‘Persvrijheid’

medvedev_reuters.jpgTijdens zijn staatsbezoek aan Duitsland heeft president Dmitri Medvedev gisteren gezegd dat de Russische televisiezenders de waarheid moet brengen en het daarom beter is als die zenders in handen van de staat zijn.  Nu had een dag eerder de New York Times een interessant en goed onderbouwd artikel waarin stond dat politieke tegenstanders van het Kremlin en het Witte Huis van die staatstelevisie worden geweerd. Ze staan op zwarte lijsten en als ze al in een programma optreden, dan worden hun kritische uitspraken van de opnameband gewist. 

loezjkov.jpgDe vrije pers heeft het dus moeilijk in Rusland, ondanks beweringen van de autoriteiten dat dit niet het geval is. Zo had de kwaliteitskrant Nezavisimaja Gazeta vorige week kritiek geleverd op de uitspraken van de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov dat de Oekraïense havenstad Sevastopol aan Rusland moet worden teruggegeven. Als gevolg van die kritiek werd de krant enkele dagen later de huur van haar redactiegebouw opgezegd, volgens ingewijden op last van Loezjkov.

Gelukkig stapt Loezjkov binnenkort op als burgemeester. Hij onderhandelt alleen nog met de autoriteiten over de juridische immuniteit van zijn vrouw, Jelena Batoerina, de grootste aannemer en met 1,9 miljard euro ook nog eens de rijkste vrouw van Rusland . Alleen al het feit dat er onderhandeld wordt over die immuniteit zegt veel over de duistere zaakjes van het echtpaar. Maar veel over die zaakjes zullen we in de Russische ‘vrije’ pers niet tegenkomen.

Ook spreek ik steeds vaker Russische journalisten van kranten en persbureau’s als Izvestija, Itar-Tass en RIA-Novosti, die open en bloot vertellen dat ze in hun berichtgeving maar zo’n 20 procent van de waarheid vertellen. Uit angst voor maatregelen ‘van boven’ doen ze aan drastische zelfcensuur, omdat ze voor ontslag vrezen. 

Medvedevs garanties voor een vrije pers zijn dus veelzeggend over zijn andere mooie woorden.