Ik geloof erg in andere mensen

Judith Frerichs is bankdirecteur bij Fortis.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Judith Frerichs. Foto Bob van der Vlist Vlist, Bob van der

Elke zaterdagmorgen koopt Judith Frerichs (43) een kofferbak vol bloemen bij Willem ‘the Flowerman’ in Zevenbergen. Daar woont zij met haar man. Op maandag gaat ze naar haar werk. Dat werk is in Amsterdam. Judith Frerichs is ‘Head of Strategy & Support’ bij Fortis Private Banking. Sinds de overname van ABN Amro zit ze in een speciaal, driekoppig team dat verantwoordelijk is voor de wereldwijde integratie van het private banking-deel van ABN Amro in Fortis. Haar werk kost haar zeventig à tachtig uur per week, daarom blijft ze tot vrijdagavond weg. Als ze terugkomt, zijn de bloemen vaak al verwelkt. Toch zijn het die bloemen die haar energie geven, zegt ze. Net als haar voorzitterschap van Zonta de Baronie, een vrijwilligersorganisatie van vrouwen met een zelfstandige of leidinggevende positie. „Het is een manier om met andere mensen dan anders in contact te komen. Bij een bank heeft bijna iedereen dezelfde achtergrond. En ik geloof heel erg in mensen die ergens anders vandaan komen en vragen: waarom doe je het zo. Meestal heb je dan geen goed antwoord. Zo doen we het nu eenmaal, zeg je dan. Maar het kan vaak ook anders.”

Wat doet een directeur strategie en support?

„Praten. Praten en denken. Want pas als je hebt bedacht wat je wilt, kun je praten over wat je gaat doen. Je moet bijvoorbeeld bedenken of je met je bank wel in een bepaald land wilt zitten. En waarom je dat dan wilt. Welke klanten je zoekt. Wat de baten zijn.”

Is dat niet raar, de hele dag praten?

„Het went. Toen ik nog zelf met klanten werkte, vond ik het heerlijk een plan te maken dat er prachtig uitzag. Ik stopte dat in een enveloppe en stuurde het op naar die klant. Dan had ik een voldaan gevoel: ik heb iets gemaakt, het is goed geworden en het ziet er mooi uit. Daarna werd ik manager en hoefde ik niks meer te maken. In het begin werd ik daar helemaal gek van: alleen maar denken, praten, bellen – zorgen dat de dingen worden gedaan die je vroeger zelf deed. Nu meet ik het succes van mijn werkweek af aan het halen van deadlines en eisen: loopt het zoals het moet lopen. Maar ik kan nog steeds... gisteren was het investor day en daarvoor had mijn team één van de presentaties voorbereid. Dan voel ik me heel trots. Yes, móói, denk ik dan.”

Je zou kunnen zeggen: tachtig uur, dat zijn twee banen. Waarom zijn er niet twee mensen om te doen wat u doet?

„Dat vind ik een moeilijke vraag. Het is zeker zo dat je mijn werk niet over veel mensen kunt verdelen, dan wordt het onoverzichtelijk. Misschien moet je het zien als een soort waaier: het werk eindigt altijd ergens in een punt – en die punt ben ik. Maar inderdaad, het zijn lange dagen. Ik zit om half acht ’s morgens achter mijn bureau en als ik niet weg hoef naar een andere plek of een ander land, blijf ik tot half tien, kwart voor tien ’s avonds. Dan zit je al snel aan veel uren.”

Als ik mensen hoor zeggen dat ze zoveel uren maken denk ik: dat praten die mensen elkaar aan, dat dat moet.

„Ja, dat herken ik. Dat dacht ik vroeger ook. Toen ik begon als trainee was private banking suf en investment banking was cool. En als ik die mensen zag bij investment banking dacht ik: die maken elkaar gek. Ze konden bij wijze van spreken niet naar huis voordat ze pizza hadden besteld. Kun je dat beetje werk dat je nu nog zit te doen niet uitstellen tot morgen, dacht ik. Maar nu weet ik dat het geen groepsdwang is. Er is echt niemand die aan het begin van de avond tegen mij zegt: acht uur, je mag nog niet weg. Ik zit dan gewoon nog te werken aan dingen die ik niet kan uitstellen tot de volgende dag, omdat er dan weer andere dingen zijn om te doen.”

Is dat vol te houden, een dag van veertien uur?

„Dat gaat eigenlijk vanzelf. Overdag ben je de hele tijd in gesprek en ’s avonds loop je de dingen na die nog moeten gebeuren. Dan zit je lekker alleen op je kamer en heb je de rust om een beetje tempo te maken.”

Uw concentratie zakt niet weg?

„Wat voor mij goed werkt is: af en toe een melige opmerking. Als ik een meeting heb kan ik niet drie of vier uur serieus zijn. Maar als ik dan een flauwe grap heb gemaakt gaat het wel weer.”

Meligheid is dan uw yoga.

„Misschien wel. Ik wilde een keer aan tai chi gaan doen, dat vond ik zo mooi. Maar ik kwam steeds te laat. Dan stond iedereen al te bewegen en kwam ik nog hijgend binnenzetten. Eerst opgefokt in de auto zitten om op tijd te komen, dan het samenzijn verstoren en ten slotte ook nog eens de oefeningen niet beheersen omdat je altijd te laat komt. Daar ben ik weer mee opgehouden.”

Maar toch, die veertien uur. Denkt u als u werkt niet alvast aan alle andere dingen die u ook nog moet doen?

„Dat is heel moeilijk, ja. Je leest een mail en denkt intussen alweer aan iets anders. Wat ik doe is: ik schrijf dat andere waar ik aan denk op. Dan kan ik daarna weer rustig doorlezen. Je kunt niet alles tegelijk processen.”

Het lijken wel twee scholen tegenwoordig: de multitask-school en de mindfulness-school.

„Ik ben dat laatste te weinig. Ik probeer het wel. En ik zie het ook bij anderen. Eén van mijn directe collega’s heeft het. Die concentreert zich volledig op wat hij doet. Hij wordt ook onrustig als ik er opeens iets heel anders tussendoor gooi.”

Zo zou u het ook willen?

„Het heeft allebei zijn kracht, denk ik. Maar ik zou het wel iets meer willen: volledige concentratie. Ik laat me soms afleiden en dat kost tijd en energie.”

En dus schrijft u op wat u afleidt.

„Niet alleen wat mij afleidt. Ik heb altijd twee moleskine-boeken bij me, een grote en een kleine. In de grote schrijf ik tijdens meetings op wat er wordt gezegd. Dat dwingt mij me te concentreren. En in de kleine schrijf ik wat ik nog moet doen, de to do-dingen. Dus die gebruik ik als ik halverwege het lezen van een mail aan iets anders denk. Mijn twee moleskine-boeken geven mij rust. Ik weet dat ik geen dingen vergeet. En de grote helpt me ook als ik een paar weken later denk: hoe zat het ook al weer. Die heeft een dubbele functie: mijn aandacht erbij houden en dingen terughalen.”

Is het een vrouwending? Of ziet u om u heen ook allemaal mannen in moleskine-boeken schrijven?

„Het is denk ik meer een kwestie van... je hebt wat ik noem de bestuurders, dat zijn de mensen die een beetje afstand nemen, naar de anderen luisteren en de grote lijnen schetsen. De bestuurders gaan er vanuit dat er uitvoerders zijn. Ikzelf zit meer tegen de uitvoering aan dan tegen louter besturen. Ik wil weten wat we ook alweer zeiden dat er moest gebeuren.”

En dat is niet vrouwelijk?

„Dat weet ik niet. Misschien wel. Ik heb er nooit op die manier naar gekeken. Iedereen die een team leidt is een bestuurder, dat moet. Maar de een is het sterker dan de ander. Voor mij geldt dat ik de grote lijnen moet opschrijven om mezelf het gevoel te geven dat ik ze in de gaten hou.”

Zonta de Baronie is één van de clubs van Zonta Nederland. ‘Zontians’ werken regionaal, landelijk en internationaal aan de verbetering van de juridische, professionele, politieke en economische status van vrouwen. Deze maand congresseren 2.000 Zontians uit 67 landen in Rotterdam. Rond het congres organiseert Rotterdam een maand lang activiteiten die onder het motto ‘La City’ de ‘feminiene kant’ van de stad tonen. Meer informatie op www. zonta 2008.com en op www.lacity.nl