Gevulde abrikozentaart

Voor een ronde taartvorm van 24 cm:150 gram patentbloem + iets extra75 gram fijne tafelsuiker 75 gram koude roomboter, in blokjessnufje zout2 eidooiers (van recept van gisteren)amandelolie (biologische winkel)melkvoor de vulling:12 rijpe abrikozen70 gram geblancheerde amandelen70 gram poedersuiker7 eetlepels crème fraîche2 theelepels aardappelmeel1½ eetlepel verse rozemarijnnaaldjes2 eetlepels pijnboompitten1½ eetlepel fijne suiker

Gebruik liefst kleine abrikozen waarvan de lichtbittere kernen samen met de amandelen worden gemalen, waardoor de vulling iets meer amandelsmaak krijgt. Abrikooskernen die kort worden gekookt, verliezen hun gif en kunnen worden gebruikt. Bereiding: Maal bloem, suiker, boter, zout, 1 eidooier en een drupje water in een foodprocessor tot een kruimig mengsel dat samenhangend begint te worden. Wikkel het deeg in plasticfolie en laat 60 minuten rusten op koele plaats. Halveer de abrikozen, kraak de pitten open, neem de kernen eruit, breng ze in koud water aan de kook en laat kort koken. Verwijder het bruine vliesje van de kernen en maal ze tezamen fijn in een amandelmolentje of kaasrasp. Vet de taartvorm dun in met amandelolie. Rol het deeg uit tot een lap, bekleed hiermee de vorm, sla overhangend deeg terug en frons het tot een geschulpte rand. Bestrijk de deegrand met melk. Vermeng poedersuiker, geraspte amandelen en abrikooskernen, 1 eidooier, crème fraîche, aardappelmeel en 2 eetlepels melk met elkaar. Besmeer de taartbodem met deze amandelcrème, strooi de rozemarijnnaaldjes erover en leg de abrikooshelften op de bolle kant op de vulling; bestrooi met de pijnboompitten en de fijne suiker. Bak de taart 30 minuten in een op 215 graden voorverwarmde oven, verlaag de temperatuur tot 200 en laat nog 10-15 minuten bakken tot de deegbodem gaar, de vulling gestold en de deegrand goudbruin is. Laat de taart afkoelen in de vorm alvorens er punten van te snijden.

Florine Boucher

Morgen: linguine met tuinbonen