen en de vrijzinnigen. Zij stelde dat de waarden autonomie, de beschermwaardigheid van het leven en goede zorg gelijkwaardig zijn. Het evenwicht had Bussemaker gevonden in de keuzevrijheid van de individuele burger. Iemand die voor beëindiging van leven kiest, krijgt alle steun. Maar iemand die voor alternatieven kiest evenzeer. Vandaar dat dit kabinet vooral investeert in palliatieve zorg om pijn dragelijker te maken en in hulp bij ongewenste zwangerschap. Over embryoselectie ter voorkoming van ernstige kanker bij kinderen gaf de ethiekbrief geen uitsluitsel.

De kleinste coalitiepartner was blij. „De ChristenUnie heeft waardering voor de ethiekbrief, waarin de menselijk waardigheid vooropstaat”, aldus Kamerlid Esmé Wiegman (CU). „Ook vanuit de christelijke traditie kan de waarde ‘autonomie’ een positieve invulling krijgen en duiden op eigen verantwoordelijkheid, integriteit en keuzevrijheid van de patiënt bij een medische behandeling.”

Kamerlid Ormel (CDA) zei „grote waardering te hebben voor de uiterst zorgvuldige” ethiekbrief van Bussemaker. De links-liberale Femke Halsema (GroenLinks) was net zo tevreden. „De staatssecretaris doet het buitengewoon goed. Na een jaar mag geconstateerd worden dat zij ChristenUnie en CDA netjes met een kluitje in het riet heeft gestuurd.”

Toch ging het vorige week mis. De door Bussemaker aangekondigde uitbreiding van embryoselectie maakte in een klap een eind aan de coalitievrede op het precaire terrein van de medische-ethiek. Hoe kon dat gebeuren?

Bussemaker ging daar gisteren uitvoerig op in. Ze vertelde over het planningsbesluit uit 2003 dat embryoselectie bij ernstige erfelijke ziekten toestaat. Daarna kwam in 2006 de brief van haar voorgangster Ross (CDA). Ross wilde de embryoselectie verbieden bij aandoeningen waarvan slechts een deel van de mensen ziek wordt of bij ziekten die zich niet ernstig hoeven te uiten. Het kabinet viel en de brief van Ross verdween in de vergetelheid. In de tussentijd bleef het formeel toegestaan om embryo’s te selecteren, maar artsen staakten wel hun activiteiten. Vorig jaar oktober zei Bussemaker het standpunt van haar voorgangster te willen heroverwegen. In een „rustig” overleg met de Kamer constateerde Bussemaker geen grote meningsverschillen. Ook de ChristenUnie wierp geen blokkade op. Femke Halsema viel Bussemaker gisteren bij: „De ChristenUnie heeft alleen gezegd dat embryoselectie binnen de kaders van de ethiekbrief moesten blijven en dat gebeurt.”

Achteraf erkent Bussemaker dat zij het kabinet had moeten inlichten over de stap die zij wilde zetten. Dat verzuimde zij omdat het in haar ogen geen trendbreuk is.

Toch was daarmee het wankele evenwicht verstoord dat zij in de ethiekbrief had beschreven. De vraag bleef gisteren hangen of Bussemaker nou echt naïef is geweest, of voor een bewuste strategie had gekozen de embryoselectie zonder rumoer te verruimen.

    • Herman Staal
    • Antoinette Reerink