Gentech moet van slecht imago af

De discussie over gentechnologie is een herhaling van zetten, menen Piet Schenkelaars e.a. Voer een écht debat en vergeet de technologische ontwikkelingen dan niet.

Gentech moet van slecht imago af Tekening Rhonald Blommestijn gengewassen genetisch gemanipuleerd voedsel Blommestijn, Rhonald

De voedselcrisis vormde afgelopen week voor het Europees Parlement aanleiding om op te roepen tot debat over toepassing van moderne biotechnologie als één van de instrumenten om voedselproductie tegen een redelijke prijs te verzekeren. Ook minister Verburg wil „serieus kijken naar de mogelijkheden die gengewassen bieden”, zoals 4 juni in NRC Handelsblad stond.

Vertegenwoordigers uit de graanhandel en de veevoer-, levensmiddelen- en biotechnologie-industrie wijzen erop dat het groeiende aandeel gentechmaïs en -soja in de VS, Argentinië en Brazilië het steeds lastiger maakt om de gewone, gangbaar veredelde maïs en soja te scheiden van gentechmaïs en -soja.

Ook wordt het steeds lastiger om gentechgewassen die wel door deze landen, maar niet door de EU zijn toegelaten, uit de exportkanalen te houden. Hierdoor nemen de kosten toe voor de gentechvrije producten waar de Europese markt om vraagt. Daarom pleiten industrie en handel voor een minder streng Europees toelatingsbeleid.

Daar staat tegenover dat een aanzienlijk deel van de consumenten in de EU en de VS twijfels heeft over de kwaliteit van gentechvoedsel. Milieu- en ontwikkelingsorganisaties blijven fel campagne voeren tegen de teelt van gentechmaïs en -soja.

Voor- en tegenstanders in dit debat hebben nauwelijks oog voor de ontwikkelingen in de technologie en de complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken. Het debat is een eindeloze herhaling van zetten, waardoor de publieke belangstelling afneemt. Dit moet doorbroken worden. Wij ondersteunen daarom de oproep van het Europees Parlement voor een debat over agrobiotechnologie.

Intussen heeft de technologische ontwikkeling niet stilgestaan. Moleculair biologische technieken zijn verfijnder geworden met nieuwe veredelingstechnieken als RNA-interferentie, DNA-merkergestuurde selectie en synthetische biologie.

Ook worden er voordurend nieuwe toepassingen onderzocht, zoals geoptimaliseerde biomassa voor een biobased economy, de introductie van droogtetolerante gentechtarwe in Australië en ziekte- en plaagresistente gentechaardappelen en -appels in Nederland, die een bijdrage kunnen leveren aan verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Ook het mondiale landbouwstelsel is grondig veranderd. Wat tijdelijk leek, is structureel geworden. Of het nu gaat om het bereiken van ecologische grenzen aan het areaal landbouwgronden, het gebruik van irrigatiewater, toenemend ruimtebeslag, toenemende consumptie van dierlijke producten, klimaatverandering, stijgende olieprijzen, die irrigatie en kunstmest duurder maken, een steeds grotere greep op de markt van multinationals – het is er en gaat niet meer weg.

De publieke opinie is tegen gentechnologie, gedomineerd door heersende opvattingen over wat ‘natuur(lijk)’ is. De waardering van natuur en van voeding is echter cultureel bepaald. In reclames voor levensmiddelen wordt natuurlijkheid gesuggereerd, terwijl juist gentechnologie het mogelijk maakt om minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Degenen die door de voedselcrisis worden getroffen zijn gebaat bij goed gefundeerde, breed gedragen beslissingen over de steun van rijke landen aan landbouwkundige innovaties, waarbij geen enkele optie buiten beschouwing wordt gelaten, niet die van de biologische landbouw, noch die van de inzet van gentechnologie.

Dat is alleen mogelijk als alle partijen recht doen aan de complexiteit van deze vraagstukken, de nieuwe bio(nano)technologische ontwikkelingen daarin betrekkenen en hun natuurbeelden ter discussie stellen. Om een herhaling van zetten te voorkomen moeten onderzoekers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden zich gezamenlijk buigen over twee vragen.

Ten eerste, welke maatschappelijke problemen zijn urgent en kunnen (mede) door nieuwe kennis en technologie opgelost worden?

Ten tweede, hoe kan gewaarborgd worden dat bio(nano)technologische innovaties bijdragen aan een sociaal billijke, economische verstandige en milieutechnisch duurzame ontwikkeling? Hiernaast moet het mogelijk zijn om onderzoeksprogramma’s die door overheden uit publieke middelen worden gefinancierd vanuit een maatschappelijk perspectief bij te sturen.

Piet Schenkelaars en Huib de Vriend. Auteurs van Oogst uit het lab en onafhankelijke biotechnologieadviseurs. Jan van Arkel, uitgever.

    • Piet Schenkelaars E.A