Kamer wacht liever op opvolger Bush

„President Bush is uitgeregeerd. Nu ontvangt hij alleen nog maar Jan Peter Balkenende”. Tweede Kamerlid Hans van Baalen (VVD) zegt het met ironie in zijn stem. Hij zelf wacht op een nieuwe Amerikaanse regering. Net als zoveel andere Nederlandse Kamerleden.

Het bezoek dat de Nederlandse premier gisteren samen met minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen aan het Witte Huis bracht wordt veelal schouderophalend afgedaan. Dat soort beleefdheden hoort tussen goede bondgenoten. Maar voor het overige hoefde er weinig van te worden verwacht.

De ogen zijn gericht op zijn opvolger. Wie dat ook zal worden, de betrekkingen tussen de westerse bondgenoten en de Verenigde Staten zullen, in de woorden van het Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA), „sowieso verbeteren”. Want die relatie heeft een flinke deuk opgelopen. Van Dam: „De regering Bush was weinig gelegen aan goede betrekkingen met de bondgenoten. Je ziet dat aan kwesties als de oorlog in Irak, Guantánamo Bay, de illegale CIA-vluchten.”

Voor de VVD’er Hans van Baalen, een traditionele hardliner, kwam de omslag nadat bekend werd dat de Amerikaanse regering verkeerde informatie had verschaft over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak. „Dat heeft diep ingegrepen in de vertrouwensrelatie tussen de bondgenoten.” Hij was er „voetstoots” van uitgegaan dat de bewijzen die de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken in de Veiligheidsraad presenteerde juist waren.

„Je moet elkaar blindelings kunnen vertrouwen, en dat blijkt niet het geval te zijn geweest. Voor mij was dat een bittere ervaring, een wake-up call.”

Eerder uitte de voormalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot (CDA) al zijn teleurstelling. In een vraaggesprek met deze krant kwalificeerde hij de VS eind vorig jaar als een bondgenoot „met wie je niet graag geassocieerd wil worden. En dat is jammer.”