Luther

In zijn recensie van twee Luther-biografieën (Boeken, 30.05.2008) stelt Herman Amelink de handel in aflaten aan de orde. Een aflaat verschafte géén kwijtschelding van zonden en men kocht er geenszins een redding mee van de eeuwige ondergang, zoals de recensent meent. Die kreeg men uitsluitend in de biecht, of buiten de biecht door een `volmaakt berouw`. Na de vergeving bleef echter straf staan, die men later in het vagevuur moest uitboeten. Die uitboeting kon echter al op aarde geschieden, door een straf te ondergaan: een bedevaart, het doen van gebeden, of het betalen van een boete. Daardoor kreeg men een `aflaat` van de straf. In de loop der tijd nam het betalen van boetes een (te) hoge vlucht en verdrong daardoor de andere vormen van boetedoening. Maar gelet op het karakter van de aflaat is het onjuist om te spreken over `handel in` aflaten. In boetes kan men niet handelen. Het hedendaagse betalen van een bekeuring steunt op exact dezelfde gedachte.

Het ging Luther hier overigens niet in essentie om. Hij wees op dit misbruik, om daarmee te demonstreren dat de Katholieke Kerk zich aan verkeerde gewoonten overleverde.