Het succes van de euro mogen we wel vieren

Onder het bewind van Jean-Claude Trichet is de Europese Centrale Bank uitgegroeid tot een instituut met een onwrikbare reputatie.

Een vraaggesprek over tien jaar monetaire politiek.

Het uitzicht is weids, vanuit de grote hoekkamer van Jean-Claude Trichet op de 32ste verdieping van het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Onder zijn bewind is de ECB, die dezer dagen tien jaar bestaat, uitgegroeid tot een instituut met een onwrikbare reputatie. Eerder zetelden in deze ruimte Trichets voorgangers Alexandre Lamfalussy, de topman van het Europees Monetair Instituut dat de voorloper van de ECB was, en de eerste ECB-president, Wim Duisenberg.

Waren zij de wegbereiders, Trichet consolideerde de positie van de ECB. De centrale bank zag het aantal deelnemers aan de euro toenemen van de oorspronkelijke elf tot vijftien. De euro is ijzersterk op de wereldwijde valutamarkt. En tijdens de eerste maanden van de kredietcrisis in de zomer van vorig jaar toonde de ECB een slagvaardigheid die wereldwijd bewondering oogstte.

Dat betekent niet dat Trichet op zijn lauweren kan rusten. De wereldwijde kredietcrisis is nog niet ten einde en een nieuwe, grote uitdaging dient zich aan. De inflatie, het beest dat de ECB in toom moet houden, roert zich onder invloed van de wereldwijde prijsstijging van grondstoffen en voedsel.

Trichet is een charmante, welbespraakte man met een twinkelende, intelligente blik in zijn ogen. Altijd op zijn hoede, maar ook altijd enthousiast. „Als we Amerikanen zouden zijn, met hun optimistischer kijk op de zaken, zouden we zeggen: kijk eens hoe geweldig! Zie ons eens, tien jaar nadat we iets hebben gedaan dat weinigen voor mogelijk hielden! Maar we zijn Europeanen en meestal minder optimistisch. Desondanks mag het succes van de euro hier best wat uitbundiger worden gevierd.”

Het prijspeil loopt wereldwijd op, ook in de eurozone. Is het tijdperk van structureel lage inflatie dat begon in de loop van de jaren tachtig, voorbij?

„We zijn in een periode waarin we voortdurend alert moeten zijn. Het feit dat we in het verleden een positief effect van globalisering zagen op het algemene klimaat voor inflatie, is altijd door verschillende economen betwist. We hebben nu te stellen met achtereenvolgende moeilijkheden, met schokken. Ze zijn moeilijk te voorspellen, kunnen zich opeens voordoen. Of het nu om de prijs van ruwe olie gaat, om voedselprijzen of andere wereldwijde prijsschokken.

„Wat telt vanuit ons perspectief is dat we op middellange termijn prijsstabiliteit leveren, dat we onze geloofwaardigheid als centrale bank behouden en dat we de inflatieverwachtingen kunnen verankeren op de middel- en lange termijn. Dan is er absoluut geen reden om te veronderstellen dat we nu in een ander universum leven. Dat is hoe wij het zien.”

Een van de redenen voor de stijgende inflatie zou zijn dat het prijsdrukkend effect van landen als China op de wereldmarkt ten einde loopt.

„Ons onderzoek heeft getoond dat de invloed op de prijzen van industriële goederen van de opkomende economieën, en dat is zeker niet alleen China, nog steeds een neerwaartse druk op de prijzen geeft. Dergelijke goederen winnen nog steeds marktaandeel en drukken zo het algemene prijspeil. De recente prijsstijging van olie en andere grondstoffen, waaronder voedsel, is voor een groot deel ook het gevolg van een groeiende vraag uit diezelfde opkomende markten.

„Daarom vinden we dat we niet alleen naar de ‘kerninflatie’ moeten kijken: het inflatiecijfer waarvan voedsel en energie zijn uitgezonderd. De neerwaartse druk op de goederenprijzen en de opwaartse druk op de prijzen van grondstoffen zijn grotendeels twee zijden van dezelfde medaille: de opkomst van de nieuwe, snel groeiende markten als India en China.

„Als je bij de analyse van inflatie alleen maar de prijzen meeneemt die dalen, en niet de prijzen die stijgen, dan is dat eenzijdig. Dat is de reden waarom wij in het ECB-bestuur, met Nout Wellink en andere collega’s, de kerninflatie niet beschouwen als een betrouwbare voorspeller van de toekomstige inflatie.

„We begrijpen dat de 320 miljoen burgers van de eurozone niet tevreden zijn met de oplopende inflatie en van ons verlangen dat we prijsstabiliteit leveren op middellange termijn. Natuurlijk zien zij dat deze inflatie vooral afkomstig is van olie- en voedselgerelateerde prijzen. Uit onderzoek blijkt dat 78 procent van de burgers ons mandaat om prijsstabiliteit te waarborgen steunt, en achter onze onafhankelijkheid van de regeringen in de uitvoering van deze taak staat. Dat is erg belangrijk, en bemoedigend.”

Er zijn enorme machtsverschuivingen aan de gang in de wereldeconomie. Hoe reageert de ECB daarop?

„De opkomst van nieuwe machten in de wereldeconomie is het belangrijkste verschijnsel in de zeer snel veranderende wereldeconomie. Dat geldt niet alleen China en India, maar ook landen als Brazilië, Rusland en bijvoorbeeld de ASEAN-landen, waar 500 miljoen mensen wonen. Wat we voor ons zien, is de vervulling van de droom van na de Tweede Wereldoorlog, toen instituten als de Wereldbank werden opgericht. Die droom was om de zeer arme landen op gelijke hoogte te brengen als de rijke. Dat zien we nu gebeuren, het realiseren van die droom.

„De Europese integratie en de invoering van de euro zijn ook deel van deze structurele omvorming van de wereld. Maar als uw vraag doelde op de internationale rol van de euro, dan wil ik benadrukken dat we geen campagne voeren voor een machtiger positie van de Europese munt. Dat was ook de positie van mijn dierbare voorganger Wim Duisenberg.”

Is het model van een gemeenschappelijke munt een voorbeeld voor andere groepen landen?

„De invoering van de euro was een tot de verbeelding sprekende en stoutmoedige onderneming. De vrijwillige fusie van verschillende nationale munten, in vredestijd, op de schaal van een continent, is zonder precedent. We schrijven hier geschiedenis en de medewerkers van de ECB zijn zich daar bewust van en zijn er trots op. Europa is een potentieel rolmodel voor andere groepen landen, maar heeft natuurlijk wel zijn specifieke historische drijfveren gehad.

Ik kan me nog een conferentie in New York herinneren in 1998 waarin 80 procent van de aanwezige economen sceptisch was over de euro. Robert Mundell, de Amerikaanse econoom die de geestelijk vader is van de gemeenschappelijke munt, was altijd een van de felste verdedigers van de euro. Hij zei tegen de sceptici: als jullie je argumenten tegen de euro zouden toepassen op de Verenigde Staten zelf, dan zouden we voor elke staat een verschillende dollar moeten invoeren. De euro is toch mogelijk gebleken. Technisch, en economisch. We hebben aangetoond dat het mogelijk was, voor een continent met 320 miljoen mensen, ter grootte van de VS. Van Dublin tot Nicosia, van Malta tot Helsinki.”

Er lijkt op dit moment sprake van terugslag in de politiek en de publieke opinie ten aanzien van de vrije markt, privatisering of vrijhandel.

„Zelfs in Nederland? Zelfs in het land dat de vrijhandel en moderne economie uitgevonden heeft? Ik zei het al: we leven in een wereld waar de droom uitkomt dat de arme landen op gelijke hoogte komen met de rijke. Dat is een geweldige ontwikkeling, evenals de vooruitgang in de wetenschap. We leven in een tijd van wonderen, in de wetenschap en in technologie. En dan is er het verheugende feit dat we door grote vorderingen in de geneeskunde steeds langer leven.

„Het probleem is dat deze drie successen een beroep doen op onze capaciteit om te veranderen. In onze democratieën vragen de mensen nu: ‘Is het echt nodig om zo snel te veranderen?’ En wij vertellen hun: ja, want de vooruitgang in de informatietechnologie dwingt om de productieprocessen aan te passen. De verandering in de wereldwijde arbeidsdeling maakt het voor de hand liggend om meer en meer op te schuiven naar hoogwaardiger producten en diensten. En de langer levende populatie vereist dat we de pensioensystemen moeten veranderen.

„Ik kan me voorstellen dat onze eigen medeburgers soms zeggen dat zij niet om deze veranderingen hebben gevraagd. Maar we kunnen de technologische vooruitgang niet tegenhouden, we kunnen de Chinezen en Indiërs niet vragen arm te blijven. En niemand zal willen voorstellen dat we niet langer zouden mogen leven. De uitleg daarvan legt een grote pedagogische last op schouders van regeringen, opinieleiders en instituties. Als we voordeel willen halen uit deze nieuwe wereld, dan is het recept om je steeds aan te passen en de noodzakelijke structurele hervormingen door te voeren.”

Of om je te verschansen.

„Ja, maar als je je verschuilt, dan mis je de kansen in deze veranderende wereld. De welvaart zal dalen en we zullen de levenstandaard waaraan we gewend zijn niet kunnen handhaven. We zien dat een samenleving die zich kan aanpassen, er voordeel uit kan halen. Maar er is ook een vicieuze cirkel met een neerwaartse beweging: de weigering zich aan te passen, een dalende levensstandaard, nóg meer verzet tegen verandering enzovoort. Ik denk dat het echte succes van Europa, en daar speelt de euro een rol bij, is dat het de afgelopen tien jaar juist veel werkgelegenheid heeft gecreëerd.”