Mostert maait moeite

Wekelijkse speurtocht naar de grenzen van de slechte smaak.

Kerkorgel

Een nieuw exemplaar van de soort homo hypererectus is opgestaan, de mens op zijn achterste benen, principieel, altijd beledigd, altijd in smaak en eer aangetast. Over wie gaat het? Henk Mostert, aangenaam. Wie? Henk Mostert. Hoofdfunctie: gepensioneerd. Verder fractievoorzitter Lijstcombinatie Christen Unie/SGP te Dordrecht, Lid Commissie Toezicht Politiecellen Zuid-Holland Zuid, Bestuurslid Internaat Schippersjeugd Eben-Haëzer, Bestuurslid Centrale Stichting Internaten Kermisjeugd, Afdelingsbestuurslid SGP, Lid Comité Aanbeveling Kam-orgel Grote Kerk. Niemand anders dan Henk Mostert was op weg naar een van zijn vele beslommeringen. Hij fietste door de tunnel van de Laan der Verenigde Naties te Dordrecht en zag in de betegelde muur twee tekstregels. Bij die regels ergerde zich niet alleen Henk Mostert, meteen stond de hele lijstcombinatie Christen Unie/SGP stijf van irritatie. Getuigenis hiervan volgde, de burgemeester van Dordrecht zegde toe zich over de regels te gaan buigen. Juist. Wij buigen even met hem mee.

Tunnelspreuk 1: Halleluja Jutteperen zongen ze toen.

Tunnelspreuk 2: Er ruist langs de wolken een boer op de fiets.

En we laten deze beide spreuken even op ons inwerken.

Volgens De Telegraaf vond Henk Mostert de spreuken in strijd met de Bijbel. Leuk uitgedrukt. Jutteperen in strijd met de Bijbel, Boer strijdig met de Schrift? We zijn er nog niet uit. Het Algemeen Dagblad bericht: „Volgens Mostert lijkt een van de regels te veel op de bijbelse zin ‘Er ruist langs de wolken een lieflijke Naam’, van Johannes de Heer.” Nog leuker uitgedrukt. Zouden ze bij het AD denken dat de Bijbel is geschreven door Johannes de Heer? Wie dat nu weer is? Het gaat om Johannes de Heer (1866-1961), evangelist, achtereenvolgend Zevendedagsadventist, Nederlandse Tentzendeling, NCRV-pionier. De Heer werd vooral beroemd door zijn Zangbundel ten dienste van huisgezin en samenkomsten (1905), liedteksten voor de simpelman. In die zangbundel staat ‘Er ruist langs de wolken een lieflijke Naam’. Het is een beroemd lied. Nog in 2008 staat het op 35 in de Zwartsluis Top-100 Geestelijke Liederen. Mooi.

Henk Mostert ruiste per fiets door dat Dordtse tunneltje en ziet in plaats van ‘Er ruist langs de wolken een lieflijke Naam’ op de muur ‘Er ruist langs de wolken een boer op de fiets’ staan. Dat is dus niet hetzelfde, en Henk maaide moeite, zoals de GPV-mannenbroeders het uitdrukken. De integrale lijstverbinding met de Christen Unie brak uit in roodkoperen ergernis.

De gewraakte tunnelspreuk is afkomstig uit de dichtbundel De wimpers van de dageraad (1987) van de Dordtse dichter Jan Eijkelboom. Dat wil zeggen, het vers gaat zo:

‘Daar ruist langs de wolken’,

zong je bang overmoedig,

‘een boer op een fiets.’

Maar er gebeurde niets,

geen bliksems troffen ons,

uit het weldadig blijvend zwerk.

Hiermee lijkt de zaak toch genuanceerder te liggen. Ik vrees dat onze wielrenner te snel door de tunnel is geruist. Hij heeft de gepensioneerde ‘roede van zijn verbolgenheid’ (Spreuken 22:8 ) iets te haastig ontbloot, als de ware homo hypererectus.

Het zal in de gemeenteraad van Dordrecht heus goed aflopen met deze kwestie. De burgemeester buigt zich over de zaak, ik heb daar vertrouwen in. En wat Henk Mostert betreft? Hij ruiste door een tunnel, in hem stond het Lid van Toezicht overmoedig op, maar er zal niets gebeuren, geen bliksem die ons treft. Och, ach, Henk Mostert. Ik ben hem eigenlijk dankbaar voor zijn tunnelvisie. Via zijn hypererectie kwam ik Johannes de Heer tegen en diens levensleus ‘Beter versleten dan verroest’. De Heers zangteksten werden bekritiseerd, omdat ze op het lage IQ waren toegesneden. Hij liet het er nooit bij zitten: „Gods kudde bestaat niet uit giraffen, maar uit schapen die Zijn hand wil weiden. U hangt echter de korf met voedsel zó hoog dat een eenvoudig schaap er onmogelijk bij kan.”

Wat Mostert betreft. Laten we samen zingen. Gezang 33 van Johannes de Heer: ‘Daar ruist langs de wolken een lief’lijke Naam,/ die hemel en aarde verenigt tezaam.’

Want heus, als we de halleluja jutteperen eerlijk delen, dan komen we er met zijn allen wel uit.