‘Mijn tekeningen zijn saai en banaal’

De stripverhalen van de Chris Ware zijn al jaren toonaangevend. Vanavond ontvangt zijn uitgever voor hem de prijs voor de ‘beste striptekenaar ter wereld’.

Beeld uit de Chris Ware-strip ‘Jimmy Corrigan: The Smartest Kid on Earth’ Ware, Chris

De Amerikaanse striptekenaar Chris Ware ontvangt dit jaar de VPRO Grand Prix, een tweejaarlijkse prijs voor ‘de beste striptekenaar ter wereld’. Volgens het juryrapport maakt Ware (40) „sinds begin jaren negentig een van de meest toonaangevende reeksen van de Amerikaanse strip” met een „tot in de details verrassende vormgeving”. De Nederlandse uitgever van zijn werk neemt de prijs vanavond, tijdens de opening van de negende editie van de Stripdagen in Haarlem, in ontvangst.

Ware bundelt zijn werk sinds 1993 regelmatig in een reeks genaamd de ACME Novelty Library. De belevenissen van één personage uit die reeks, Jimmy Corrigan, vormden in 2000 een losse uitgave: Jimmy Corrigan: The Smartest Kid on Earth. Dit tragische epos werd veelvuldig bekroond, onder meer met de literaire prijs van de Britse krant The Guardian.

Ware werkt inmiddels al enige jaren aan nieuwe projecten, waaronder een nieuw verhaal rond het personage Rusty Brown, een jongen die tot ver na zijn puberteit poppen van actiehelden verzamelt. „Ik hoop dit verhaal klaar te hebben voordat mijn dochter, die nu drie is, naar het hoger onderwijs gaat”, vertelt Ware in een interview met deze krant.

Wat probeert u met uw strips te bewerkstelligen?

„Als ik iets meemaak, het maakt niet uit wat, dan heb ik op het moment zelf het idee dat ik die gebeurtenis heel scherp waarneem. Maar ervaringen veranderen onherroepelijk in herinneringen. En dan gaat er iets zeuren. Is het wel zo gegaan? Die dubbelheid probeer ik ook in mijn stripverhalen te stoppen. Op het eerste gezicht zijn ze helder; ik kan laten zien dat een personage een bepaalde, vastomlijnde visie op het leven heeft. Tegelijkertijd biedt het visuele karakter van het medium mij de mogelijkheid om een alternatieve realiteit te suggereren. Dat kan ik doen door een bepaalde compositie van de pagina te kiezen, of door het kleurgebruik.”

Uit uw schetsboeken, die ook worden uitgegeven, blijkt dat u een groot spectrum aan stijlen beheerst. Maar uw strips hebben sinds u begon een uniforme stijl. Kunt u beschrijven hoe u tot die stijl bent gekomen?

„Er bestaat niet zoiets als ‘de juiste manier’ om strips te maken. Een tekenaar kan ervoor kiezen om zich vooral op de verhaallijn te richten, zoals ik, of juist meer op het beeldende, zoals bijvoorbeeld mijn landgenoot Gary Panter [een expressionistische undergroundtekenaar, red.] Mijn tekeningen zijn bewust nogal saai en banaal, omdat de helderheid en ‘leesbaarheid’ ervan voor mij voorop staat. De tekening staat in dienst van het verhaal dat ik wil vertellen. Dat is maar één manier, en misschien wel een stomme, om het medium strip te benaderen.”

„In het stripdagboek dat ik bijhoud teken ik veel ‘losser’, omdat ik dan niet probeer te creëren, maar alleen dingen teken die ik echt zie, of die ik me herinner. Het voelt vreemd om die methode, die nogal gevoelig is, toe te passen op een fictieverhaal. Een verhaal vertellen is voor mij namelijk een synthetiserend proces, waarbij ik scherp voor ogen heb waar ik naartoe wil. Dat vraagt om een heldere stijl. Een striptekening is in mijn ogen iets heel anders dan een tekening naar waarneming.”

Hoe zou u het belangrijkste verschil tussen strips en ‘gewone boeken’ omschrijven?

„Nu moet ik goed opletten dat ik niet te veel in kunstacademiegebabbel verval. Ik schrijf, in essentie, niet met woorden maar met plaatjes. Die plaatjes gebruik ik om de suggestie te wekken dat het verhaal zich organisch ontwikkelt, maar ik gebruik ze ook om mijn gedachten te verbeelden. Strips vormen een taal van ‘verkorte’ afbeeldingen. Ik noem ze ‘verkort’, omdat ze eigenlijk niet zijn bedoeld om naar te kijken, maar om te lezen. Vergelijk het maar met het verschil tussen gezongen en gesproken woorden.”

„Toen ik nog heel jong was, heb ik een tijdje geprobeerd om strips zonder woorden te maken, om zo de ‘basiskracht’ van het beeldverhaal te benaderen. Ik probeer al jaren om woorden op andere manieren te gebruiken dan alleen verhalend of in dialogen. Wat James Joyce deed in Ulysses heeft mij sterk beïnvloed. Hij recreëerde synesthetisch, dwars door alle zintuigen heen, het menselijk bewustzijn. Hij ving dat gelaagde, gecompliceerde fenomeen met zo’n poëtische precisie dat hij feitelijk herinneringen en gevoelens in het hoofd van de lezer plantte. Veel onhandiger dan Joyce, probeer ik met mijn strips iets dergelijks te doen, geloof ik.”

Is Nederland in uw ogen een land met een gezonde stripcultuur?

„Ik heb niet genoeg kennis van de Nederlandse strip om dat goed te kunnen beoordelen. Dat laat niet onverlet dat ik Joost Swarte beschouw als een van de grootste striptekenaars ooit. Zijn werk inspireert mij al decennia, hij is een national Dutch treasure.”

Dit najaar verschijnt bij Uitgeverij Oog & Blik de Nederlandse vertaling van ‘Jimmy Corrigan’. www.stripdagenhaarlem.nl.