Knallen in de Alpen

De Zwitserse kunstenaar Roman Signer zoekt in zijn filmpjes altijd het gevaar op. Hij neemt zijn eigen kattekwaad serieus, wat zijn werk onbedoeld geestig maakt. Signer: „Ik lach alleen als er een reden voor is.”

Roman Signer in het Bonnefantenmuseum, Maastricht, met op de achtergrond zijn films Foto Chris Keulen Roman Signer Kattekwaad en gevaar in de filmpjes van Zwitser Roman Signer. „Ik beschouw de elementen als materiaal.” 8-9 Nederland, Maastricht, 25.05.2008 (Installatie 8mm films ) Roman Signer in het Bonnefantenmuseum. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Een man loopt met ferme pas over een bevroren meer. Als hij het midden van de ijsvlakte bereikt heeft, zakt hij er plotseling doorheen. Met woeste armbewegingen probeert hij grip te krijgen op het ijs om hem heen, maar dat brokkelt steeds verder af. De situatie op het filmscherm ziet er ernstig uit, alleen krijgen we niet te zien hoe het avontuur afloopt. Al na een paar tellen begint het filmpje opnieuw, en zien we weer dezelfde man die met zijn rug naar ons toe zijn noodlot tegemoet loopt.

Het had niet veel gescheeld of het oeuvre van Roman Signer (Appenzell, 1938) was in 1985 gestopt bij het werk Einbruch im Eis. „Als ik in paniek was geraakt, was ik zeker verdronken”, vertelt de Zwitserse kunstenaar nu, ruim twintig jaar na zijn bijna-doodervaring, op laconieke toon. „Mijn idee was om het meer van Drei Weieren op te lopen tot ik door het ijs zou zakken. Eerder had ik al geoefend langs de oever, en dat ging prima. Als het ijs sterk is, kun je er vrij makkelijk weer uitklimmen. Maar in het midden bleek het ijs veel weker. De mensen op de wal dachten dat mijn geschreeuw bij het kunstwerk hoorde, dus niemand schoot te hulp. Uiteindelijk heb ik me langzaam, als een ijsbreker, naar de oever voortbewogen. Toen ik daar aankwam, zei iedereen: wow, dat zag er fantastisch uit!”

De stuntman van de Zwitserse kunst, zo wordt Roman Signer wel genoemd. In de afgelopen 35 jaar maakte hij talloze korte filmpjes en video’s waarin hij keer op keer het gevaar opzocht. Hij liet zich in een kajak achter een auto over een weg slepen, net zo lang tot de bodem eruit gesleten was. Hij draaide, aangedreven door twee vuurpijlen in zijn handen, eindeloos rondjes in een bureaustoel. En hij hing zijn hoofd in een olievat waarin een verfbom tot ontploffing werd gebracht. Zelfportretten, noemde hij de foto’s die vervolgens gemaakt werden van zijn met verf besmeurde gezicht.

Tien van Signers vroege acties, alle vastgelegd op super 8-film, zijn nu te zien op de tentoonstelling Reisebilder zwischen Leben und Tod in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Het zijn filmpjes die je keer op keer laten grinniken, vooral omdat de kunstenaar zijn eigen kattekwaad zo serieus neemt. Als Signer in Mütze mit Rakete (1983) in een razend tempo een muts van zijn hoofd laat trekken door een vuurpijl, blijft hij met een uitgestreken gezicht in de camera kijken. En ook wanneer hij in Gelbes Band (1982) op een fiets rondjes rijdt door het Kunstmuseum van St. Gallen, kan er geen lachje vanaf. „Voor mij is het ernst”, zegt Signer droogjes. „Ik lach alleen als daar een reden voor is.”

Roman Signer is een man van

weinig woorden. Hij komt verlegen over, praat op fluistertoon en durft je nauwelijks in de ogen te kijken als je met hem spreekt. Met zijn grote brillenglazen en zijn golvende grijze haardos heeft hij meer weg van een Zwitserse postbeambte uit de jaren zeventig dan van een roekeloze stuntman. Hij is een kunstenaar die wereldwijd gevraagd wordt voor exposities, maar die nog altijd vlakbij zijn geboorteplaats in de Zwitserse Alpen woont. „Ik heb geprobeerd Appenzell te verlaten”, zegt Signer daarover. „Ik droomde ervan om naar Amerika of Australië te verhuizen, maar ik kwam nooit verder dan St. Gallen, twintig kilometer verderop in het dal.”

Dat hij kunstenaar zou worden, lag niet voor de hand. „Ik ben opgegroeid in een omgeving waar geen kunst was”, zegt Signer. „Ik had geen voorbeelden. Ik heb in mijn jeugd nooit een museum gezien.” Wel was Signer als kind al volop aan het knutselen en experimenteren. „Ik probeerde altijd van alles te laten ontploffen. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Eigenlijk was ik toen al een kleine kunstenaar, alleen wist ik nog niet dat wat ik deed kunst was.”

Omdat zijn moeder hem had ingeprent dat hij als kunstenaar zijn brood niet zou kunnen verdienen, koos hij voor een ‘echt’ beroep. Tien jaar lang werkte hij als bouwtekenaar voor verschillende Zwitserse architectenbureaus. „Tot ik het daar van verveling niet meer uithield. Eind jaren zestig heb ik me aangemeld voor een basiscursus op de kunstacademie, om beter te leren tekenen.” Signer was toen de dertig al gepasseerd.

Het begin van zijn kunstenaarschap dateert Signer zelf in 1972, toen hij in zijn atelier van een 44 centimeter hoog kratje af sprong en met zijn blote voeten in een natte homp klei landde. Dit triomfantelijke Selbstportrait aus Gewicht und Fallhöhe moest het startpunt worden van een mooie loopbaan. Hier ben ik, leek Signer met zijn actie te willen zeggen: een nieuwe kunstenaar.

Als werkterrein koos hij zijn nabije omgeving: de bergen, alpenweides, watervallen en kanalen van St. Gallen. Vaak trok Signer er in zijn eentje met een rugzak op uit om kleine ‘gebeurtenissen’ in de natuur te laten plaatsvinden. Zo liet hij buskruit ontploffen op een bergtop, waardoor de berg voor heel even een vulkaan leek. Of hij liep met een tank vol roodgekleurd water door de sneeuw en liet zo een bloederig spoor achter. De kortstondige acties noemde hij ‘kleine Alpendrama’s’.

Omdat het landschap zo’n cruciale

rol speelt in Signers werk, is zijn oeuvre vaak in de traditie van land art kunstenaars geplaatst. Maar anders dan bijvoorbeeld Richard Long of Robert Smithson laat Signer geen beelden in de natuur achter. Zijn acties zijn tijdelijk, uiteindelijk blijft alleen een paar minuten film of video over als bewijs. In al hun nietsigheid doen die filmpjes denken aan bijvoorbeeld het flesje limonade dat Wim T. Schippers in 1962 leeggoot in de zee bij Petten. En in zijn roekeloosheid is Signer verwant aan Bas Jan Ader, de Nederlandse kunstenaar die zich begin jaren zeventig uit bomen liet vallen en van daken liet kletteren. Een goede kunstenaar, zegt Signer nu, „maar destijds kende ik zijn werk nog niet”.

In Zwitserland was de tijd nog niet rijp voor Signers absurdisme. In de ogen van zijn dorpsgenoten was hij een zonderling. De ‘knalkunstenaar’ werd hij in Appenzell spottend genoemd. „Mijn moeder schaamde zich voor mij en durfde niet met mij over straat. Ze vond dat ik iets moest maken dat ik kon verkopen.” Eens, herinnert Signer zich, werd een van zijn filmpjes op de Zwitserse televisie uitgezonden. Te zien was hoe hij een emmer zand over een trap uitstrooide. De volgende dag dronk hij een biertje in een bar in St. Gallen en werd hij uitgelachen door de waard. „Hij had de uitzending gezien en zei: ‘Wat bezielt je? Je bent toch een volwassen man?’ Ik ben opgestaan en nooit meer teruggekomen, zo gekwetst voelde ik me.”

Het succes liet lang op zich wachten. „Het bleek niet makkelijk om kunstenaar te zijn”, zegt Signer. „Aan mijn werk verdiende ik niets. Ik heb altijd bijbaantjes gehad, in de metaalbouw, als koerier, als helikopterpiloot, als landmeter, als koffersjouwer op de luchthaven van Zürich en uiteindelijk, 21 jaar lang, als docent op de academie in Luzern. Al die tijd heb ik heel bescheiden geleefd. Ik had twee of drie vrienden die me steunden, die zeiden dat het goed was wat ik maakte en die af en toe een tekening kochten. Zo zijn de jaren voorbijgegaan.”

In 1987 was er even een lichtpuntje. Roman Signer werd uitgenodigd deel te nemen aan de Documenta in Kassel, een van de belangrijkste tentoonstellingen voor hedendaagse kunst. Tijdens de opening legde hij driehonderd stapels wit papier in het gras, die hij vervolgens in één seconde met driehonderd steekvlammen de lucht in stuurde. De snippers dwarrelden als een witte muur naar beneden. Een spectaculair kunstwerk. „Maar de Zwitserse kranten hebben geen van alle over mijn actie geschreven”, zegt Signer, nog altijd verbolgen. De publiekslievelingen van de Documenta waren Signers landgenoten Fischli & Weiss, met hun video Der Lauf der Dinge. „Terwijl zij nota bene door mij waren beïnvloed.”

De grote doorbraak kwam pas in 1997, vlak voor Signers zestigste verjaardag, toen hij deelnam aan de internationale beeldenmanifestatie Skulptur Projekte in Münster. Daarna werd hij uitgenodigd voor een tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum, ging hij samenwerken met de topgalerie Hauser & Wirth en mocht hij, in 1999, zijn land vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. „Vanaf dat moment ging het beter”, zegt Signer. „Ik kon opeens van mijn werk leven. Sinds tien jaar ben ik fulltime professioneel kunstenaar.”

Misschien was Roman Signer zijn tijd te ver vooruit. Want wanneer je nu naar zijn oude super 8-filmpjes kijkt, zie je hoeveel gelijkenissen die vertonen met bijvoorbeeld het programma Mythbusters op Discovery of met MTV’s Jackass. Net als de Mythbusters is Signer dol op laboratorium-achtige proefjes waar pistolen of buskruit aan te pas komen. En net als zij filmde hij dit kattekwaad. Misschien haalden de jongens van Jackass hun inspiratie wel uit het werk van Signer toen ze besloten om met een kano van een trap te stuiteren.

Signer, een beetje wereldvreemd als hij is, heeft van al die hedendaagse fenomenen nog nooit gehoord. Wel heeft hij zojuist ontdekt dat zijn werk mateloos populair is op YouTube. „Laatst liet iemand op zijn laptop zien hoeveel films van mij daar vertoond worden. Jongeren filmen blijkbaar op mijn tentoonstellingen en zetten de beelden daarna op internet. Ik vind dat maar raar.”

Een groot verschil met

YouTube is dat Signer zijn filmpjes nooit als grappig vermaak bedoeld heeft. „Het is niet verboden erom te lachen”, zegt hij, „maar zelf zie ik de beelden in de eerste plaats als sculpturen in het landschap. Water, vuur, aarde en lucht – dat zijn mijn materialen.”

De beeldhouwwerken die Signer maakt zijn echter nooit statisch. Hij rekt de grenzen van de beeldhouwkunst op door er ook aspecten als tijd, beweging en verandering in te betrekken. „Ik heb graag dat er wat gebeurt met mijn kunstwerken, dat er leven in komt, dat de natuur ze als het ware afmaakt. De rol van het toeval is groot.”

Aan de voorbereiding van zijn ‘gebeurtenissen’ besteedt hij daarom niet veel aandacht. Wetenschappelijke berekeningen komen er niet aan te pas. Signer werkt vooral op gevoel. „Achter mijn werk gaan geen ingewikkelde theorieën schuil. Het begint altijd met een idee, en dan probeer ik het gewoon. Meestal gaan er eindeloos veel pogingen aan vooraf voordat ik de actie kan filmen. Maar ik vind al dat extra werk niet vervelend, lekker spelen met de zwaartekracht.”

Tot zijn grote spijt komt Signer aan dat spelen tegenwoordig nauwelijks meer toe. Want dat is de keerzijde van de roem. Door al het reizen blijft er weinig tijd over om nieuw werk te maken. „Nu is het weer te veel van alles: te veel telefoontjes, te veel aanvragen voor tentoonstellingen, te veel atelierbezoeken.”

De recentste video op de tentoonstelling in Maastricht stamt uit 2001 en heet Frosch. We zien de kunstenaar een platgereden kikker van straat pulken en in een conservenblik stoppen. Dan loopt hij een paar passen naar een brug over een kanaal. Hij zet het blik op de brugleuning en geeft het een zetje, waarna het flikkerend in het zonlicht richting horizon drijft. Het is een onspectaculaire video over een klein alledaags drama. Het gevaar dat bij Signers oude werken altijd op de loer lag, is hier in geen velden of wegen meer te bekennen. Zelfs het landschap, met dat lullige kanaaltje, ziet er truttig uit. De ruige bergen die er ook moeten zijn, heeft Signer bewust buiten beeld gelaten. En toch ontroert het, dit beeld van die aandoenlijke man, die zich als een kind kan laten verwonderen door de dingen die hij in de natuur vindt.

Gevraagd naar het waarom van deze video zegt Roman Signer alleen: „Ik heb toevallig een platte kikker op straat gevonden. Die laat ik weer zwemmen.” En dan, na een korte stilte, zegt hij: „Ik ben heel blij dat ik kunstenaar geworden ben. Want het is een spannend beroep en ik had ook niet geweten wat ik anders had moeten doen met mijn leven.”

Roman Signer: Reisebilder zwischen Leben und Tod. T/m 18 jan 2009 in het Bonnefantenmuseum, Avenue Céramique 250, Maastricht. Di t/m zo 11-17u. Inl: www.bonnefanten.nl