Omzeil het ware gepieker

De huidige generatie twintigers en dertigers is besluiteloos. We hebben de loper in de hand die de deur tot geluk kan openen. Maar welke van de eindeloze rij deuren kiezen we? De vele mogelijkheden leiden tot keuzestress en beslissingsangst. Hoe kom je daar vanaf?

Hoe word je besluitvaardig? Dwight B. Wilmerding, de 28-jarige hoofdpersoon uit de roman Indecision, ziet maar één uitweg: hij neemt een pil tegen besluiteloosheid. Eindelijk is hij vastberaden – zijn leven raakt erdoor in een stroomversnelling. Hij verruilt New York voor de Zuid-Amerikaanse jungle, stort zich op de vrouw van zijn dromen en keert vol levenservaring huiswaarts.

Indecision vertelt het verhaal van een generatie. Wij – westerse, hoogopgeleide twintigers en dertigers – durven niet te kiezen. Als we al niet lijden aan een fikse quarterlifecrisis, zijn we wel te vinden in de krochten van een dertigersdilemma. En dus piekeren we ons suf en twijfelen we tot we een ons wegen. Ruim 70 procent van de hoogopgeleide 25- tot 35-jarigen heeft op een of andere manier ‘last’ van twijfels over loopbaan, relatie en het krijgen van kinderen, zo leert promotieonderzoek van psycholoog Nienke Wijnants onder 1.250 respondenten. Mede door die twijfels vallen eerstejaarsstudenten bij bosjes af, neemt het aantal vrijgezellen gestaag toe en krijgen hoogopgeleide vrouwen steeds later kinderen.

Het barst van de verklaringen voor deze keuzestress en beslissingsangst. De toegenomen welvaart stelt ons in staat om onszelf te ontplooien. We bevinden ons zogezegd in de nok van de Maslow-piramide, vernoemd naar de Amerikaanse psycholoog Abraham H. Maslow: zodra we een dak boven ons hoofd hebben en vriendschap en erkenning ons gegund is, zo stelde hij, kunnen we ons druk gaan maken over het ontwikkelen van onszelf. Welvaart heeft er ook voor gezorgd dat we meer keuzes tot onze beschikking hebben.

Tegelijkertijd hebben we ons dankzij de ontzuiling en de roerige jaren zestig losgeweekt van kerk, en partij. We staan er dus alleen voor. Psychologen noemen dit de overgang van een standaardbiografie naar een keuzebiografie: waar we vroeger na het schooldiploma ons konden inpassen in een door de maatschappij voorgeschreven script – werk, huis, boom, beest, pensioen –, staat onze levensloop nu op losse schroeven. Konden we eerst nog de maatschappij de schuld geven voor een foute carrièrestap (‘ik moest nu eenmaal de zaak overnemen’), nu is een misstap maar aan één persoon te wijten: jijzelf.

Juist die combinatie van de toegenomen eigen verantwoordelijkheid met de mogelijkheid tot zelfverwerkelijking is een noodlottige. We hebben de loper in de hand die de deur tot ons geluk kan openen, maar welke van die eindeloze rij deuren kiezen we? Dat besef van mogelijk geluk leidt ertoe dat we verkrampen. Het doek op de schildersezel voor ons houden we liever blanco: liever een eeuwige Picasso in spe dan een werkelijke mislukkeling.

En áls we dan eindelijk hebben gekozen voor een relatie, baan en hypotheek, vragen we ons af: ‘Is dit het nu?’. Immers, we worden voortdurend blootgesteld aan alternatieve levenslopen. We vergelijken ons met leeftijdsgenoten, niet meer alleen op de vijfjaarlijkse schoolreünie, maar op afkijksites als Google, Hyves en Facebook, waar we kunnen zien dat X al een baby heeft en Y een baan als rijkstrainee. In één klap wordt ons eigen bestaan een stuk minder absoluut: wij hadden dat leven ook kunnen leiden. We waren ons al bewust van de vele keuzemogelijkheden, maar we zijn ons dat dus ook van de consequenties van de verschillende keuzes. Gevolg: de binding met de eigen keuzes neemt af, ons bestaan wordt willekeurig.

Maar deze sociologische verklaringen vertellen maar het halve verhaal. Immers, het bestaan van afkijksites en ons collectieve gebivakkeer in de top van de Maslow-driehoek kunnen niet verhinderen dat er genoeg mensen zijn die wél besluitvaardig zijn. Wat onderscheidt de twijfelaars van die resolute individuen?

Gebrek aan zelfkennis, non-conformisme en authenticiteit, zeggen coaches en psychologen. ‘Mensen die lak hebben aan hun omgeving, weten vaak beter wat ze zelf willen’, zegt Evelyn Prinsen, oprichter van quarterlifequest. nl, een ‘informatie- en communicatieplatform voor twintigers en dertigers in de quarterlifecrisis’. ‘Het zijn juist diegenen die altijd netjes de gebaande paden hebben afgelegd, die zich gaan afvragen: passen dit werk en deze relatie wel bij mij?’ Nienke Wijnants, die promoveert op het dertigersdilemma: ‘Hoe beter je zelfbeeld is en hoe authentieker je bent, des te beter kun je de druk van ouders en vrienden weerstaan.’

Een gebrek aan nonchalance speelt ook een rol, zegt Jolet Plomp, arbeidspsycholoog en schrijver van het boek Beslissen doe je zo. ‘Ambitieuze, verantwoordelijke mensen lijden vaak aan spijtpreventie: zij zijn bang achteraf spijt te hebben voor de gemaakte keuze, of voor het nalaten van de keuze.’ De hooggespannen verwachtingen zouden zelfs faalangst in de hand werken. ‘Nonchalante mensen hebben daar minder last van.’ Onlangs sprak Plomp met een groep studenten die kampt met keuzestress. ‘Mijn advies was: vind je eigen beslissingen niet zo belangrijk. Je invloed op je eigen leven ís helemaal niet zo groot.’

Piekeraars voelen een relatief grote verantwoordelijkheid voor het maken van hun eigen keuzes. Maar als ze daardoor hun keuzes uitstellen, zijn ze juist hun verantwoordelijkheid aan het vermijden. Evelyn Prinsen: ‘Vaak weten mensen wel wat hun passie is. Alleen hebben ze zich allerlei overtuigingen toegeëigend die verhinderen dat zij die passie najagen. Ze zijn het slachtoffer geworden van hun overtuigingen en dus nemen ze hun verantwoordelijkheid niet.’ Volgens psycholoog Jeffrey Wijnberg wijst de neiging verantwoordelijkheid te mijden erop dat piekeraars niet zozeer leiden aan faalangst, als wel aan de angst te slagen. ‘Falen zou voor deze mensen juist een opluchting moeten zijn, zou je denken. Dan valt er tenminste echt iets af.’ Wijnberg draait het om: ‘Mensen zijn bang dat ze een goede keuze maken. Ineens zitten ze ergens aan vast. Dat vereist verantwoordelijkheid.’

We zijn dus onzeker, afhankelijk, onverantwoordelijk. Bovendien ontberen we authenticiteit. Is er eigenlijk wel hoop voor twijfelaars? Ligt besluitvaardigheid wel in ons bereik? Ja, zeggen de coaches en psychologen. Allen benadrukken zij op een of andere wijze het belang van zelfkennis als wapen in de strijd tegen besluiteloosheid. Het stellen van de juiste vragen zou die zelfkennis in de hand werken. Wijnants: ‘Waar ben je trots op? Wanneer was je voor het laatst in een flow, waarbij de tijd voorbijvloog zonder dat je het doorhad?’ Ook het nadenken over anderen kan de zelfkennis vergroten. Plomp: ‘Ik vraag cliënten weleens de namen op te schrijven van vijf mensen en te vertellen waarom zij die personen waarderen. De waarden die dan naar voren komen, zeggen ook iets over de waarden van mijn cliënten.’

Hoe groter de zelfkennis, des te groter de kans dat wij het ware gepieker kunnen omzeilen. En als wij meer in contact staan met onze eigen waarden, wordt het gemakkelijker onszelf doelen te stellen, menen de coaches en psychologen. Het stellen van doelen voorkomt dat eindeloze getwijfel tussen optie A en B. Plomp: In plaats van jezelf af te vragen: moet ik mijn baan opzeggen of niet? kun je beter vragen: wat wil ik in mijn werk bereiken? Zo’n soort vraag verandert het denken.’

Met onze zelfkennis op peil en ons doel in het vizier moeten we op een dag gewoon kiezen. ‘Eeuwig geanalyseer heeft geen nut’, zegt Plomp. Haar advies: zet jezelf voor het blok. ‘Zeg je studentenbaan op, schrijf elke week een stel sollicitatiebrieven, en schrik niet als je wordt afgewezen.’ Dan komt het vanzelf goed, meent Plomp. ‘Zodra we een keuze hebben gemaakt, treedt er een mechanisme in werking dat ervoor zorgt dat wij onze beslissing goedpraten.’ De route ‘zelfkennis, doel stellen, vastberaden kiezen’ is dus een beproefde. Maar het kan ook directer: wilskracht tonen, en daardoor gemakkelijker kiezen. Althans, dat denken de psychologen Jeffrey Wijnberg en Jaap Hollander. Maar ja, waar moet die wilskracht vandaan komen? Die kan worden uitgelokt. Dat is de kern van de provocatieve psychologie van Wijnberg en Hollander, die deze methode aan driehonderd psychologen hebben bijgebracht. Wijnberg: ‘Als een cliënt bij mij komt met twijfels over zijn studiekeuze, zijn toekomstig werk én zijn relatie, zeg ik: je hebt nog niet alles genoemd. Wat dacht je van een wereldreis? En hoe ga je die reis maken? Welke landen kies je?’ Wijnberg vergroot de twijfel, totdat de cliënt hem een halt toeroept. En zelfs daarna gaat hij door: ‘Je wilt het alleen over je studiekeuze hebben? Waarom niet eerst over je relatie? Is liefde niet belangrijker?’ Doel van deze therapie is tijdens de behandeling assertief gedrag bij de patiënt te ontlokken, om hem te doen beseffen dat hij wel degelijk in staat is tot vastberadenheid – ook in de echte wereld. Wijnberg: ‘Wij verschaffen waardevolle inzichten die leiden tot oplossingen.’

Kortom, de ene psycholoog provoceert, de andere bevraagt je, een derde stelt je gerust. Het is hopeloos. Zelfs de vraag hoe wij tot een keuze moeten komen, blijkt multiple choice. En dan zijn de psychiaters, psychoanalytici en psychotherapeuten nog niet eens aan bod gekomen. Uiteindelijk is Wilmderding’s pil tegen besluiteloosheid misschien wel de enige echte remedie. Maar dan moet je er wel in geloven.